Jaloezie op het vrijbuitersbestaan

nrc.next-redacteuren nemen de bus, stoomtrein, tram of metro en stappen uit bij een halte ergens in Nederland.

Vandaag Amsterdam: vrijplaats ‘oog van de orkaan’.

Foto David Galjaard en Christian van der Kooy Galjaard, David;Kooy, Christian van de

In het Oog van de Orkaan spelen kinderen in het gras, hupsen vogels over straat en roesten uitgebrande olievaten weg tussen bomen, barakken, afgedankte kunst en een oude Chevrolet. Op de achtergrond, ver weg, klinkt het geruis van de A4.

„Voor jou zou het ook goed zijn”, zegt Thijs, als hij het sleutelen aan zijn auto even is gestopt. „Hier heb je iets meer de illusie van vrijheid. Iets meer dan buiten. Honderd man. Samen moet je het rooien. En iedereen heeft hetzelfde stemrecht, dus iedereen is gelijk.”

Te midden van oprukkende businessparken, Schiphol, sportvelden en een snelweg, van een nieuwbouwwijk, een jachthaven, het Amsterdamse Bos, een golfpark en een verrijzende Zuid-As, te midden van nagelbijtende projectontwikkelaars en wilde ondernemersplannen, ligt oud-legerbasis en thans kunstenaarscomplex Nieuw en Meer. Een vrijplaats, ‘luwteplek’. Of, zoals de bewoners het noemen: het Oog van de Orkaan. Vier voetbalvelden groot, verscholen achter bomen, op zo’n tien minuten loopafstand van eindhalte tramlijn 2.

Twee kinderen op de fiets stoppen voor zijn barak. Thijs keert zich om.

„Is Sjonnie hier?”

„Nee, die is spelen bij een vriendje.”

„Er zijn mensen die in een maquette willen leven”, vervolgt hij. „Dan doe je dat. Maar hier kan iedereen zijn eigen ding doen. Voor kinderen is het geweldig. Voor ouderen trouwens ook.”

Thijs, 49 en ongeschoren, woont in een van de barakken die ooit dienst deden als munitiedepot van de landmacht. Hij is kunstenaar. Maar heeft al jaren niets gemaakt. Nu geniet hij van zijn vrijheid. „Je weet nooit hoe lang het duurt.”

In zijn barak is het momenteel „een beetje een chaos”. Honderd vierkante meter spullen. Van speelgoedauto’s tot vishengels, golfclubs, zitbanken en vuile was. Op elkaar gestapeld als op de vuilnisbelt. Een glooiend landschap, met toppen die reiken tot aan het plafond. Na een korte stilte: „Het is maar net op welk moment je in het leven hier binnenstapt.”

Twintig jaar woont hij nu hier. Sinds 1988. Zo’n dertig man namen er hun intrek nadat de ME het kraakpand aan de Amsterdamse Conradstraat had belegerd en ontruimd. De ontruiming verliep ludiek, vertelt Thijs. Het fort dat ze hadden gemaakt was een mooi verdedigingswerk. Met autobanden en een koelkast op het dak; geen echte, maar eentje van piepschuim. „Het was spektakel. Maar ook vooral theater. Theater zonder agressie. Want je wist toch wel hoe het afliep.”

Toen de krakers zich hier vestigden, stond het terrein al 25 jaar leeg. Op één zwerver na. Die was zo geschrokken dat hij zich had verstopt en pas na twee weken plotseling opdook. De begintijd was spannend. Er moest nog veel worden bevochten en er werd veel gefeest. Vooral in de eigen Bullshitbar, waar het publiek zo nu en dan een harde ‘boink’ hoorde. Teken dat er weer iemand stomdronken met z’n hoofd tegen de verwarmingsbuizen onderaan de trap was gevallen.

Maar langzaam veranderde er iets. Jarenlang was Nieuw en Meer een maatschappij op zich. Totdat de krakers in 1991 van de gemeente een erfpachtvergunning kregen. Ze mogen het terrein tot 2041 blijven huren. Een overwinning, natuurlijk. Maar wat valt er, als alles al is overwonnen, nu nog samen te winnen? Het is individueler geworden, vindt Thijs. Meer en meer gaat iedereen zijn eigen gang. En er zijn kleine bedrijfjes gekomen. „Je zal hier nu vast de prachtigste badkamers vinden.”

Is hier van het krakersgevoel dan niets meer over? Jawel. Maar het wérkelijke oog van de orkaan, vertelt een van de bewoners, ligt even verderop. „Onder de brug met de bocht mee naar rechts en dan de tweede links. Daar wonen de échte bedreigden.”

Het is even zoeken, maar dan doemt het op: een kazerne, gelegen op een heuvel in het groen. Het Sprookjesbos van de Efteling in het wild. Met overal felgekleurde meubelen, kinderfietsen, kratjes pils, houtsculpturen en een heuse totempaal. Het bakstenen gebouw ligt aan een doodlopende weg en is uitgebreid met zelfgebouwde, houten veranda’s. Alleen het uitzicht op twee gigantische zendmasten van Luchtverkeersleiding Nederland herinnert aan een andere wereld.

„Als je hier de radio aanzet, hoor je constant het gelul van piloten”, zegt een blonde man met half lang haar, rokend op een bankje tussen de kippen. Hij heet Robin, is 38, verdient zijn geld als belichter en woont al negentien jaar in de kazerne. De laatste jaren met vrouw en twee kinderen.

Het gebouw, vertelt hij, is gebouwd rond 1900, was onderdeel van de verdedigingslinie van Amsterdam en kwam later in handen van Rijkswaterstaat. Die wilde het platgooien ter verbreding van de A4, maar dat is nooit gebeurd. Nog altijd verandert om de tien jaar het bestemmingsplan. Zekerheid is er dus niet. „Je weet nooit wat het bestemmingsplan zal brengen.”

Moeten we jaloers zijn op zijn vrijbuiterbestaan? Robin aarzelt. „Je hebt hier ruimte en vrijheid: geen parkeervergunningen, geen wachtlijsten, geen gemeentebelastingen, geen reclamefolders en niemand die je op de vingers tikt als je de vuilnis te vroeg buiten zet.” Op de reiniging, de postbode en een enkele ‘fortofiel’ op excursie na, komt hier vrijwel niemand. Politie? „De meeste agenten kennen dit niet eens.”

Anderzijds: „Je bent áltijd met je huis bezig. En moet je alles zelf doen: zelf gasflessen halen en zorgen dat je genoeg hout hebt voor de winter. Toen ik hier kwam wonen gierde de wind door het huis.”

Ook waren er perioden met hoogoplopende ruzies, vertelt vriendin Marije vanachter het fornuis. Burenconflicten over muziekoverlast en over de verdeling van de ruimte. Dat was lastig, want alles moest in eigen kring worden opgelost. Robin: „We hebben weinig contact met de gemeente en dat willen we natuurlijk graag zo houden.”

Inmiddels is de rust weergekeerd. Er kwam een geboortegolf. En nog één. Krakersfeestjes zijn passé, oldtimers werden omwille van de kinderen ingeruild voor doorsnee middenklassers en zelfs het jaarlijkse festival is afschaft uit ergernis over platgetrapte tuintjes. Eigenlijk, zegt Robin, gebeurt hier op het moment helemaal niets.

Marije draait zich om. Een poffertjespan in haar hand. „Je hebt gelijk. Op dit moment is het misschien wel de saaiste plek op aarde.”

In het oog van de orkaan is het stil. Windstil.