Hip alternatief voor Afro-pessimisme

Nontsikelelo ‘Lolo’ Veleko, ‘Thulani’, 2004 Foto International Center of Photography, New York Veleko, Nontsikelelo ‘Lolo’

Tentoonstelling Snap Judgments. T/m 30/9 in het Stedelijk Museum CS, Oosterdokskade 5, Amsterdam. Dagelijks 10-18u. Inl: www.stedelijk.nl

Zo ziet Afrika eruit in de ogen van westerse fotografen: als het lijk van een Congolese soldaat die langs de weg is achtergelaten. Of als een zwaar ondervoed kind dat tevergeefs in de borst van zijn uitgemergelde moeder knijpt. In de film Episode 3 van kunstenaar Renzo Martens, nu te zien op de Manifesta-expositie in Italië, vertelt een in Afrika werkende blanke fotograaf van het Franse persbureau AFP dat hij vijftig dollar per foto krijgt. Voorwaarde is wel dat er op de foto iets akeligs te zien is – oorlog of hongersnood bijvoorbeeld.

Martens levert in zijn film kritiek op de manier waarop westerse persbureaus de ellende van Afrika uitbuiten. Maar hij komt ook met een oplossing. In Congo leidt hij een groepje lokale fotografen op die hun geld doorgaans verdienen met het vastleggen van bruiloften en partijen. Niet zo slim, rekent Martens hen voor, want dat levert gemiddeld niet meer dan één dollar per maand op, terwijl foto’s van oorlogen al snel een maandsalaris van duizend dollar opbrengen. Als er dan toch moet worden verdiend aan Afrika’s misère, dan liever door de Afrikanen zelf. Dat op deze manier het eenzijdige beeld van Afrika als een continent van louter verschrikkingen in stand blijft, lijkt Martens even te vergeten.

Het kan ook anders, bewijst de Nigeriaanse curator Okwui Enwezor met zijn tentoonstelling Snap Judgments in het Stedelijk Museum CS. Enwezor nodigde vijfendertig Afrikaanse fotografen uit om een ander, minder stereotiep beeld van Afrika te laten zien: een alternatief voor wat hij noemt het ‘Afro-pessimisme’ van de westerse media.

Snap Judgments slaagt daar wonderwel in. Als je de foto’s van Nontsikelelo Veleko of Andrew Dosunmu mag geloven, is Afrika een werelddeel vol hippe vogels. Uiterst modebewust poseren jonge Zuid-Afrikanen voor Veleko’s lens. Hun ingeflitste ruitjesbroeken, rode netpanty’s en groene Hawaïbloesjes steken fel af tegen de stadse achtergrond. Ook de videoclips van Dosunmu laten een parade van mooie mensen zien, rappend en dansend in nachtclubs, of liggend langs de rand van een zwembad terwijl ze door viewmasters gluren. Kan het cooler?

Ze zijn er wel, de beelden van sloppenwijken in Caïro of Johannesburg, en van Zuid-Afrikaanse mijnwerkers of Marokkaanse fabrieksarbeiders. Snap Judgments mocht van Enwezor geen reclamefolder voor Afrika worden, dus wordt ook de rauwe werkelijkheid getoond. Maar er is een groot verschil met de journaalbeelden en krantenfoto’s die wij kennen: deze beelden zijn geen typische Afrika-clichés. Als het bijschrift had gerept over Zuid-Amerika of India, dan hadden we het ook geloofd.

Als de Algerijnse fotografe Zohra Bensemra, werkzaam voor persbureau Reuters, toont hoe een Algerijnse vrouw rouwt na een massamoord in haar dorp Bentalha, komt dat dicht bij het pathos van bekende World Press Photos. Maar ze laat ook zien hoe vier zwaarbewapende Algerijnse politieagentes lol maken op de dag van hun eindexamen. Prachtige, zelfverzekerde vrouwen, met knalrood gestifte lippen en hooggehakte laarzen. Dat verwacht je niet in een Noord-Afrikaans land.

Wat vooral opvalt is dat de Afrikaanse fotografie perfect aansluit bij de trends die we kennen van internationale exposities. Veel Afrikaanse kunstenaars zijn opgeleid in het Westen, bijvoorbeeld aan de Amsterdamse Rijksakademie, en snijden vergelijkbare thema’s aan als hun westerse collega’s. Zo is nostalgie een belangrijke rode draad, met de vergeelde jeugdfoto’s van Allan deSouza uit Kenia en de gevonden polaroidnegatieven van Kay Hassan uit Zuid-Afrika.

Mooi zijn de serene stillevens die de Zuid-Afrikaan Moshekwa Langa maakte van een simpele bloempot op een terras of een lullig gordijntje voor het raam. De rake kiekjes verschillen in weinig van de snapshots van Wolfgang Tillmans die een etage lager in het Stedelijk Museum hangen. Ook de slapende zwervers van Sada Tangara uit Mali komen bekend voor. Zijn Belgische collega Francis Alÿs maakte ooit een vergelijkbare serie. De Afrikaanse fotografie is volwassenen geworden. En je vraagt je af of het in deze geglobaliseerde wereld nog wel nodig is om er een aparte tentoonstelling aan te wijden.

    • Sandra Smallenburg