Decadentie en destructie op z’n best in ‘Savage Grace’

Savage Grace. Regie: Tom Kalin. Met: Julianne Moore, Stephen Dillane, Eddie Redmayne. ***--

Savage Grace. Regie: Tom Kalin. Met: Julianne Moore, Stephen Dillane, Eddie Redmayne.

Freud zou er zijn vingers bij hebben afgelikt: eerst slaapt ze met haar zoon, dan vermoordt hij haar. En nee, nu is niet al de hele plot verklapt, want het is geen geheim. Het is echt gebeurd. En er gebeurt trouwens nog meer in Savage Grace: er worden nog een paar mensen vermoord en er slapen nog wat mensen in ongewone relationele constellaties met elkaar. Kortom: het is decadentie en destructie op z’n best.

Maar meer nog dan door zijn fascinerende ranzigheid valt Savage Grace op door de hoofdrol van Julianne Moore. De actrice voegt een nieuw gezicht toe aan haar portrettengalerij van gefrustreerde vrouwen. Moore speelt Barbara Baekeland, erfgename van het fortuin dat haar man Brooks, heeft vergaard met de uitvinding van het bakeliet. In Savage Grace volgen we haar door de jaren veertig en de high society van New York, Parijs en Londen, tot in de jaren zeventig, als ze van zichzelf een neurotisch wrak en van haar onzekere, homoseksuele zoon Tony een psychopaat gemaakt heeft.

Regisseur Tom Kalin heeft een bijzondere interesse voor amorele mensen. Net als in zijn vorige film Swoon is Kalin bij Savage Grace koel en afstandelijk in de manier waarop hij de hysterie van zijn personages observeert. En terwijl zij op de ontleedtafel liggen, wordt even vaardig het voyeurisme van de toeschouwer gefileerd.

Dat laatste is overigens niet het belangrijkste in deze film aangezien een beetje mediavreter er inmiddels aan is gewend om al kijkend met zijn eigen kijkgedrag geconfronteerd te worden. We kijken naar Barbara Baekeland alsof ze Amy Winehouse is, met dezelfde mix van schaamteloosheid en afgrijzen. Dat betekent dat we vooral kijken naar Julianne Moore: naar haar emotionele erupties, haar ordinaire grofheid, naar de dwangmatige manier waarop zij een goede moeder wil zijn. Hoewel Moore niet minder ingetogen speelt dan we van haar gewend zijn, heeft ze waarschijnlijk nog in geen film zoveel gemoedstoestanden moeten opwekken. En hoe meer gevoelens er worden opgeroepen, hoe verder Barbara Baekeland van ons verwijderd raakt. Wie zij was? En waarom ze was zoals ze was? Tom Kalin wil het niet laten weten.

Voor sommige toeschouwers zal dat een pluspunt voor deze film zijn: het kwaad kan net zoveel gezichten hebben als Julianne Moore. Voor wie voor alles een reden wil hebben, is het vooral onbevredigend.