Wie gaat Medvedevs Rusland nu stoppen?

Het is duidelijk dat Rusland zijn invloedssfeer met militair geweld wil verdedigen.

Wat stelt het Westen daar tegenover? De EU? De OVSE?

Wie gaat Medvedevs Rusland nu stoppen? Illustratie Merlijn Draisma Draisma, Merlijn

Weliswaar heeft de Russische president Medvedev, de buikspreker van premier Poetin, dinsdag besloten het offensief tegen Georgië te stoppen, maar met het militaire optreden in Zuid-Ossetië en Abchazië heeft Rusland het Westen een duidelijk signaal gegeven. Rusland wil zijn invloedssfeer met militair geweld verdedigen.

Het Westen treft daarvoor ook blaam. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is het beleid van de Europese Unie en de NAVO erop gericht de Oost-Europese landen in haar gemeenschap op te nemen. De uitbreiding van de NAVO, in het bijzonder die van de Baltische Staten, heeft bij de Russische machthebbers kwaad bloed gezet.

Ook de massieve Westerse steun voor de onafhankelijkheid van Kosovo zijn de Russen niet vergeten. Nu het Westen zijn invloedssfeer wil uitbreiden naar Oekraïne en de Kaukasus, trekt Rusland een krijtstreep.

Rusland is onder leiding van voormalig president Poetin als een zelfverzekerde grootmacht teruggekeerd op het wereldtoneel. West-Europa maakt zich op energiegebied steeds meer afhankelijk van Rusland. Hiermee wordt ook onze welvaart en economie afhankelijk van de Russische machtspolitiek. Het valt dan ook te verwachten dat de Russische politiek-militaire macht de komende jaren gestaag aan invloed zal winnen.

Het conflict heeft ook aangetoond dat de veiligheidsinstituties een grootmacht als Rusland niet tot de orde kunnen roepen. Hun optreden illustreert hun zwakheid en verdeeldheid. De Organisatie voor Vrede en Veiligheid in Europa (OVSE) waar alle West-Europese landen, maar ook Rusland en Georgië deel van uitmaken, speelt geen rol van betekenis. Het Handvest van Parijs dat er van uit gaat dat geschillen tussen staten op vreedzame wijze worden opgelost, is een loos document gebleken. De NAVO en de EU komen niet verder dan diplomatieke oproepen en vrijblijvende missies. Ook als het militaire offensief is gestopt – zoals nu het geval lijkt te zijn – zal Rusland doorgaan om zijn politiek-strategische doelen te verwezenlijken. Als dit niet via de diplomatieke weg lukt, is nieuwe inzet van militaire middelen niet uitgesloten.

Ook van de VN kan men in de situatie waarin Russische belangen in het geding zijn, weinig daadkracht verwachten. Rusland zal in de Veiligheidsraad elk besluit dat indruist tegen zijn strategische belangen met een veto blokkeren. Hiermee zijn wij weer terug bij de situatie tijdens de Koude Oorlog, waarbij de Veiligheidsraad werd verlamd door de tegenstellingen tussen de grootmachten.

Ook van de VS valt weinig te verwachten. Het was illustrerend dat op het moment dat de oorlog in Zuid-Ossetië dreigde te escaleren de ‘oude vrienden’, president Bush en premier Poetin, samen aanwezig op de Olympische Spelen in Peking, geen afspraak konden maken over een onmiddellijk staakt-het-vuren. De Amerikaanse politiek wordt beheerst door de presidentsverkiezingen en Bush zal zich niet in een nieuw avontuur storten.

De EU vormt evenmin een machtsfactor van betekenis. Op het moment dat Rusland zich in het conflict mengde, liet EU-voorzitter Sarkozy zich in Peking lachend fotograferen met premier Poetin. Dat de oorlog in Zuid-Ossetië hier niet het gespreksonderwerp was, staat buiten kijf.

Het Russische optreden stelt ook de NAVO op de proef. Men dient op korte termijn een aantal cruciale vragen te beantwoorden. In de eerste plaats: gaat men door met de uitbreiding of zet men een andere koers in? In dat geval wordt het toekomstige lidmaatschap van een aantal landen, waaronder dat van Oekraïne, in de ijskast gezet.

De tweede vraag die – binnenskamers – moet worden beantwoord is of men voldoende is voorbereid landen als Estland, Letland en Litouwen ook daadwerkelijk te verdedigen als het tot Russische provocaties komt. In deze landen zijn geen NAVO-troepen gestationeerd en het ontbreekt aan essentiële militaire infrastructuur.

De derde vraag is of de Oost-Europese NAVO-lidstaten door moeten gaan met de plaatsing van raketten, die deel uitmaken van het Amerikaanse raketschild. In dat geval ligt een scherpe Russische tegenreactie voor de hand. De plaatsing van tactische kernraketten in de Russische enclave Kaliningrad, die op het Westen worden gericht, is hierbij een denkbare optie. Polen zal zich hierdoor bedreigd en geïntimideerd voelen. Hiermee komt de Koude Oorlog in een andere variant weer terug en wordt de oorspronkelijke kerntaak van de NAVO, de verdediging van het bondgenootschappelijk gebied, weer actueel.

De vierde vraag die de NAVO moet beantwoorden is of zij het accent in haar optreden niet meer in balans moet brengen met de actuele situatie. Nu ligt het zwaartepunt volledig bij de vredesmissies buiten het verdragsgebied. De missies in Irak en Afghanistan absorberen praktisch het gehele militaire vermogen. De verdediging van het eigen territoir is op de achtergrond geraakt. Er zullen meer direct inzetbare strijdkrachten in Europa moeten worden gestationeerd. Tegelijkertijd wordt de vraag actueel of de NAVO-landen over voldoende ‘zware’ militaire middelen, kennis en vaardigheden beschikken om de klassieke taak, de verdediging van haar grondgebied, geloofwaardig te kunnen uitvoeren.

Theo van den Doel is veiligheids- en defensiedeskundige. Van 1994 tot 2003 was hij Tweede Kamerlid van de VVD. Als Kamerlid was hij woordvoerder defensie.