Hulp bij marteling leidt tot onrust

De ‘oorlog tegen het terrorisme’ veroorzaakt onrust onder Amerikaanse psychologen. Bij het martelen van gevangenen in Guantánamo Bay en in de geheime CIA-gevangenissen buiten Amerikaanse grondgebied (de ‘black sites’) waren namelijk psychologen betrokken. Die hebben, zo is de laatste jaren duidelijk geworden, meegewerkt aan het ontwerpen van de martelingen die de gevangenen moesten ondergaan, variërend van leefomstandigheden die als marteling kunnen worden aangemerkt (geen toiletpapier of zeep, veel te weinig slaap) tot ondervragingstechnieken als waterboarding, gesimuleerde verdrinking.

Volgens geschokte collega-psychologen doet de beroepsvereniging American Psychological Association (APA) er niet genoeg aan om ervoor te zorgen dat psychologen dit soort werk niet meer mogen doen. De Psychologists for an Ethical APA, zoals de actievoerders zich noemen, houden deze zaterdag een protestbijeenkomst op het jaarlijkse APA-congres, dat dit keer in Boston wordt gehouden. Prominent lid is de New Yorkse relatietherapeut Steven Reisner, die zich kandidaat heeft gesteld voor het voorzitterschap van de APA om de martelpraktijken aan de orde te kunnen stellen.

Verder hebben de psychologen een referendum georganiseerd over de kwestie. Ze vinden dat het APA-psychologen verboden moet worden in omstandigheden te werken waar internationale wetgeving (zoals de Conventie van Genève) of, indien van toepassing, de Amerikaanse grondwet wordt geschonden. Tegenstanders vinden dat te ver gaan. Ze vinden dat niet de locatie het criterium moet zijn, maar dat onethisch gedrag aangepakt moet worden. Bovendien vinden ze dat APA al duidelijk genoeg stelling neemt.

American Psychological Association: www.apa.orgPsychologists for an Ethical APA: www.ethicalapa.com