Wankele tijd voor wereldeconomie

De Europese economie krimpt, die van Japan ook en die van de VS groeit vooral nog door de lage dollar. Dure olie, inflatie en de kredietcrisis zorgen voor een slecht kwartaal.

Een van de zwartste ochtenden voor de Europese economie sinds begin jaren tachtig, zo mag vanmorgen nu al worden genoemd. Nadat een lawine van gegevens over de economische groei voorbij is gedenderd, blijkt de schade groot.

De Duitse economie kromp met 0,5 procent ten opzichte van het eerste kwartaal van dit jaar, die van Frankrijk met 0,3 procent. Eerder werd al bekend dat de Italiaanse economie ook met 0,3 procent is gekrompen. Spanje liet een minimale groei zien van 0,1 procent, en het Verenigd Koninkrijk groeide met slechts 0,2 procent. De Nederlandse economie blijkt, met een nulgroei, gestagneerd.

Ten opzichte van een jaar geleden zijn de cijfers gunstiger, maar die zeggen meer over het verleden dan over het nu. De groei van kwartaal op kwartaal geeft de dynamiek veel beter weer. Niet voor niets zijn twee achtereenvolgende kwartalen van negatieve groei de definitie van een ‘recessie’.

De kans op zo’n recessie is flink toegenomen, want de reden voor de krimp in het tweede kwartaal zal ook voor de rest van dit jaar gelden. De consumptieve bestedingen, die verreweg het grootste deel uitmaken van het bruto binnenlands product, lijden onder de hoge inflatie van nu 4,2 procent in de eurozone.

De export, die de laatste tijd met name voor Duitsland de motor was van de economische expansie, krijgt alsnog een knauw van de euro, die ten opzichte van vrijwel alle andere belangrijke munten fors is gestegen.

De invloed van de hoge inflatie en de dure euro, die pas sinds vorige week weer wat aan het dalen is, doet zich volgens veel economen ook in de rest van dit jaar gelden, waardoor de kans is toegenomen dat in het nu lopende derde kwartaal ook een krimp plaatsvindt. Dan is de eerste pan-Europese recessie sinds de zware tijden van begin jaren tachtig een feit.

Het spiegelbeeld voltrekt zich in de Verenigde Staten, die zich met de goedkope dollar uit de problemen exporteren. Daar bedroeg de groei nog een redelijke 0,5 procent in het tweede kwartaal, maar die werd vrijwel geheel gedragen door de uitvoer. Maar dat betekent ook dat de VS als exportmarkt geen groeifactor kunnen zijn voor Europa. De binnenlandse dynamiek is in Amerika onder invloed van de kredietcrisis en de dalende huizenprijzen verdwenen. In het laatste kwartaal van vorig jaar was er nog een krimp van het bbp, totdat de exportgroei verlichting bood. Ook Japan maakte gisteren een krimp van de economie bekend, met 0,6 procent van kwartaal op kwartaal.

De Europese krimp, die vanmorgen door de Europese Commissie als geheel werd geschat op 0,2 procent, is gedeeltelijk een terugslag van het ogenschijnlijk nog zeer gunstig eerste kwartaal. Toch eisen de hoge olieprijs, dure euro en de kredietcrisis in Europa hun tol.

Zo belandt het gehele Westen in een fase van stagnatie, terwijl de situatie bij de opkomende industrielanden nog ongewis is. Zij geven over het algemeen geen groeicijfers van kwartaal op kwartaal. Van jaar op jaar gaat het nog steeds voor de wind, met een economische groei in China van 10,1 procent in het tweede kwartaal. Ook hier gaan de prognoses van bijvoorbeeld de OESO en de Aziatische Ontwikkelingsbank echter naar beneden. Maar dan wel tot niveaus waar het Westen alleen maar jaloers op kan zijn, en dit jaar steeds meer zal worden.

Het Internationaal Monetair Fonds, zo stellen analisten van de zakenbank Dresdner Kleinwort, beschouwt een groei van de wereldeconomie van 3 procent of minder als een ‘recessie’. Als ook de opkomende landen ondanks hun hoge groei vaart minderen neemt de kans daarop voor volgend jaar flink toe.