Engels voor toeristen

Iedere dag zie ik ze in de tram zitten, de radeloze toeristen uit Japan, Italië, Amerika. Ze kijken naar buiten, raadplegen hun stadsplattegrond, proberen de automatische omroeper te verstaan en vragen of dit het Van Gogh Museum is als ze bij het Paleis op de Dam zijn. Of andersom. Het toerisme is voor Amsterdam een geweldige bron van inkomsten. Maar hoeveel toeristen zouden er per dag verdwalen?

Om de stad voor de buitenlanders toegankelijker te maken heeft Jan Paternotte van D66 voorgesteld, de gemeente, politie en openbaar vervoer tweetalig te maken: Nederlands en Engels. Het ligt voor de hand. Engels is de lingua franca van de gemondialiseerde toeristenbeschaving. Het is niet het Kings English dat in Oxford en Cambridge wordt gesproken, maar een vernieuwd soort steenkolenengels. Havenarbeiders hadden behoefte aan een internationale taal; op een andere manier heeft de eigentijdse toerist dat ook. ‘Beware of pickpockets’ wordt je al jaren op sommige haltes toegeroepen. Als je zak dan toch gerold wordt of je tasje geroofd, moet je op het politiebureau in toeristenengels te woord worden gestaan.

Er zijn mensen die denken dat met dit voorstel de zoveelste aanslag op de moedertaal wordt gedaan. Dat geloof ik niet. Het Engels van de computer- en internetcultuur dringt overal op aarde door, onvermijdelijk. Dat komt doordat in de tientallen moedertalen geen equivalenten voor de nieuwe vaktermen bestaan. En zou je je er al toe zetten om bijvoorbeeld in het Bulgaars zo’n nieuwe woordenschat te ontwikkelen, dan is het resultaat daarvan dat de Bulgaren met computer onverstaanbaar worden voor de rest van de wereld. Bovendien doet zo’n drang tot nationale taalzuiverheid denken aan de ‘verdietsing’ waar in de Tweede Wereldoorlog de NSB zich op toelegde. Iedere Engelse vakterm moest door een Germaanse worden vervangen.

Invoering van een toeristenengels heeft ook niets te maken met de neiging, de drang of de dwang om goede Nederlandse woorden door Engelse te vervangen. Om een paar voorbeelden te noemen: voor seel, saitkik, bektoeskoel, bisnis, grip, isjoe, uhword, heb je uitstekende Nederlandse woorden. Uitverkoop, bijhanger, terug naar school, zaak, greep, kwestie, prijs. Dat soort Engels rangschik ik onder het hoofd gewichtige flauwekul. Maar ben je als buitenlander in Amsterdam werkelijk verdwaald of beroofd, dan is het een zegen als je in een toeristenengels je nood kunt klagen en weer op het goede spoor wordt geholpen.

En wat Amsterdammers weleens onderschatten: voor buitenlanders is het een ingewikkelde stad, vol krochten, grachten, gigantische verbouwingen, omleggingen en een mysterieus openbaar vervoer.

Binnenkort wordt het Stedelijk Museum bij het Centraal Station, het SMCS, gesloten. Onder de noemer ‘Stedelijk in de Stad’, meldt deze krant van 12 augustus, ‘trekt het museum van 1 oktober als een nomade door de Amsterdamse wijken, in een voor de gelegenheid ontworpen paviljoen, De Bouwkeet.’ Je zult uit Peking of Los Angeles zijn gekomen , en dan ontdek je dat je een nomade moet opsporen. Zonder een toeristenengels sprekende agent of tramconducteur lukt je dat niet. Invoering van deze taal is een algemeen stedelijk belang.

    • H.J.A. Hofland