Echte racesucces begon met Siciliaans avontuur

Ferry Porsche onderschatte aanvankelijk de grote kansen in de race- en rallysport voor zijn bedrijf. Zijn coureurs brachten hem snel op andere gedachten.

De invloed en de successen van Porsche in de rally- en autorensport zijn in de loop der jaren enorm geweest. Maar aanvankelijk moest Porsche als underdog genoegen nemen met bescheiden klasseringen in de autosport. De anderhalve liter motoren waren te klein om te kunnen wedijveren met Ferrari, Maserati, Aston Martin of Jaguar.

Het merk uit Stuttgart behaalde vrijwel vanaf het prille begin wel veel klasseoverwinningen in rally’s en races. Meer zat er niet in. Een keerpunt volgde in 1956. Een nieuwe sportwagen, de 550 A Spyder, debuteerde met glans op het verraderlijke bochtencircuit van de Nürburgring in de Eifel. De Duitser Wolfgang von Trips en de Italiaan Umberto Maglioli wisselden elkaar af en verrasten met de vierde plaats in het algemeen klassement. De klasse tot 1,5 liter werd daarmee gewonnen.

Het maximaal haalbare, meenden directeur Ferry Porsche en pr- en sportmanager Fritz Huschke von Hanstein. Maglioli, kersverse fabrieksrijder, zag dat anders. Hij stelde voor om twee weken later met de Spyder deel te nemen aan de Targa Florio. De beroemde wegwedstrijd over 720 bochtige kilometers op Sicilië was volgens hem zeer geschikt voor de lichte en wendbare auto. Zijn gehoor was sceptisch, maar hij trok het gezelschap over de streep met het argument dat er met de race van graaf Florio een riant prijzengeld viel te verdienen. Porsche was om en viel voor het Siciliaanse avontuur.

Een piepkleine expeditie trok over 2.400 kilometer binnenwegen naar Napels waar het Hanomag-vrachtwagentje met de auto op de laadbak naar Palermo werd verscheept. Het uiterlijk van de Spyder was rommelig, veel geklopt aluminium en soms plamuur. Maglioli wilde zo niet starten; de monteurs moesten verf zoeken. Zilver was niet beschikbaar. Wit wel: de auto kreeg de officiële Duitse racekleur. Ter ere van de coureur prijkte de Italiaanse driekleur op de neus.

De Italiaan had het goed gezien. Na twee ronden, de auto’s werden om de minuut gestart, nam hij de leiding over van Eugenio Castellotti die de versnellingsbak van zijn Ferrari te zwaar belastte. De luchtgekoelde Spyder was in zijn element; Umberto reed eigenhandig de tien ronden in bijna acht uur. De eerste grote internationale zege voor Porsche die de weg baande naar talrijke triomfen.

Behalve op de circuits, slaagde Porsche in de rallysport met het type 911. Vier overwinningen in de Rallye Monte Carlo zeggen in dat opzicht voldoende. In 1968 mochten voor het eerst de bekers worden opgehaald bij prins Rainier en prinses Gracia door Vic Elford en David Stone. Elford werd reeds in 1966 verrast door Porsches aanpak. Zijn eerste rally met Porsche was de Ronde van Corsica. Bij aankomst trof hij een perfecte auto aan. De voorraad onderdelen in de truck beviel hem minder. Alleen wielen en banden. „Waar zijn de onderdelen”, vroeg hij Von Hanstein. „Die hebben we niet bij ons, Porsches gaan niet stuk”, reageerde de manager laconiek. Al in 1951 wonnen de Fransen Veuillet en Mouche met een Porsche 356 in hun klasse in de 24 uren van Le Mans, pas in 1970 werd de wedstrijd echt gewonnen. In totaal zegevierde Porsche zestien keer in de Franse klassieker, een record. Gijs van Lennep won tweemaal, in 1971 en 1976.

Formule 1 was begin jaren zestig lastig en kostbaar voor de firma. Porsche behaalde maar één overwinning: Dan Gurney won in 1962 de Franse Grand Prix. De levering van V6-turbomotoren aan McLaren was echter medio jaren tachtig een gouden greep. Niki Lauda en Alain Prost behaalden er de wereldtitel Formule 1 mee.

    • Rob Wiedenhoff