Joint ventures mislukken niet altijd

Is teamwerk echt een zegen als het om grote bedrijven gaat? Bertelsmann en BP hebben redenen genoeg om het tegendeel te beweren. Beide concerns zagen hun grote joint ventures in alle openbaarheid afbladderen. Degenen die zich te veel vrijheid permitteren, wachten valkuilen.

Een botsing van bedrijfsculturen heeft de volstrekt gelijkwaardige joint venture tussen de Duitse mediafirma Bertelsmann en het Japanse Sony parten gespeeld. De twee partners in Sony BMG hebben vrijwel vanaf het begin geruzied over de vraag wie het concern zou besturen, en de joint venture begon al snel marktaandeel te verliezen. Nu heeft Bertelsmann zich helemaal uit het bedrijf teruggetrokken en zijn belang, dat aanvankelijk 2,5 miljard dollar (1,7 miljard euro) waard was, voor slechts 900 miljoen dollar verkocht.

Voor BP is het probleem er één van ambitie. De Russische partners van de Britse oliemaatschappij willen TNK-BP ook buiten Rusland en Oekraïne laten groeien. Maar dat zou het bedrijf in conflict kunnen brengen met het moederconcern BP. De twee ondernemingen verschilden ook van mening over de dividenduitkeringen van TNK-BP. De atmosfeer is nu zo vergiftigd dat topman Robert Dudley Rusland is ontvlucht.

Zulke mislukkingen hebben de Britse supermarktgigant Tesco niet kunnen afschrikken. Die is een verbond aangegaan met het ambitieuze Indiase conglomeraat Tata om te proberen de Indiase detailhandelsmarkt van 350 miljard dollar open te breken. Maar dit huwelijk lijkt grotendeels bedoeld om India’s beperkende regels voor buitenlandse detailhandelsconcerns te omzeilen. Als de regels zouden worden versoepeld, zouden beide partijen waarschijnlijk hun eigen weg willen gaan.

Joint ventures zijn niet altijd een recept voor onenigheid. Mijnbouw- en oliemaatschappijen kennen soms lange geschiedenissen van joint ventures. Maar die hebben meestal een heldere en eenvoudige structuur. Doorgaans brengt de ene partner het eigendom van het bezit in, en de andere de kennis om de delfstof uit de grond te krijgen, waarna ze beide vrolijk in de winst delen.

En zelfs als de partners concurrenten zijn, kunnen joint ventures werken – zolang duidelijk is wie de baas is. Ondanks het feit dat ze in Londen in een bittere overnamestrijd zijn verwikkeld, bezitten BHP Billiton en Rio Tinto samen een succesvolle koperonderneming in Chili, omdat BHP ondubbelzinnig aan de touwtjes trekt bij de mijn. JPMorgan en Cazenove hebben hun gezamenlijke onderneming in de bankensector vrij kunnen houden van conflicten dankzij de omvang van JPMorgan, en een duidelijke afspraak om Cazenove in 2010 uit te kopen.

Sony BMG en TNK BP hadden misschien minder problemen gekend als een van beide een eenvoudige meerderheid in de joint venture had gekregen. De aandeelhouders van Tesco zouden iets meer helderheid ook wel op prijs stellen. Bij zogenaamde ‘huwelijken tussen gelijken’ komt na verloop van tijd meestal een van beide partners bovendrijven.

    • John Foley