Zuigeling met hartstilstand levert ruilhart

Bij baby’s zijn harttransplantaties geslaagd met hartjes van donoren die overleden door een hartstilstand. Tot nu toe lukten harttransplantaties alleen vanuit hersendode donoren. De methode ligt onder vuur.

Het gaat om harttransplantaties bij drie kinderen, jonger dan anderhalf jaar, met aangeboren hartafwijkingen. De donoren waren baby’s waarvan een paar dagen na hun geboorte duidelijk was dat ze aan ernstige geboorteafwijkingen gingen sterven. Zij werden op de intensive care met apparatuur in leven gehouden, maar die behandeling was zinloos geworden.

Onderzoekers van het kinderharttransplantatieteam van de universiteit van Colorado schrijven vandaag over de uitbreiding van de transplantatiemogelijkheden in het medisch-wetenschappelijke tijdschrift The New England Journal of Medicine. Het eerste kind dat is getransplanteerd leeft inmiddels 3,5 jaar met het donorhart. De resultaten zijn tot nu toe net zo goed als bij traditionele harttransplantaties.

Hartdonatie door mensen die aan een hartstilstand sterven werd tot nu toe onmogelijk geacht, omdat het hartweefsel binnen korte tijd beschadigd raakt door lichaamswarmte en zuurstoftekort. Die schade is alleen vermijdbaar bij hersendode donoren. De hersendood is ingetreden als geen hersenfuncties meer waarneembaar zijn. Een hersendode donor wordt beademd, waardoor het hart blijft kloppen totdat de uitnameoperatie begint.

De baby’s die donor werden, stierven gemiddeld 18 minuten nadat de apparatuur was uitgeschakeld. De artsen – met toestemming van de medisch-ethische commissie en de ouders – begonnen 75 seconden later aan de donatieoperatie. Daarbij brachten zij katheters in waarmee een koele conserveringsvloeistof door het hart spoelde. Chirurgen openden meteen daarna de borstkas om het hart van buitenaf te koelen.

Die tijd tussen hartstilstand en operatie is omstreden. Aanvankelijk had de medisch-ethische commissie drie minuten aanbevolen, schrijven de onderzoekers, maar dat zou nog te veel schade veroorzaken. Na de eerste transplantatie werd de wachttijd teruggebracht tot 75 seconden. Het criterium was de ooit waargenomen tijd (60 seconden) tussen een hartstilstand en het spontaan weer op gang komen van een hart. Maar harde gegevens over die tijd ontbreken. Op de achtergrond speelt de discussie of je wenst dat baby’s met zulke ernstige geboorte-afwijkingen sterven, of dat je ze ook nog iedere kans gunt om zonder apparatuur voort te leven – ook al is dat kort of ernstig gehandicapt.

De redactie van The New England Journal of Medicine schrijft dat het verslag van de drie transplantaties is gepubliceerd om een discussie op gang te brengen. Een uitgenodigde commentator vindt dat er geen sprake was van hartdood, omdat het gedoneerde hart in het ontvangende kind immers weer op gang kon worden gebracht.

De onderzoekers denken dat met deze nieuwe techniek het aantal harttransplantaties bij kinderen met zeker 70 procent toeneemt, afgaand op de kindersterfte in hun ziekenhuis. De meeste ouders, schrijven zij, willen graag dat hun niet meer te redden kind orgaandonor is. In de Verenigde Staten sterft een kwart van de kinderen die op de wachtlijst voor een harttransplantatie staat. De eerste harttransplantaties bij kinderen zijn 20 jaar geleden uitgevoerd. De helft van de getransplanteerde kinderen leeft langer dan 15 jaar.