Premier krijgt gevoel bij topsport

Nederland wil in 2028 graag de Spelen organiseren.

Daar is veel geld voor nodig, en dan is het goed dat de politiek een sportgevoel heeft.

De investeringen in de Nederlandse sport gaan de komende decennia aanzienlijk omhoog. Dat is de overtuiging van Theo Fledderus, algemeen directeur van sportkoepel NOC*NSF, na het vijfdaagse bezoek van premier Jan Peter Balkenende aan de Olympische Spelen in Peking.

Fledderus baseert zijn mening niet op harde toezeggingen, maar op informele gesprekken met de minister-president en het „goede gevoel” dat daarin is overgebracht. „Wij waren aangenaam verrast dat Balkenende zo’n lange periode de Olympische Spelen bijwoonde. Hij was de eerste premier die dat deed. Op eigen verzoek. Hij bezocht wedstrijden, sprak met sporters en coaches, keek rond in het olympisch dorp, vertoefde in het Holland Huis en hield een speech bij een conferentie over de maatschappelijke waarde van sport. We hadden verwacht dat hij zich zou beperken tot wat positieve woorden, maar hij hield een heel inhoudelijke toespraak.”

Volgens Fledderus blijkt uit die houding dat Balkenende betrokken is bij de ambitieuze plannen van NOC*NSF om van Nederland een hoogwaardig sportland te maken. De sportkoepel onderzoekt de mogelijkheid in 2028 de Spelen naar Nederland te halen, maar wil als basis eerst het sportklimaat op olympisch niveau brengen. Dat geldt voor trainings- en wedstrijdaccommodaties, maar ook voor het sportbeleid. Naast het bedrijfsleven moet de overheid de belangrijkste partner worden.

Die professionalisering van de sport vergt bijzonder grote investeringen. Organisatie van de Olympische Spelen kost vandaag de dag zo’n drie miljard euro, de planologische, infrastructurele en veiligheidskosten niet meegerekend. Het is duidelijk dat realisatie van die plannen een ingrijpende aanpassing van het sportbeleid in Nederland zal vergen. En in dat geval kan niet worden volstaan met het huidige budget van 120 miljoen euro.

Om het kabinet mee te krijgen moeten de geesten rijp worden gemaakt. NOC*NSF steekt dan ook veel energie in die taak. Nadat eerder dit jaar een bijeenkomst werd gehouden met de secretarissen-generaal van alle departementen, voerde de sportkoepel een maand geleden overleg over het ‘Olympisch Plan 2028’ met de bewindslieden Balkenende, Wouter Bos (PvdA, Financiën), Jet Bussemaker (PvdA, Sport), Maria van der Hoeven (CDA, Economische Zaken) en Gerda Verburg (CDA, Landbouw).

Volgens Fledderus verliepen die gesprekken positief en zijn de olympische plannen in Den Haag enthousiast ontvangen. Maar de kassa rinkelt nog niet. „Dat verwachten we ook niet. We willen eerst een gemeenschappelijk gevoel creëren om het nut van investeringen in de sport aan te tonen. Maar uiteindelijk zal het kabinet een grote stap moeten maken. Dan praat je over bedragen van een andere orde dan de vier miljoen extra die minister Bussemaker in Peking heeft toegezegd om talenten een duwtje te geven.”

Het bezoek van Balkenende ervoer Fledderus als nuttig, omdat de premier nu een nieuw gevoel bij sport heeft gekregen. Fledderus: „Je kunt met elkaar over de maatschappelijke betekenis van sport praten, maar in Peking proef je de praktijk. Balkenende voelde hier de spanning, zag de vreugde, de gezichten van medaillewinnaars en welk effect goede sportprestaties op de fans hebben. Het overbrengen van dat gevoel was vooral waardevol.”

Daarnaast kreeg Balkenende alle gelegenheid met topmensen uit het Nederlandse bedrijfsleven te praten, want die zijn in Peking ruimschoots vertegenwoordigd. Deels als bestuurslid van NOC*NSF, zoals Air France/KLM-topman Leo van Wijk. Maar ook als sponsor of uit persoonlijke belangstelling.

Het trefpunt is het Holland Huis, dat behalve tot een feesttent voor fans is uitgegroeid tot een platform voor zakenlieden en beleidsmakers.

    • Henk Stouwdam