Een half uur beuken op de stenen van de schoorsteen

Slopen moet je kunnen. En het is dankbaar werk. Hoewel sommige te slopen kasten niet gesloopt willen worden. Als een vriend met een bouwkundig advies komt, kan dat een verrassing opleveren.

Illustratie wibbinekien.nl Slopen op de bouw Wibbinekien

Iets opbouwen is lastig, ik ben daar niet handig in. Slopen gaat mij beter af. Mijn enige hulpmiddel daarbij is een oude sloophamer. Ik vond hem tussen de balken van een ingestorte boerenschuur in Zweden. Het enige ding dat zelf nooit kapot gaat.

Het probleem met opbouwen is de start. De schepper begint meestal met niets en moet met bloed, zweet en tranen iets substantieels zien te wrochten. Slopen is directer. Ik begin gewoon op de schepping in te beuken. Zo simpel kan het leven zijn.

Dankbaar werk. Gisteravond was ik bij een invalide dame, die last had van een grote kast als sta-in-de-weg in de gang. Ze heeft weliswaar een grote zoon van 23. Maar slopen kan hij niet. Ja, tegenstanders slopen op het beeldscherm kan hij wereldwijd als de beste, hij doet dat met zeer geavanceerde wapens, maar zonder computer en internet is hij op slag een hulpeloze brekebeen.

Zijn moeder wilde de kast uit elkaar zagen met een decoupeerzaag. Ze kan niet eens op haar benen staan. Daarom sprong ik in de bres met mijn sloophamer. Ik bekeek de kast met kennersoog, helemaal geschroefd, mogelijk ook verlijmd, en geen spaanplaat, maar degelijk hout. Bij de eerste slagen gaf de kast geen krimp. Haar geschrokken zoon stak slaapdronken zijn hoofd om de deur. Bij de volgende klap verdween hij schielijk.

Deze kast kende geen zwakke plek, het kwam aan op puur geweld. Haar zoon vroeg of het wat zachter kon. Zijn moeder zat belangstellend in haar rolstoel in de deuropening. De vijf minuten die ik nodig heb voor een normale fabriekskast waren voorbij. De doodsstrijd van deze kast nam wel 15 minuten in beslag, toen was de hele gang veranderd in een onherkenbare chaos van versplinterd hout. Ik was hier niet trots op. Mijn naam als nette sloper lag hier te grabbel. De vrouw was me dankbaar. Met een auto vol versplinterd hout keerde ik huiswaarts.

Ik werd gebeld door vrienden die een ander huis betrokken. Daar moest een gemetselde schoorsteen weg uit een kamer op de eerste verdieping. Onderin de schoorsteen waren al een paar stenen weggehakt, maar de hele schoorsteen erboven tot aan het plafond moest nog volgen. Ik kreeg toen een merkwaardig advies van mijn bouwkundige vriend over de te volgen werkwijze.

„Beuk met je sloophamer ongeveer een half uur lang op de stenen van de schoorsteen”, zei hij.

„Maar waarom?” vroeg ik, „Het lijkt me zo zinloos.”

„Gewoon blijven beuken. En na een half uur hameren”, zei hij, „dat zal je zien, dan wordt het cement tussen de stenen plotseling moe. Het geeft de moed op. Het verliest zijn stevige structuur. Het wordt poeder. Dan verandert de gemetselde schoorsteen door de trillingen ineens in een losse stapel stenen. En kijk uit, want het hele zaakje komt in één keer naar beneden.”

Ik geloofde hem niet.

Ik stond een beetje moedeloos te hameren. Er gebeurde natuurlijk niets, het was een stevige schoorsteen. Die schoorsteen stond er al 50 jaar. En een half uur door hameren zonder resultaat is niet mijn idee van slopen. Daarom raakte ik een beetje aan het wegsuffen tijdens dat domme gebeuk op de stenen, bovendien kreeg ik erg lamme armen, want mijn hamer is niet de lichtste. Dat het cement poeder zou worden bleek uit niets, want de voegen tussen de stenen bleven gewoon keihard. Hield iemand mij hier vreselijk voor de gek? Zaten ze beneden gierend van de lach met een pilsje in de hand te luisteren naar het domme gebeuk van een debiel die je alles kunt wijsmaken? Ja, en toen schrok ik hevig wakker uit mijn gepeins, in een reflex sprong ik naar achteren, want zonder enige waarschuwing kwam, van het ene moment op het andere, de hele schoorsteen van plafond tot aan de vloer met donderend geraas naar beneden. Ik voelde een stekende pijn in mijn enkel. Verbouwereerd keek ik naar de stapel stenen op de vloer.

Ineens stond de kamer vol mensen. Ik viste mijn sloophamer uit het puin, en veegde het zweet van mijn voorhoofd. Haalde mijn schouders op, klopte het stof van mijn kleren. En mankte de kamer uit.

    • Fred Koning