Soms kom je er sterker uit

Gisteren presenteerde ING de halfjaarcijfers, als één van de laatste AEX-beursfondsen.

De winst daalde minder dan gevreesd. Bedrijven slaan zich door de economische malaise.

Soms kom je er sterker uit. Illustratie Roel Venderbosch Venderbosch, Roel

Een winstdaling van bijna 60 procent, eentje van bijna 50 procent en eentje van ruim 25 procent.

De financieel dienstverleners krijgen in Nederland sinds het uitbreken van de kredietcrisis, nu een jaar geleden, de ene klap na de andere te verwerken. En ook de rest van het Nederlandse bedrijfsleven heeft het zwaar. Bijna dagelijks is er slecht nieuws over de economie. Er zijn de problemen met Amerikaanse hypotheekobligaties waarin werkelijk iedereen blijkt te hebben belegd. Er is de hoge olieprijs. Er zijn de stijgende prijzen van voedsel en grondstoffen.

En nu loopt ook nog de inflatie op, zwakt de economische groei af, stijgt de werkloosheid en staan de bedrijfswinsten onder druk. Vorige week meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat het consumentenvertrouwen in Nederland nog nooit zó scherp is gedaald als nu. Vandaag zal datzelfde CBS bekendmaken hoe het in het tweede kwartaal is gegaan met de Nederlandse economie – en de verwachting is dat dit zal tegenvallen.

Volgens macro-econoom Joost Beaumont van Fortis is de groei in het tweede kwartaal afgenomen tot 0,2 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor. „Dat komt vooral doordat bedrijven minder investeren. Ze hebben te maken met groeiende loonkosten als gevolg van de inflatie. Daardoor houden ze minder geld over.” En dat zou nog wel even kunnen duren. En doordat de inflatie verder oploopt, hebben huishoudens steeds minder te besteden, en verkopen de bedrijven ook nog eens minder, zegt Beaumont.

De economische malaise heeft haar weerslag op bedrijven. Van de 21 beursfondsen die samen de Amsterdamse AEX-index vormen, heeft het merendeel de cijfers over het tweede kwartaal inmiddels bekend gemaakt. De cijfers geven een wisselend beeld: bij Aegon en TNT daalde de winst, bij DSM en Shell steeg die juist.

Hoe kan een bedrijf zich weren tegen de crises. Kortom: hoe slaan bedrijven zich door de belabberde tijden in de Nederlandse economie heen?

1Met pijn en moeite

Banken en verzekeraars, dus ook de Nederlandse, hebben rechtstreeks last van de kredietcrisis. Fortis, Aegon en ING zagen de winst ten opzichte van vorig jaar fors dalen, met respectievelijk 48 procent, 58 procent en, zoals gisteren bleek bij de presentatie van de halfjaarcijfers van ING, ruim 25 procent. Het trio (de een wat meer dan de ander) moest een deel van zijn op Amerikaanse hypotheken gebaseerde obligatieleningen afwaarderen.

Maar bij Fortis had de winstdaling meer te maken met de overname van ABN Amro dan met de kredietcrisis. Bij Aegon was het ook de ongunstige koers van de dollar ten opzichte van de euro. En bij ING was de neergang vooral te danken aan dalende vastgoedprijzen.

Analisten vinden dat het relatief nog best goed gaat met de Nederlandse financiële instellingen. „Ze hebben niet zulke enorme klappen opgelopen als hun grote Amerikaanse of Europese concurrenten”, zegt analist David van der Zande van zakenbank Theodoor Gilissen. Bij die concurrenten ging het soms om tientallen miljarden euro per bank, in Nederland om minder dan 10 miljard bij Fortis, Aegon en ING samen.

En dan zijn er de bedrijven die lijden onder de stijgende prijzen van grondstoffen. Een Nederlands voorbeeld daarvan is chemieconcern Akzo Nobel, dat vooral verf maakt. Als zo’n bedrijf er niet in slaagt de prijsstijging van de grondstoffen door te berekenen aan zijn klanten, dan verdwijnt de winstmarge als sneeuw voor de zon. Akzo had bovendien last van de Amerikaanse hypotheekcrisis. Doordat in de VS de huizenmarkt is vastgelopen, kopen of bouwen mensen daar geen huizen. Daardoor daalt de vraag naar de Akzoverf.

Ten slotte zijn er de makers van machines, zoals de Nederlandse chipmachinefabrikant ASML. De machines levert ASML aan fabrikanten van geheugenchips voor tv’s en pc’s. Maar dergelijke fabrikanten hebben het zwaar en stellen daarom hun investeringen in nieuwe machines een jaartje uit.

Voor al deze bedrijven geldt: de crisis rustig uitzitten en proberen, zoals ING betrekkelijk succesvol deed, van de rommel af te komen op een gunstig moment.

2Door de broekriem aan te halen

Bezuinigen is de gebruikelijke reactie van bedrijven op moeilijke economische omstandigheden. Iedereen kent de missives van de bedrijfstop zodra sombere berichten in de kranten staan: minder uitgaven, minder dure reisjes, minder etentjes.

En ook de klanten bezuinigen in zo’n situatie. Pakjesvervoerder TNT meldde dat er in juni een ‘switchmoment’ was, waarbij klanten massaal van het snelle maar kostbare vervoer per vliegtuig overstapten naar het tragere, maar goedkopere vervoer per vrachtwagen (en daar gaan wij van profiteren, beloofde TNT. Het bedrijf is namelijk relatief sterk in dat soort wegtransport).

Voedingsconcern Unilever liet weten dat klanten in Frankrijk vaker kiezen voor de goedkopere huismerken van de supermarkten, waardoor de groei van Unilever tegenviel. En uitgever Wolters Kluwer merkte dat klanten als zakenbanken bezuinigen op de hoeveelheid informatie die ze bestelden.

