Zwemmen vanaf een heuvel

Geen record is meer heilig in het zwemmen. Met dank vooral aan de revolutionaire zwemoutfit die fabrikant Speedo introduceerde. „Een vorm van technologische doping”, menen critici.

Dat Michael Phelps een fenomeen is dat het ene olympische meesterwerk na het andere voltooit, wekt geen verbazing meer. Dat hij in Peking alle olympische records breekt, komt evenmin als een verrassing.

Maar er is meer aan de hand. Er is een revolutie gaande in het topzwemmen, enigszins vergelijkbaar met het effect van de klapschaats tien jaar geleden. Zelden in de geschiedenis werden records met zulke grote marges verbeterd als dit jaar in het zwembad. De Spelen van Peking, waar nu al zestien wereldrecords in de Waterkubus zijn verbeterd, vormen daarop geen uitzondering. En dat tijdens een toernooi met ochtendfinales, waarvan experts van tevoren hadden gezegd dat er minder snel zou worden gezwommen omdat het menselijk lichaam ’s avonds nu eenmaal fitter is dan ’s ochtends.

Het wereldrecord (47,84) dat Pieter van den Hoogenband, een van de beste sprinters aller tijden, op 19 september 2000 zwom tijdens de Spelen van Sydney hield bijna acht jaar stand. Daarvoor had de Russian Rocket, Alexander Popov, de toptijd zes jaar in handen. Pas dit voorjaar werd het magische record van Van den Hoogenband verbeterd door de Franse Alain Bernard, die nota bene in het thuisbad van ‘VdH’, in Eindhoven, een tijd neerzette van 47,50.

Sindsdien is het hek van de dam. Vijf maanden nadat zijn wereldrecord is verbeterd staat de toptijd van The Dutch Dolphin uit Sydney al niet meer in de toptien van snelste races. Eamon Sullivan uit Australië leidt op dit moment de dans met een tot voor kort voor onmogelijk geachte 47,05, gisteren gezwommen in de halve finales.

De belangrijkste oorzaak van de recordregen is het revolutionaire zwempak dat de fabrikant Speedo in samenwerking met de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA ontwikkelde, de LZR Racer (spreek uit: Laser Racer). Het pak, sinds begin dit jaar op de markt en een vervolg op het ‘haaienpak’ uit 2000, is niet alleen naadloos, vederlicht en waterafstotend, er zitten speciale ‘panelen’ in verwerkt die zorgen voor een zodanige compressie van de zwabberende huid van de zwemmer dat hij veel aerodynamischer door het water glijdt. De Amerikaan Ryan Lochte zei dat het voelt „alsof je van de heuvel af naar beneden zwemt”. In de maanden voorafgaand aan ‘Peking’ sleet de fabrikant maar liefst drieduizend pakken aan deelnemers.

Met het pak werden sinds februari ruim vijftig wereldrecords gezwommen. Sterzwemmers als Pieter van den Hoogenband (Nike) zagen zich gedwongen vlak voor de Spelen te breken met hun kledingsponsors. Hij was aanvankelijk sceptisch over het Speedo-pak, omdat hij niet geloofde dat het materiaal ooit belangrijker kon worden dan de zwemmer. Twee maanden geleden ging hij ‘om’; hij moest wel. „Het is de vraag of de zwemsport deze kant op wil, maar ik ga niet in een hoekje zitten roepen dat het allemaal oneerlijk is”, zei Van den Hoogenband.

Ook anderen zijn bezorgd. Niet zozeer om de sponsors, maar om de invloed van technologie op het zwemmen. De Italiaanse bondscoach Alberto Castagnetti noemde het pak eerder dit jaar „technologische doping”. Hij stond niet alleen in die mening.

Jarenlang leek zwemmen een sport waar weinig innovaties mogelijk waren; wat kon je nog toevoegen aan een zwembroek? Maar in plaats van de oude ‘ballenknijper’ van Van den Hoogenband kleiner en dunner te maken, werd de zwemkleding eind jaren negentig juist groter.

Ook bondscoach Jacco Verhaeren zit vol twijfels, al geniet hij wel van het hoge niveau. Hij noemde de 4x100 meter-finale maandag „veruit de mooiste finale ooit”. Door hele goede zwemmers, maar ook door nieuwe technologieën „zijn we een nieuw tijdperk binnengetreden”, stelt Verhaeren. „Eén ding is zeker: de resultaten van nu zijn niet meer te vergelijken met die van een jaar geleden.”

Het beste bewijs daarvoor is de Amerikaan Jason Lezak (32), die gold als een goede zwemmer, maar die in de herfst van zijn carrière nog met afstand de snelste estafettezwemmer uit de geschiedenis werd.

Maar Verhaeren en andere coaches vinden dat de internationale zwembond (FINA) regels moet opstellen. „Er zijn nu wat vage omschrijvingen waaraan een pak moet voldoen, maar dat is zeker niet objectief. Je zou het drijfvermogen van een pak kunnen meten, of de dikte van een pak, en dat vastleggen.”

Volgens de coaches wordt de sport er niet geloofwaardiger op als wereldrecords met zulke grote marges worden verbeterd. Verhaeren: „Dat heeft het zwemmen ook niet nodig. Als alle acht ploegen in Peking in de finale van de 4x100 meter vrij onder de winnende tijd van Athene zwemmen, moet je je eens heel goed achter de oren krabben over de vraag tot hoever je wilt gaan met deze ontwikkelingen. Zwemmen we over acht jaar met flippers aan? Overigens: wij dragen die pakken ook, hoor. Dus ik zeg niet dat het oneerlijk is.”

Ook het olympische bad van Peking draagt bij aan de snelle tijden. Het bassin is drie meter dieper dan de meeste baden. Daardoor neemt de golfslag af. Ook heeft het bad geen kant; het water loopt over de rand weg, zodat het niet kan terugkaatsen. De lijnen op het water zijn zo ontworpen dat het water naar beneden kaatst.