Rode Poncho’s staan klaar om Morales te verdedigen

Naar eigen zeggen zijn de Ponchos Rojos in Bolivia met 80.000 tot 100.000 man. De paramilitaire organisatie zal de wil van het volk verdedigen, desnoods met geweld.

De Ponchos Rojos op een bijeenkomst vorige maand, waar zij wapens inleverden in ruil voor vee. Foto AFP Bolivian "Ponchos Rojos" members -indigenous Aymara native militiamen- sing the national anthem during the handing in of arms on July 9, 2008 in Ancoraime, 160 km northwest of La Paz. The Ministry of Defense and the Army agreed with peasants the handing in of 9 Mauser rifles from the decade of the 30's and a Browning machine gun from 1945. The peasants had inherited the arms from their family members who had them from a revolution since the decade of the 50's. AFP PHOTO/Aizar Raldes AFP

Bernabé Gutierrez doet geheimzinnig als het onderwerp ‘wapens’ ter sprake komt. Op het Plaza Principal van het stadje Achacachi zet hij eerst even zijn hoed recht. Dan vervolgt hij samenzweerderig: „Er zijn wapens, maar verder kan ik er niets over zeggen.” Maar Gutierrez zegt ook: „Wij zullen het inheemse ideaal met ons leven verdedigen als het moet.”

Achacachi is een bolwerk van militante Aymara-indianen, beter bekend als de Ponchos Rojos (Rode Poncho’s). Deze beruchte paramilitaire organisatie speelde in oktober 2003 een belangrijke rol in de vaak gewelddadige protesten tegen de toenmalige president, Gonzalez Sánchez de Lozada. Na eindeloze demonstraties en botsingen met het leger, waarbij tientallen doden vielen, moest Lozada het land ontvluchten.

Achacachi ligt op bijna vierduizend meter hoogte en ruim negentig kilometer afstand van de Boliviaanse regeringsstad La Paz. Gutierrez, 36 jaar, is de lokale leider van de Ponchos Rojos. Een poncho of cape heeft hij niet om, wel een rode jas. Rood is een kleur in de cultuur van de Andes die gebruikt wordt voor speciale aangelegenheden: oorlog en het huwelijk. Nee, Gutierrez is niet op weg naar een bruiloft.

Om de schouder van de leider hangt de traditionele zweep, met het ijzeren handvat. Hij zegt: „Bolivia beleeft historische tijden sinds de benoeming van Evo Morales tot president (ook een Aymara-indiaan, red). Als het nodig is, nemen we de wapens op om zijn beleid te verdedigen. Niemand kan ons stoppen.”

De Ponchos Rojos zeggen te beschikken over tussen 80.000 tot 100.000 man, ook wel het leger van het volk genoemd. Vaststaat dat de organisatie een lappendeken is van verschillende groepen verspreid over het land, maar wordt gecoördineerd vanuit de provincie Omasuyos, waarvan Achacachi de hoofdstad is. De Ponchos Rojos zijn ook gelieerd aan de partij van president Morales, de Beweging naar het Socialisme (MAS).

De strijdvaardige taal van Gutierrez heeft alles te maken met de gespannen toestand in Bolivia. Afgelopen zondag kreeg president Morales weliswaar overtuigende steun, via een referendum, voor zijn politiek, maar zijn tegenstanders ook. In het plebisciet stond het functioneren van de president en een achttal gouverneurs centraal. Vier gouverneurs, van departementen die streven naar meer autonomie ten opzichte van de centrale regering, kregen eveneens massaal steun, zo bleek na de stemming, voor hun beleid.

Voor aanhangers van Morales zijn de vier departementen, waaronder Santa Cruz en Tarija, uit op ondermijning van het gezag van de president. Vooral Rúben Costas, de gouverneur van Santa Cruz en het gezicht van de regionale opstand tegen La Paz, wordt gezien als de boosdoener. Het referendum heeft het conflict op scherp gezet.

Eind vorige maand gaven de Ponchos Rojos alvast een waarschuwing. Op een sacrale plek buiten Achacachi hingen ze twee levende honden op, die met stokken werden geslagen, waarna hun koppen er af werden gehakt. „Zo zullen de honden van de halve maan lijden”, luidde de waarschuwing. Met de halve maan bedoelen zij de vier rebelse departementen, die zo ook wel worden genoemd wegens hun geografische ligging in Bolivia.

In Achacachi schijnt de zon en hangt niettemin een gemoedelijke sfeer. Op het plein in het centrum is een markt gaande. Blanken zijn er niet te zien. Hier wonen alleen indianen. En iedereen is trots op Evo, zoals de president in de volksmond wordt genoemd. Bernabé Gutierrez zegt: „De indianen van het Andesgebied hebben lang moeten wachten op een eigen president. Daarom kunnen wij nooit toestaan dat departementen als Santa Cruz zich tegen de wil van het volk verzetten.”

Volgens Rufo Janarico Chura, een voormalige leider van de Ponchos Rojos, is de indiaan Paulino Quispe Huallpa een belangrijk symbolisch figuur voor de beweging. Die zou in de jaren vijftig verantwoordelijk zijn geweest voor de moord op een Boliviaanse minister, die verantwoordelijk was voor inheemse zaken. „Paulino kwam in opstand, was een held voor de indianen en hij droeg een rode poncho”, vertelt Janarico Chura.

Als het verzet tegen president Sánchez de Lozada in 2003 ter sprake komt, kijkt de 48-jarige indiaan melancholisch. Zijn ogen beginnen te glimmen. Vanuit Achacachi bereidden de Ponchos Rojos hun ‘aanval’ op La Paz voor. In de regeringstad waren grote protesten gaande, van cocaboeren, arbeiders en andere groepen, tegen plannen van president Lozada om gas te exporteren naar Mexico en de Verenigde Staten. „Hij deed niets voor de armen. Wij zijn daarom gaan helpen.”

De Ponchos Rojos blokkeerden belangrijke doorvoerwegen, terwijl ze tevens in vrachtwagens van verschillende kanten naar La Paz trokken. Hun wapens: stokken, slingers met stenen en Mausers, oude Duitse geweren die na één keer schieten opnieuw moesten worden geladen. „We hielden rekening met een burgeroorlog, maar we hebben hem weg gekregen.” Lozada wist destijds te ontsnappen via het welvarende departement, Santa Cruz, waar hij wel populair was.

Na veel kritiek op de organisatie zegden de Ponchos Rojos toe de wapens neer te leggen. Aanvankelijk had Morales hen nog aangewezen als verdedigers van de eenheid van Bolivia, naast het nationale leger, maar hij moest hier op terugkomen. Een programma waarbij de indianen hun wapens kunnen inruilen voor vee volgde.

In het gemeentehuis van Achacachi hangt een krantenknipsel met een foto van enkele Ponchos Rojos, mannen met bivakmutsen, die hun wapens inleveren in La Paz. Janarico Chura zegt: „Verraders. Toen wij daar achter kwamen, zijn we boos geworden. We hebben die wapens teruggeëist bij het ministerie van Defensie.”

Hoewel de beweging voornamelijk bestaat uit gewone boeren, zijn er ook indianen bij die in Peru lid zijn geweest van guerrillabeweging het Lichtend Pad. De organisatie heeft nu ook modernere wapens. Janarico Chura zegt: „Die hebben we gekregen van jongens die dienstplicht hebben gedaan in het Boliviaanse leger. Zij hebben de wapens van het leger gewoon mee naar huis genomen. Iedereen is op dit moment alert. Wij overwegen naar Santa Cruz te gaan om ze daar een lesje te leren.”

    • Philip de Wit