‘Duyvendak brak in, terroriseerde en speelde op de man’

Een voormalig topambtenaar ondervond veel hinder van de inbraak in een ministerie waar GroenLinks-Kamerlid Duyvendak mee te maken had. „Het was ongehoord.”

George Verberg Energieraad. foto Peter Strelitski Strelitski, Peter

Gelukkig had zijn huis een plavuizenvloer. Anders was het zeker in brand gegaan, daar is George Verberg wel van overtuigd. Activisten hadden in petroleum gedrenkte en in brand gestoken lappen stof door zijn brievenbus gegooid. „Als je thuiskomt en je vindt die lappen, dan geeft je dat niet echt een rustig gemoed.”

George Verberg was in 1985 directeur-generaal energie op het ministerie van Economische Zaken. Uit het bureau van zijn secretaresse, en ook op de directie Kernenergie, werden de documenten gestolen waarover GroenLinks-Kamerlid Wijnand Duyvendak vorige week een bekentenis deed. Duyvendak was betrokken bij de inbraak, die destijds al veel stof deed opwaaien. In de vertrouwelijke documenten werd gewag gemaakt van plannen voor twee kerncentrales op het Brabantse industrieterrein Moerdijk.

Verberg, de latere hoofddirecteur van Gasunie en inmiddels met pensioen, keurt de inbraak nog steeds scherp af. Maar een tweede strafbaar feit waar Duyvendak bij betrokken was vond hij eigenlijk erger: het oproepen tot het terroriseren van een groep ambtenaren van het ministerie van Economische Zaken.

Het krakersblad Bluf!, waar Duyvendak destijds redacteur van was, publiceerde op 11 juli 1985 de buitgemaakte documenten. Onder het kopje ‘Inbreken kan iedereen’ werd er ook een lijst met namen, adressen en telefoonnummers van hoge ambtenaren bij geplaatst, met de oproep om de rust te verstoren van „deze onruststokers” (zie inzet).

Dat hebben Verberg en enkele collega’s gemerkt. Hij was de hoogste en bekendste van de genoemde ambtenaren. Na de poging tot brandstichting moesten bij zijn toenmalige woning in Zoetermeer de nodige veiligheidsmaatregelen worden genomen. De brievensleuf werd gesloten, en hij kreeg een stalen brievenbus buiten aan de muur. De ramen aan de straatzijde werden voorzien van een veiligheidsfolie. Hij kreeg voorts het advies om de gordijnen bij schemering te sluiten om te voorkomen dat actievoerders gemakkelijk hun doel in het vizier zouden krijgen. Na de brandstichting werd zijn vrouw meerdere malen gebeld, vertelt Verberg. „Ik was op dienstreis. Als zij werd gebeld bleef het stil en ontstond er een dreigende stilte, of er werd gezegd: die man van jou krijgen we nog wel.” Op zijn toen 9-jarige zoon heeft die periode diepe indruk gemaakt.

Hoe beoordeelt u nu de acties van Duyvendak en de mede-activisten?

„De politieke inbraak was al onacceptabel. Dat paste en past volstrekt niet in het democratisch zo goed geordende Nederland. En dan ook nog een keer ambtenaren in het zonnetje zetten. Het was een enorme inbreuk op ons privéleven. Het was ongehoord.”

Verberg weet nog dat hij na de inbaak op zijn werk kwam. „Ik trof een hevig ontstelde secretaresse aan. Ze hadden onder meer het brievenboek meegenomen. En ministerraadstukken. Wij wisten meteen dat hier stennis van zou komen.” Dat de inbrekers hulp hebben gehad van binnenuit gelooft Verberg niet. „Ik was destijds vrij bekend, door spreekbeurten over kernenergie. Door de naambordjes op het ministerie was mijn kamer gemakkelijk te vinden. Ze namen ook een kantooragenda mee waarin de vakanties van mij en collega’s stond vermeld. Dat hebben ze er toen ook bij gepubliceerd.”

Is er aangifte gedaan van de publicatie van de privégegevens?

„Nee. We wilden er niet meer ruchtbaarheid aan geven dan noodzakelijk. Na de brandstichting is er volgens mij wel serieus werk van gemaakt. Ik heb toen alles in handen gegeven van de beveiligingsdienst van het ministerie. Media hadden er destijds weinig aandacht voor. Wel voor de ontvreemde documenten. Eén voorval vond ik tekenend voor die tijd. Bij een inspraakbijeenkomst heb ik een keer een glas water in mijn gezicht gegooid gekregen. De Volkskrant schreef de volgende morgen dat de watergooier was gestruikeld en met machtsvertoon de zaal was uitgezet. Dat was echt niet zo.”

De documenten onthulden dat er wel plannen waren voor kerncentrales. Diende de inbraak toch niet een maatschappelijk belang?

„Onzin. Er was niet sprake van een geheim plan. Wij waren gewoon bezig met het bekijken van locaties voor mogelijke nieuwe kerncentrales. De documenten gingen onder meer over bestuurlijke afspraken met Noord-Brabant en Limburg, indien er ook gekozen zou worden voor Moerdijk. Deze zouden in werking treden na goedkeuring van de Tweede Kamer. Het was een volstrekte normale gang van zaken.”

Toch leidde de onthulling tot politieke spanning. Uw minister, VVD’er Van Aardenne, kwam onder vuur te liggen omdat hij besprekingen had gevoerd met commissaris van de Koningin Van Agt en gouverneur Kremers.

„Kernenergie was natuurlijk een gevoelig thema. CDA-fractievoorzitter Bert de Vries stuurde Van Aardenne toen ook een scherpe brief. Ik heb daarna Van Aardenne geholpen met beantwoordingsbrief aan De Vries. Daarin werd uitgelegd dat er van misleiding van de Tweede Kamer op geen enkele manier sprake was. Dat er gewoon sprake was van bestuurlijk overleg, niet meer en niet minder. Toen was de politieke gevoeligheid er af.”

Heeft de inbraak er toe bijgedragen dat er geen kerncentrales meer zijn bijgekomen?

„Nee, er is eigenlijk maar één reden waarom dat niet is gebeurd: de kernramp in Tsjernobyl in 1986. De Tweede Kamer zou zonder deze ramp een dag of vijf later hebben beslist over de voortgang van het kernenergieprogramma. Bij EZ dachten we dat we groen licht zouden krijgen. De elektriciteitssector stond startklaar.”

Verberg las vorige week op zijn vakantieadres over Duyvendaks onthullingen. Het verbaasde hem dat het Kamerlid betrokken was bij de diefstal. Dat Duyvendak verklaarde niets te maken te hebben gehad met geweld ergerde hem. Daarom stuurde hij, via deze krant, een open brief aan Duyvendak, waarin hij hard naar hem uithaalt.

Duyvendak is zelf met de onthulling gekomen. Waarom vindt u dat hij zijn geloofwaardigheid kwijt is?

„Hij heeft niet alleen een politieke inbraak gepleegd, maar ook geterroriseerd en op de man gespeeld. En hij is pas met zijn onthulling gekomen nadat het misdrijf verjaard is. Maar hij heeft me inmiddels gebeld en gemaild. We gaan elkaar een keer ontmoeten. Hij heeft zijn excuses aangeboden. Dat waarderen mijn vrouw en ik zeer.”

Lees de brief van Verberg en de reactie van Duyvendak en het bewuste artikel uit Het Parool op nrc.nl/binnenland

    • Herman Staal