Dante als stripfiguur

Strips naar literaire romans staan volgende maand centraal op het boekenfeest Manuscripta. Teken van de hedendaagse verkleutering, of een serieus cultureel fenomeen?

‘Hertaling’ van Shakespeare’s toneelstuk Macbeth in een uitgave door Classical Comics. De strip verschijnt in drie verschillende versies: een met de oorspronkelijke tekst, een in een moderne ‘hertaling’ en een ‘quick text’ voor beginnende lezers.

Ontzetting. Dat is de accurate omschrijving van het gevoel dat de recensent van de Franse krant Libération overviel toen hij in 1988 de nieuwe editie van Voyage au bout de la nuit onder ogen kreeg. Ontzetting, niet om de inhoud van het debuut van Louis-Ferdinand Céline, dat immers al uit 1932 stamt, maar om de ruim vierhonderd toegevoegde illustraties van striptekenaar Jacques Tardi, die van de roman praktisch een stripverhaal maken: werkelijk iedere scène van het boek werd door Tardi van een plaatje voorzien. Zijn tekeningen, zo schrijft de recensent, maken van het boek „een bastaard-Céline, die je niet langer onafhankelijk kan lezen”.

Hoe vreselijk de recensent het ook vond om de literaire klassieker ‘verpest’ te zien worden door een tekenaar, hij kon niet voorkomen dat Tardi’s versie van Reis naar het einde van de nacht (in Nederland verschenen bij Van Oorschot) de voorzichtige aanzet werd tot een nieuwe traditie, die nu, twintig jaar later, flink bloeit: stripbewerkingen van vaak beroemde romans. Op zondag 7 september is op Manuscripta, de feestelijke opening van het boekenseizoen in Amsterdam, speciale aandacht voor stripbewerkingen. Zowel in Nederland als het buitenland verschijnen de komende maanden verschillende ‘strip-romans’.

‘Verstrippingen’ worden die bewerkingen wel genoemd, om ze te onderscheiden van ‘literaire strips’ waarbij de tekenaar uitgaat van een nieuw, origineel scenario, al dan niet zelf geschreven. De bekendste Nederlandse voorbeelden van ‘verstrippingen’ vormen de recente uitgaven van tekenaar Dick Matena, die na De avonden van Gerard Reve en Kort Amerikaans van Jan Wolkers, inmiddels ook Kaas van Willem Elsschot tot beeldverhaal heeft bewerkt. Later dit jaar verschijnt Het dwaallicht, ook van Elsschot.

Matena is niet de enige Nederlandse tekenaar die bestaand literair werk gebruikt voor zijn strips: Jan Kruis, bekend van Jan, Jans en de kinderen, kwam vorig jaar met een bewerking van Multatuli’s Woutertje Pieterse. Marcel Ruijters ontving in juni de VPRO-prijs, een van de belangrijkste stripprijzen van Nederland, voor zijn stripbewerking van het eerste deel van De goddelijke komedie van Dante. En Milan Hulsing ‘verstript’ momenteel de roman Over the Bridge (2006) van de Egyptische schrijver Mohamed el-Bisatie. Komend voorjaar verschijnt Hulsings bewerking bij Oog & Blik.

Er is dus sprake van een trend. Dat maakt de vraag relevant of de recensent van de Libération wellicht gelijk had. Verliest een literair werk inderdaad een deel van zijn kracht wanneer er een bewerking van wordt gemaakt? Een vergelijkbaar argument wordt vaak gebruikt bij boekverfilmingen. Dat gaat dan ongeveer zo: ‘Nadat ik had gehoord dat Meryl Streep de hoofdrol speelt in Sophie’s Choice, zag ik tijdens het lezen van het boek steeds haar gezicht voor me. Vreselijk. Streep is veel minder mooi dan de vrouw die William Styron in zijn boek beschrijft.’ Het standpunt van de tegenstanders van ‘verstrippingen’ en verfilmingen lijkt samengevat hierop neer te komen: een tekenaar of regisseur geeft de tekst van de roman een concrete vorm, waardoor de ruimte voor de verbeelding van de beschouwer wordt verkleind. Vanuit dat standpunt bezien gaat een bewerking dus altijd ten koste van het origineel.

