Sjevardnadze: Saaka had me kunnen bellen voor advies

Het Kaukasus-conflict was onnodig, zegt de Georgische ex-president Sjevardnadze.

Hij noemt het optreden van zijn opvolger Saakasjvili een ‘grote blunder’.

Het verrast Edoeard Sjevardnadze niet dat de Russen gisteren plotseling de kanonnen weer lieten zwijgen.

Natuurlijk, ook hij voelde de spanning onder de mensen in zijn woonplaats Tbilisi. Sommigen waren er zelfs van overtuigd dat de Russische tanks elke moment de stad konden binnenrijden. Maar dat heeft de Georgische oud-president en -minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie onder Michail Gorbatsjov, nooit geloofd. „Het is niet in het belang van Rusland om Tbilisi te bezetten. Dat zou de verhouding met de rest van de wereld ernstig schaden.”

De inmiddels 80-jarige Sjevardnadze ziet er vermoeid uit. Hij heeft de afgelopen nachten nauwelijks geslapen. Zijn nachten bracht hij ijsberend door in zijn werkkamer met een half oog gericht op de televisie. „Het doet veel verdriet als je weet dat er slachtoffers vallen en zoveel mensen moeten vluchten.’’ Bedachtzaam vouwt hij zijn handen ineen.

Hij is verbijsterd dat het zover is gekomen, begrijpt het nog steeds niet. Noch de volgens hem ondoordachte militaire ingreep van president Saakasjvili in Zuid-Ossetie, noch het militaire spierballenvertoon van Rusland.„Een blunder”, noemt Sjevardnadze de actie van de Georgische president. „Saakasjvili had iets anders moeten verzinnen om aandacht te krijgen”, zegt hij. „We weten al meer dan vijftien jaar dat Zuid-Ossetië een gebied is waar je met geweld niets oplost. Praten is de enige manier om ze bij Georgië te houden en de vrede te bewaren.”

Ook militair-strategisch heeft Saakasjvili volgens Sjevardnadze grote fouten gemaakt. „Het was een slecht voorbereide actie. Hij had moeten weten dat hij de Roka-tunnel [de doorgang van Zuid-Ossetie naar Rusland – red.] had moeten blokkeren. Dat heeft hij nagelaten. Hij had me kunnen bellen voor advies. Dat heeft hij niet gedaan. Een militaire operatie had ik hem zeker afgeraden.”

Edoeard Sjevardnadze weet waar hij over praat. In 1992 werd hij tot president van Georgië gekozen, nadat zijn voorganger Gamsachoerdia was afgezet. Die was een oorlog begonnen in Zuid-Ossetië omdat de opstandige regio zich van Georgië wilde afscheiden. Het gebied had eenzijdig de onafhankelijkheid uitgeroepen, die overigens door geen enkel land werd erkend. Zelfs niet door Rusland dat Zuid-Ossetië wel financieel en politiek steunde en de Zuid-Osseten deels ook van Russische paspoorten voorzag. Sjevardnadze kreeg ook te maken met een oorlog in Abchazië, waar separatisten Georgische troepen verjoegen. In 1994 tekenden de regering in Tbilisi en de Abchazische separatisten een staakt-het-vuren.

Volgens Sjevardnadze is het zijn voorganger Gamsachoerdia geweest die de aanzet heeft gegeven tot de vijandigheid van de Zuid-Osseten. „Het is een historische fout geweest dat hij die oorlog in Zuid-Ossetië is begonnen”, aldus de oud-president. „Zodra ik gekozen was heb ik meteen excuses aangeboden aan zowel de Zuid-Osseten als de Georgiërs in Zuid-Ossetië. Maar er was toen al zo veel kapot. Die wonden zijn nu weer ruw opengereten. Het gaat veel tijd kosten voordat dat weer goed komt.”

Niettemin zou het voor Sjevardnadze onacceptabel zijn als Zuid-Ossetië en Abchazië zich definitief van Georgië zouden afscheiden. „Dat kan niet. We horen al eeuwen bij elkaar en hebben veel gemeen: onze cultuur en onze tradities. Bovendien zijn we bloedverwanten.”

Sjevardnadze, die als minister van Buitenlandse Zaken tijdens de perestrojka van Gorbatsjov groot aanzien verwierf, viel van zijn voetstuk toen Georgië onder zijn leiding in anarchie belandde. De criminaliteit groeide snel, evenals de corruptie en de armoede onder de bevolking. Het leidde tot zijn val in 2003. „Ik heb fouten gemaakt”, zegt Sjevardnadze nu. „De grootste fout die ik gemaakt heb, is om terug te gaan naar Georgië en hier president te worden. Ik had alles in Moskou: respect, een goed salaris en een mooi huis. Hier trof ik een verscheurd en verdeeld land aan. Het was te veel en te moeilijk om allemaal op te lossen.”

    • Jan-Pieter Visschers