Het triomfgebaar is de mens aangeboren

Een trotse winnaar legt lachend het hoofd in de nek, maakt zich breed en gooit de armen in de lucht, met gebalde vuisten – en nee, dat doet hij niet omdat hij dat al zo vaak op tv of in stripverhalen gezien heeft. Amerikaanse psychologen hebben nieuwe aanwijzingen gevonden dat zulke publieke uitingen van trots aangeboren zijn en niet aangeleerd, schrijven ze in het tijdschrift PNAS van 11 augustus. Hetzelfde geldt voor uitingen van schaamte na verlies – borst smal, schouders naar voren – maar daarvan leren mensen in sommige culturen om ze in te houden.

De onderzoekers bekeken de houding van blinde en ziende judoka’s (m/v) uit 37 verschillende landen vlak na een wedstrijd op de Olympische of Paralympische Spelen van 2004. Blinde én ziende winnaars vertoonden de hierboven beschreven kenmerken van een trotse houding; blinde én ziende verliezers maakten zich juist klein. Alleen verliezende judoka’s uit West-Europese en Noord-Amerikaanse landen toonden hun schaamte gemiddeld minder, zoals ook de norm is in meer individualistische landen.

Als ook mensen die al vanaf de geboorte blind zijn, spontaan een trotse of schaamtevolle houding aannemen na een gewonnen of verloren match, moet dat wel betekenen dat die reactie aangeboren is, redeneren de psychologen – zeker als die in verschillende culturen gelijk is. Het is immers onwaarschijnlijk dat blindgeborenen die volledige houding leren nadoen en spontaan gaan gebruiken. Bovendien bleek dat de blind geboren verliezers uit individualistische landen hun schaamte wél meer toonden: die hadden nooit gezien dat dat ‘niet hoort’.

Mensapen als chimpansees en gorilla’s maken zich op dezelfde manier als mensen ‘groot’ om hun dominantie te tonen. En allerlei dieren, van salamanders tot zeehonden en van olifanten tot konijnen, maken zichzelf klein als teken van onderdanigheid.