Het ergste wat er in dit verband kan gebeuren (en het gebeurt best vaak), is dat de stripbewerking een reeks brave ‘plaatjes bij een (bekend) praatje’ wordt. Een tamelijk hilarisch voorbeeld daarvan vormt de Britse stripreeks Classical Comics, waarbinnen klassiekers uit de Britse literatuur worden omgezet in stripvorm. De uitgever zoekt steeds een tekenaar met een stijl die past bij het te bewerken boek, de strip wordt vervolgens op drie manieren uitgegeven: als zogehetenquick text voor beginnende lezers, als moderne hertaling én in een uitvoering met de originele tekst, waarbij vooral de dialogen gehandhaafd zijn. Volgens dat procedé verschenen onlangs Henry V en Macbeth van William Shakespeare, de komende maanden volgen onder meer: Jane Eyre van Charlotte Bronte, Great Expectations van Charles Dickens, en Frankenstein van Mary Shelley.

Gelukkig kan met het medium strip meer worden gedaan dan het simpelweg tonen wat de tekst al beschrijft. Een stripbewerking kan de fantasie ook stimuleren, het origineel oprekken. In de Verenigde Staten werd al in de jaren negentig op initiatief van Art Spiegelman (de auteur van Maus, de gelauwerde dierenfabel over de holocaust) een stripversie gemaakt van de roman City of Glass van Paul Auster. De strip van tekenaar David Mazzucchelli, in het Nederlands verschenen als Broze stad, toont goed aan in welke opzichten een strip iets kan toevoegen aan een roman.

Om een goed stripscenario te krijgen moet, zo blijkt bij Broze stad, de originele tekst worden losgelaten. In de ruim 700 tekeningen, verspreid over 138 bladzijden, zijn de tekstballonnen totaal niet overheersend. Dat geeft rust bij het lezen. Een ander goed voorbeeld is de strip The Master and Margarita, gebaseerd op de roman van de Oekraïense schrijver Mikhail Bulgakov, een pil die in de Nederlandse vertaling 456 pagina’s omvat. De onlangs verschenen stripversie, vaak zelfs zonder tekst op de pagina, telt er 128.

In dezelfde reeks als Bulgakov verschenen reeds bewerkingen van het gedicht The Raven van Edgar Allan Poe (onder de titel: Nevermore en van Het proces van Franz Kafka. De komende maanden volgen nog The Picture of Dorian Gray van Oscar Wilde en Misdaad en straf van Fjodor M. Dostojevski. Het meest extreme voorbeeld van inkorten is overigens te zien bij de stripversie van Prousts A la recherche du temps perdu, een nog lopend project van de Franse tekenaar Stephane Heuet. Daarbij blijft slecht 1 procent van de originele tekst over.

Een goed scenario is de basis van een goede ‘verstripping’, maar hoe zit het dan met het beeld? Zoals een roman terugkerende elementen heeft in de tekst, zo kan een strip die hebben in beelden. In de stripbewerking van Ibicus of de avonturen van Nevzorov van Alexis N. Tolstoï, een roman uit 1926, laat de Franse tekenaar Pascale Rabaté bepaalde personages tussendoor even (op één plaatje) zien met een doodshoofd; een thema waar de tekenaar helemaal los van Tolstoï voor koos.

Ook in Broze stad wordt gewerkt met stijlfiguren die alleen in beeld te vangen zijn. Een voorbeeld: de vader van Peter Stillman is een zeer onaangenaam personage in Austers roman. Als Virginia, de schoondochter van Stillman, hem ter introductie omschrijft, springt tekenaar Mazzucchelli over van een realistische stijl naar een bijna abstracte. Door gestileerde beelden blijft de vader in dat stadium van het verhaal heel ongrijpbaar, en daardoor extra beangstigend.

De ‘verstripping’ ontwikkelt zich in verschillende richtingen. Intellectuele experimenten zoals Broze stad zullen altijd dun gezaaid blijven. De kans is wel groter dat het genre zich verder kan ontwikkelen als er ook commerciële successen worden geboekt. Dat lijkt met de rechtdoorzee bewerkingen van bijvoorbeeld Classical Comics het geval. Bovendien lijken die strips een educatieve rol te kunnen spelen. Afgelopen jaar bezochten 150.000 Britse scholieren de website van de uitgeverij, omdat online een gratis educatief Shakespeare-strippakket verkrijgbaar was.

    • Ward Wijndelts