Waar komt applaudisseren vandaan en wie doen het?

De 47-jarige Hagenaar die vorige maand de eerste iPhone in Nederland bemachtigde, werd buiten met applaus onthaald. Opmerkelijk, vond Piet Devos uit Hoofddorp. Waar komt applaus vandaan en hoe wijdverbreid is het?

Lastige vragen. Via piekerende historici, antropologen en theaterwetenschappers komen we uit bij Tom Postmes, hoogleraar sociale psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Naar applaus is nog nauwelijks onderzoek gedaan”, bevestigt Postmes. „We weten dat apen niet applaudisseren. Chimpansees klappen wel hun handen op elkaar, maar alleen individueel, en ook niet als blijk van waardering.”

Toch moet klappen belangrijk zijn voor de sociologie van de mens, meent Postmes: „Het is immers een van de eerste dingen die baby’s leren, nog vóór praten. Voor baby’s is klappen een uiting van sociale interactie en participatie.”

Alternatieven zijn er ook. Zo is het in wetenschappelijke kringen gebruikelijk dat de aanwezigen na een speech of oratie met hun knokkels op tafel kloppen, in plaats van te klappen. En doven wapperen na een optreden dat ze goed vonden hun handen in de lucht.

Wanneer het handgeklap precies is ontstaan, is moeilijk te achterhalen. Bekend is dat in de Romeinse tijd al werd geapplaudisseerd bij publieke bijeenkomsten, zoals bij speeches en voorstellingen in amfitheaters. Overigens vaak door publiek dat hiervoor speciaal werd betaald. Maar of men al vóór die tijd in groepsverband de handen tegen elkaar sloeg, kan niemand bevestigen.

Applaus behoort volgens Postmes níet tot de cultural universals: de sociologische lijst met handelingen en gebruiken die wereldwijd hetzelfde worden geïnterpreteerd. „Maar waar de grens met klappen precies ligt, weet ik niet.”

Een bekend geval van miscommunicatie is de Britse invasie in Tibet, in 1904. Toen de troepen de hoofdstad binnentrokken, ging de bevolking spontaan klappen. Maar in Lhasa geldt applaus – ook nu nog – niet als warm onthaal. Tibetanen klappen om boze geesten te verdrijven.

Janna Laeven

    • Janna Laeven