Dat was de tijd dat hij achterop huifkarren zat met Paul McCartney

Iedereen heeft het weer over Madonna, omdat zij in aantocht is, en overal verschijnen artikelen met voorspelbare Madonnathema’s als ‘metamorfose’, ‘madonna-hoercomplex’, ‘eindeloos vernieuwend’ en ‘die gekke malle Kabbala’.

Ik lees die artikelen allang niet meer, omdat ik de theorievorming rond Madonna nu wel ken, en omdat ik te druk ben met nadenken over een andere popster: Michael Jackson.

Dat komt door mijn vakantie. Mijn vriend had Michael Jacksons gehele oeuvre op de iPod staan, en we besloten dat tijdens het autorijden allemaal te beluisteren. Een stuk of tien keer.

Tijdens het luisteren vertelde mijn vriend fascinerende feitjes – bijvoorbeeld dat het lied Ben gaat over een rat met wie de jonge Michael innig bevriend was. (Aangetoond door de strofe ‘Ben, you’re always running here and there’.) En ik probeerde een theorie over Michael te vormen, zoals mensen al jaren over Madonna doen. Wat was er met hem gebeurd? Waar was het misgegaan?

In zijn zang onderscheidde ik verschillende fases. Er was die onbezorgde, ik-ben-nog-bruin-en-schattigstem van zijn jeugd, toen hij vrolijk hits als ABC eruit gooide (al denk ik er wel steeds die dreigende rotvader bij). Toen was er een periode waarin hij zich voordeed als een maagdelijke, hoog pratende nar. Dat was de tijd dat hij achterop huifkarren zat met Paul McCartney en al zingende met hem ruziede om een meisje.

Daarna kwam wat ik de shamone-fase noem – de tijd dat hij om de vijf seconden in zijn kruis greep en met een hijgerige stem iets riep wat waarschijnlijk ‘Come on!’ betekende, maar uitgesproken werd als ‘Shamone!’ Dit was ook de periode dat hij zich wilde profileren als gevaarlijke casanova, wat natuurlijk niemand geloofde, en wat ook moeilijk hard te maken is als je een eigen minipretpark hebt, een piepstem, en een aap die Bubbles heet. In deze fase haakte ik af.

Ik volgde Michael alleen nog zijdelings. Hij kreeg wat kinderen met een verpleegster, hij misbruikte een jongetje, zijn neus smolt, en ik heb nog geboeid zitten kijken naar een documentaire waarin hij een winkel vol foeilelijke, extreem prijzige vazen leeg kocht.

En daarna vernam ik niks meer over hem. Dat kon me niets schelen, want ik was afgehaakt. Maar nu ik hem weer zo uitgelaten hoorde zingen als klein, getroebleerd kind, maakte ik me ineens zorgen. Ik hoop maar dat hij iemand heeft. Een vriend, of een verpleegster. Of een aap. Of, gewoon, een sympathieke rat.