Omgekeerd kan het ook: telecombedrijf KPN profiteerde in Duitsland van klanten die goedkoper mobiel wilden bellen, doordat KPN daar actief is met de goedkope ‘prijsbreker’ E-Plus. Dat leverde in één kwartaal 780.000 nieuwe klanten op.

Echte noodmaatregelen kondigden de bedrijven overigens nauwelijks aan. Alleen Air France KLM wil in reactie op de dure kerosine 190 miljoen euro extra bezuinigen, al kon het bedrijf niet meteen aangeven hoe. Bedrijven als KPN en Unilever vertrouwen op bestaande, langlopende ‘herstructureringen’ om hun kostenniveau verder omlaag te brengen. KPN bijvoorbeeld is bezig 4.500 banen te schrappen.

Voordeel voor deze categorie bedrijven is dat de meeste er na een bezuiniging beter uitkomen dan ze erin gingen. Per saldo kan de huidige malaise dus helpen het bedrijf te saneren. Pijnlijk, maar gezond.

3Door producten te maken die NIET conjunctuur gevoelig zijn

Omdat de economie vaak in golven beweegt, proberen bedrijven daarmee rekening te houden. Het kan zelfs een strategische keuze zijn ‘conjunctuur-ongevoelig’ te worden, zoals dat in het jargon heet.

Het beste voorbeeld is chemiebedrijf DSM, dat de afgelopen jaren forse veranderingen doorvoerde. De divisie bulk-chemie, die erg afhankelijk is van de prijs van olie als belangrijkste grondstof, is verkocht. DSM specialiseerde zich in producten als vitamines, die het bedrijf vervolgens levert aan fabrikanten van voedingssupplementen en medicijnen.

Dat pakte het afgelopen kwartaal heel goed uit, waardoor de winst verviervoudigde van 47 naar 193 miljoen euro. 2008 wordt een recordjaar, luidt de voorspelling.

Dezelfde strategie volgt ook uitgever Reed Elsevier. De enige divisie die nog echt gevoelig is voor de conjunctuur – een aantal tijdschriften dat voor de inkomsten afhankelijk is van adverteerders – is te koop gezet. Het bedrijf houdt wel vast aan zijn tijdschriften en databases voor wetenschappers en juristen: dat zijn voor die beroepsgroepen must have-uitgaven.

De conclusie dat elk bedrijf dan maar zo ongevoelig mogelijk moet zien te worden voor de conjunctuur, houdt geen stand. Verf heb je nu eenmaal eens in de zoveel tijd nodig. En een weekblad op zijn tijd mag dan nu als overbodige luxe worden gezien, dat kan over een paar maanden weer heel anders zijn.

4Door uit te wijken naar de opkomende markten

Wie in de problemen komt op de thuismarkt, zoals Europa en de Verenigde Staten, kan altijd nog uitwijken naar onontgonnen terrein. Steeds meer bedrijven richten zich op ‘opkomende markten’ als China, India, Brazilië en Rusland. De economie in die landen groeit als kool. Er wonen vele miljoenen mensen, die ook nog eens ieder jaar iets rijker worden.

De topmannen vertellen graag hoe goed het er gaat. Hapert de motor van TNT in Europa? In China is de groei enorm?! En de fraaie kwartaalcijfers van elektronicaconcern Philips steunden vooral op de verkoop van lampen in Azië en Latijns-Amerika.

Ook Oost-Europa is een aantrekkelijk jachtterrein, zeker nu steeds meer landen daar deel uitmaken van de Europese Unie (waarmee handelsbarrières verdwijnen). De nieuwe topman van Aegon, Alexander Wynaendts, zei bij de presentatie van de halfjaarcijfers dat zijn bedrijf de komende jaren vooral wil groeien in Oost-Europa, Latijns-Amerika en Azië.

Dit ontsnappingsgedrag heeft ook nadelen. Allereerst is het niet voor iedereen weggelegd. De spreekwoordelijke kapper, bakker of fietsenmaker heeft niets te zoeken in India. Daarbij zijn veel van de opkomende markten economisch gezien misschien aantrekkelijk, politiek stabiel zijn ze vaak niet echt, met alle risico’s van dien.

5Een crisis schept ook kansen

De kredietcrisis en de hoge olieprijs scheppen ook kansen voor bedrijven. Zo profiteert het Nederlands-Britse energieconcern Shell van de hoge olieprijs: het boekte in het tweede kwartaal een recordwinst van meer dan 8 miljard dollar. Shell kan daardoor komend jaar 35 miljard dollar investeren in de zoektocht naar nieuwe olie- en gasreserves: een verdubbeling ten opzichte van 2007. Dat was tien jaar geleden, toen de olieprijs onder de 10 dollar per vat lag, ondenkbaar.

Voor staalconcern Arcelor Mittal geldt iets soortgelijks. Het bedrijf, dat zelf enkele ertsmijnen bezit, profiteert van de hoge prijzen van grondstoffen en constructiematerialen. Met de gigawinsten kan Arcelor Mittal vervolgens investeren in nieuwe mijnen, zodat weer winsten voor de toekomst verzekerd worden.

Ook in de financiële sector is het niet alleen maar kommer en kwel. Als gevolg van de kredietcrisis is de waarde van veel banken en verzekeraars gedaald. Dat biedt kansen voor overnames door de financieel dienstverleners die er betrekkelijk goed vanaf zijn gekomen.

Zo meldde Aegon bij de presentatie van de halfjaarcijfers dat het bedrijf „zeer actief” zoekt naar een aantal overnames in opkomende markten en in Spanje.