En wat doet de legering?

Win je een gouden medaille in Peking, wordt-ie meteen minder waard.

In de jongste plotwisseling op de financiële markten gaan de prijzen van alles met het predicaat ‘grondstof’ de laatste tijd hard naar beneden. Kijk maar naar een vat Brent-olie, dat 11 juli nog piekte boven 145 dollar, maar nu 111 dollar kost.

De Goldman Sachs Commodity-index, een van de toonaangevende graadmeters, is in een maand tijd al met meer dan 20 procent gedaald. Granen, metalen en ook edelmetalen raken even hard uit de gratie als zij er tot voor kort in waren.

Dat heeft gevolgen voor het Olympisch metaal. Goud deed half maart nog korte tijd meer dan 1.030 dollar per troy ounce (31,1 gram) maar is de afgelopen maand gedaald van 990 naar 810 dollar. De waarde van zilver is sinds het voorjaar al met eenderde gekelderd.

En wat, om het Chinees te houden, doet de legering? Het brons van de bronzen medaille bestaat voor 94 procent uit koper, dat ook al 20 procent naar beneden is.

Met de medailleproductie is veel materiaal gemoeid. Het organisatiecomité in Peking liet in totaal 6.000 stuks fabriceren, waarvan de helft voor de Paralympics die straks volgen. Daar bovenop komen nog eens 51.000 varianten van de medaille, bedoeld als aandenken. De Australische grondstoffengigant Billiton leverde daarvoor 13 kilo goud, 1.240 kilo zilver en 6.930 kilo koper.

De contante waarde van een gouden medaille is overigens niet erg groot. Hij bestaat volgens de reglementen voor minimaal 92,5 procent uit zilver, met een laagje goud van ten minste zes gram. Dat is eenvijfde van de standaard troy ounce van 31,1 gram waarin goud wordt verhandeld. Het ‘goud’ in de gouden plak zal zo niet veel meer waard zijn dan 160 dollar, ofwel een euro of 110.

Het zilver maakt wel wat goed, en de Chinezen hebben de plak ook nog aan de achterkant ingelegd met jade. Ten opzichte van de Spelen in Athene in 2004 is het eremetaal overigens nog steeds 2,5 maal zoveel waard.

Is er een kans dat de medaillewinnaars alsnog een gouden belegging in handen blijken te hebben? Dat hangt ervan af of er inderdaad een ander tijdperk is aangebroken op de financiële markten. Het adagium: dollar omlaag, grondstoffen omhoog lijkt voorlopig verlaten.

Dat zou inhouden dat de rest van de wereld zich niet langer onttrekt aan de neergaande Amerikaanse conjunctuur. Is China dan toch sterker gekoppeld aan de Verenigde Staten dan Peking wenst? Misschien is dat uiteindelijk zelfs wel terug te zien in het medailleklassement.

Maarten Schinkel