Architect staakt tegen staat

Steeds meer architecten trekken zich terug uit belangrijke projecten vanwege de onredelijk hoge eisen van opdrachtgevers.

Tracy Metz

Nederlandse architecten doen niet meer mee aan opdrachten uit protest tegen de manier waarop belangrijke openbare gebouwen in Nederland tot stand komen.

Zo hebben zeven van de twaalf architecten die in de running waren voor het nieuwe stadhuis van de gemeente Westland, allemaal gerenommeerde bureaus, zich onlangs uit de selectieprocedure teruggetrokken.

Het is voor het eerst dat er een dergelijke ‘architectenstaking’ plaatsvindt, aldus de Bond van Nederlandse Architecten (BNA).

De BNA ontvangt steeds meer klachten hierover van leden: vorig jaar waren dat er 19, dit jaar zijn het er al 27.

De architecten vinden dat opdrachtgevers onredelijk hoge eisen stellen, nog afgezien van de Europese aanbestedingsregels, en vergoedingen betalen die in geen verhouding staan tot de gevraagde hoeveelheid werk. Zo voegde de gemeente aan de gebruikelijke twee fases van de architectenselectie nog een derde fase toe en vroeg om gedetailleerde tekeningen en maquettes die normaliter pas worden gemaakt als een bureau de opdracht daadwerkelijk heeft gekregen.

De zeven bureaus die Westland de rug hebben toegekeerd, zijn Mecanoo, Jo Coenen (oud-Rijksbouwmeester), Claus en Kaan, Hans van Heeswijk, Quist-Wintermans, Kraaijvanger-Urbis en Ector-Hoogstad. „Deze aanbestedingsprocedure is illustratief voor elk nieuw te bouwen prominent openbaar gebouw in Nederland”, schrijft Jo Coenen aan de BNA. „Het zijn nu eens niet de Europese regels die het probleem zijn, maar de angstige manier waarop Nederlandse opdrachtgevers die interpreteren”, zegt Leontien Sauerwein, jurist en hoofd beleid bij de Bond van Nederlandse Architecten. Opdrachtgevers zijn tegenwoordig verplicht om gebouwen boven een bepaald budget Europees aan te besteden.

Vervolg Architecten: pagina 9

‘Gemeenten spelen steeds vaker op safe’

Het gaat erom dat het honorarium voor de architect boven de 206.000 euro uit moet komen. Europa stelt wel formele criteria aan de procedure, zegt Sauerwein, maar opdrachtgevers hebben veel vrijheid bij het kiezen van een architect die bij ze past.

„De bedoeling van die Europese aanbesteding was juist om de markt voor meer architecten open te gooien, juist ook voor kleine en beginnende bureaus. Nu gebeurt het tegenovergestelde. Gemeenten zijn bang te worden teruggefloten en gaan van de weeromstuit op ‘safe’ spelen.”

Architecten klagen dat opdrachtgevers slechts twee criteria hanteren: ze willen alleen met bureaus in zee die een bepaalde – hoge – omzet hebben gehaald over een reeks van jaren, en ze willen dat het bureau al eerder een dergelijke school, of museum, of stadhuis heeft gebouwd.

Als voorbeeld noemt de BNA de gemeente Meppel die een ‘brede school’ wil laten bouwen en als eis stelde dat het een bureau moest worden dat al vijf brede scholen had gebouwd.

„Dit leidt tot een verschraling van het architectuurklimaat”, vindt BNA-voorzitter Jeroen van Schooten, samen met zijn compagnon Roberto Meyer de ontwerper van onder andere het hoofdkantoor van ING.

„Je krijgt alleen maar grote bureau’s die steeds maar hetzelfde doen. Door dit risico mijdende gedrag worden verrassende ideeën a priori uitgesloten, en krijgen jonge en kleine bureau’s geen kans te laten zien wat ze kunnen. Terwijl Nederland juist met zijn architectuur furore heeft gemaakt door open te staan voor nieuw talent.” De BNA heeft de indruk dat opdrachtgevers in Nederland nog strikter de Europese regels interpreteren dan in andere landen.

Gemeente Westland vindt het niet terecht dat nou net háár stadhuis de druppel is die de emmer doet overlopen. Volgens Chris van Heel, projectmanager en voorzitter van de beoordelingscommissie, is de gemeente vooraf duidelijk geweest over haar eisen. „Het gaat om een opdracht van 90 miljoen, dan is het logisch dat we met een bureau in zee willen dat heeft bewezen dit aan te kunnen.”

Er zijn nu nog vier bureau’s over: EGM, Inbo, ArchitectenCie en CPZ.

In wezen, zegt Van Geel, gaat de kwestie over iets fundamentelers: architecten vinden het vervelend dat ze noodgedwongen met elkaar moeten concurreren. Dat heeft vooral iets raars, aldus Van Geel, als het gaat om creatieve zaken als het ontwerpen van een gebouw. „Maar die discussie moeten ze niet met de opdrachtgever voeren, maar met Europa.”

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft volgens Van Heel recent onderzoek gedaan naar de bouwkosten van gemeentehuizen. Dat van Westland zit tussen ‘midden’ en ‘hoog’.

„Een mooi gebouw hoeft niet per se duur te zijn. Dit budget is toereikend voor hoogwaardige architectuur. Je kunt niet beweren dat wij hiermee het vak van de architect uithollen.”

Van Schooten maakt het nu mee met de keuze van een architect voor het Diaconesseziekenhuis in Utrecht. „De prijzen van grondstoffen zijn zo omhooggegaan, en personeel is zo schaars, dat het oorspronkelijke budget niet meer toereikend is.”

„Om toch een architect en een aannemer te lokken gaat de opdrachtgever de opdracht verruimen met woningbouw, parkeren en kantoren, zogenaamd ‘een ontwikkelingsstrategie voor de lange termijn’, aldus Van Schooten.

„Dat is veel extra werk waar nauwelijks vergoeding tegenover staat. En bij de beoordeling blijkt dat die lange termijn vooral window dressing is geweest.”