Samengeraapte metamorfe monsters in Beelden aan Zee

Tentoonstelling: ‘Against nature’: de hybride in de moderne beeldhouwkunst. T/m 7/9 in Beelden aan Zee, Harteveltstraat 1, Scheveningen; beeldenaanzee.nl

De tentoonstelling Against nature in Museum Beelden aan Zee in Scheveningen is gebaseerd op een idee. Dat geldt voor de meeste tentoonstellingen, maar in dit geval ligt het idee er wel heel dik bovenop. De grote zaal van het museum staat stampvol beelden die tussen 1884 en 2007 gemaakt zijn en waarin, volgens de catalogus, ‘de sculptuur werd losgekoppeld van de menselijke gestalte (...) doordat men die ging combineren met de dierlijke, plantaardige en mechanische wereld.’

De inrichting is op deze driedeling gebaseerd. Links staan de ‘moderne monsters’, waarmee figuren worden bedoeld die iets industrieels hebben, iets machinaals. In het midden staan de ‘metamorfe wezens’; figuren die van gedaante zijn veranderd, meestal in de richting van iets dierlijks. Rechts staat de ‘hortisculptuur’, waarin mensen vergroeid zijn met planten of planten menselijke trekjes hebben gekregen.

Het concept is bedacht door twee conservatoren van het Henry Moore Institute in Leeds, waar dit voorjaar al twintig van de beelden te zien waren. In Scheveningen is die groep aangevuld met ruim twintig werken uit de eigen collectie. Die werken moesten natuurlijk wel binnen het concept van de Engelsen gedacht kunnen worden, maar dat was niet zo moeilijk. In een tentoonstelling over ‘de hybride vormen in de moderne beeldhouwkunst’ kun je eigenlijk elke gedeformeerde, half-abstracte figuur wel kwijt – en daar is de twintigste-eeuwse beeldhouwkunst van vergeven.

Des te gekker is het dat je als bezoeker, ondanks het oneindig breed te interpreteren uitgangspunt, toch nog op allerlei inconsequenties stuit. Die hebben vooral met de driedeling te maken. Want waarom staat Bourdelles klassieke Stervende centaur (1914) bij de moderne monsters, en niet tussen de andere fabeldieren bij de metamorfe wezens? En wat doet de Hybris (1964) van André Masson – een soort brons geworden groeisel waarin met enige moeite ledematen en een schreeuwende kop te ontwaren zijn – tussen de metamorfe wezens als er ook een afdeling hortisculptuur is? Isamu Noguchi’s robotachtige Strange bird (1945) staat wel bij die hortisculptuur, maar had misschien beter tussen de moderne monsters gepast. De driedeling schiet tekort en waarschijnlijk komt dat omdat het idee erachter rammelt.

Against nature is een tentoonstelling als een essay: associatief, betogend, uitnodigend tot meedenken met de samenstellers. Dat kan leuk uitpakken, maar wordt irritant als je de gedachtengangen niet kunt volgen of het ermee oneens bent.

Gelukkig kun je zo’n concept altijd nog zien als excuus om gewoon een stel mooie beelden bij elkaar te zetten. Er zijn in Scheveningen veel bijzondere bruiklenen te zien, uit het MOMA in New York bijvoorbeeld, het Parijse Musée d’Orsay en de Nationalgalerie in Berlijn. Een van de aardigste en meest toepasselijke beelden komt intussen uit de verzameling van Museum Beelden aan Zee zelf. De Limburgse schilder en beeldhouwer Antoine Berghs gaf de wat geforceerde titel = passage (1999) aan een helder beeld van een geknielde houten figuur die op het eerste gezicht nogal vreemde armbewegingen zit te maken. Maar door de felle theaterspot die het beeld uitlicht wordt al gauw duidelijk waarom die jongen dat doet: in de schaduw van zijn armen op de muur is duidelijk de vorm van een zwaan te herkennen. Ziedaar een opwekkend voorbeeld van een kunstwerk dat traditioneel en hedendaags tegelijk is, een originele interpretatie van een eeuwenoud thema in de kunst, de metamorfose. Mens wordt dier. In Against nature is het beeld ondergebracht bij de metamorfe wezens en daar is nu eens geen speld tussen te krijgen.

    • Gijsbert van der Wal