Hoofdschuddend kijk ik naar mijn tv

Paul Rosenmöller maakt interessante reportages vind ik. Zijn zoektochten zijn spannend en maken mij nieuwsgierig. Hij gaat het conflict aan in gesprekken en durft daarin – met enige voorzichtigheid – grenzen te overschrijden. De afgelopen weken was bij de IKON zijn reportageserie Paul Rosenmöller in ... China te zien, die nu in de ochtend wordt herhaald. Gisteren heb ik naar aflevering 5 gekeken: God of gebod.

China is het meest bediscussieerde land van dit moment natuurlijk. Doordat China het gastland is van het grootste sportevenement ter wereld, is er een enorme ontwikkeling gaande. Maar het is een succesverhaal met een bittere bijsmaak.

Met een landkaart in beeld introduceert Rosenmöller zijn onderwerpen. Een rode stippellijn op de kaart toont zijn route en de plekken met niet uit te spreken namen. Het geeft me een idee, maar eerlijk gezegd is de topografie van China al nooit mijn sterke kant geweest.

Hij begint in, ja daar gaan we, ZHENGZHOU. Hij neemt een kijkje op een kungfuschool, volkssport nummer 1 in China. Helaas geen Olympische sport... Er heerst een strenge discipline en ik zie een groep kinderen allemaal dezelfde oefeningen doen. Niemand uit de maat. Er worden rustige armbewegingen gemaakt met zo nu en dan een korte explosieve stootbeweging, ondersteund door een schreeuw.

De leraar geeft bevelen. De kinderen luisteren, staan kaarsrecht met de armen op de rug. Beelden waarbij ik me afvraag of deze kinderen wel plezier hebben in het beoefenen van deze mooie sport, kungfu. De leraar lijkt meer op een militair instructeur, maar wanneer ik langer kijk blijkt deze man toch met zorg en respect te opereren. Hij praat heel open en eerlijk over de situatie op school. En Rosenmöller stelt zijn kritische vragen op een respectvolle toon en altijd met een glimlach, erg charmant.

De kungfukinderen blijven drie à vier jaar op de school. De ouders hopen dat hun kind ooit in kungfufilms gaat spelen, erg populair in China. Die droom is natuurlijk maar voor enkelen weggelegd. En wat gebeurt er met de rest?

De beelden van het semi-militaire regime laten een diepe indruk achter en hoofdschuddend kijk ik naar mijn tv. Het gaat hier om kinderen hoor. De jongste is vijf en de oudste is twintig. De ouders hebben de school hoog in het vaandel staan en vinden de discipline en het groepsleven erg belangrijk. Ook al zien zij hun kind maar drie keer per maand. Heftig. Het is duidelijk dat deze kinderen snel volwassen worden, een harde leerschool met vooral geen tegenspraak.

Met mooie straatbeelden neemt Rosenmöller je mee naar de volgende stad. De beelden doen me denken aan mijn verblijf ooit in China. Zelfs de geur kan ik me nog goed voor de geest halen.

Vrijheid van godsdienst blijkt in de werkelijkheid van China genuanceerder te liggen. Er bestaan vijf religieuze stromingen in China, allen gecontroleerd door de staat. Veel mensen voelen zich niet thuis bij de officiële christelijke kerken. Ze houden ondergronds bijeenkomsten in zogenaamde huiskerken. Deze zijn door de staat verboden. Vaak komt de politie erachter waar zo’n huiskerk gevestigd is, maar welke sancties er gelden, is mij aan het eind nog niet duidelijk.

Rosenmöller praat met beide partijen. De preken van de officiële kerk worden beïnvloed door de politieke agenda van de overheid, volgens de ondergrondse huiskerken. Als Rosenmöller hierover vragen stelt aan een dominee van de officiële kerk ontkent die alles en wordt zelfs een beetje boos. Later blijkt dat de dominee tijdens het interview onder controle stond van de plaatselijke politieke partij. Door slim camerawerk is de spanning inderdaad voelbaar. Hoe bedoel je, vrijheid van godsdienst?

Een slechts vijfendertig minuten durende, prachtige documentaire. Dit is indrukwekkende televisie over een land en een cultuur, waar ik nu weer een klein beetje meer van weet.

    • Barbara de Loor