De tong van Deborah Gravenstijn

Voor het eerst van mijn leven volg ik de Olympische Spelen. Ik dacht altijd dat het veel werk was, de Spelen volgen. Urenlang naar tanige mensen kijken die op een fiets door heuvels ploegden. Vermoeiend. Maar ik heb ontdekt hoe je naar de Spelen moet kijken. De hoogtepunten. Die moet je hebben.

Na een paar dagen ben ik ervan overtuigd geraakt dat mensen, in de paar seconden nadat zij zich er bewust van geworden zijn dat ze een olympische medaille hebben gewonnen, lijden aan complete verstandsverbijstering. Zij kunnen zichzelf niet meer van een afstand bekijken, door de ogen van andere mensen. Zij kunnen niet bedenken: misschien ziet het er een beetje raar uit als ik, met mijn lange gespierde lichaam en mijn ogen ver opengesperd, nu op en neer ga springen en allerlei kreten uitstoot.

In die staat vind ik mensen leuk. Het zijn net baby’s, die zonder het door te hebben komische houdingen aannemen (teen in mond), of woest huilen en wild lachen zonder daar allerlei gedachten bij te hebben.

De bronzen medaille voor juichen krijgt Deborah Gravenstijn, die me een aardig mens lijkt, al gooit ze wel hard met anderen. Toen Deborah Gravenstijn haar zilveren medaille voor judo won, sperde ze haar ogen wijd open en stak ze haar – opmerkelijk lange – tong uit en liet die secondenlang uit haar mond hangen. Dit werd door de sadisten van de tv extreem vertraagd, waardoor ik bijna een hele ochtend naar de tong van Deborah Gravenstijn heb zitten kijken. Maar dat vond ik niet erg, want het was puur geluk wat ik zag.

Michael Phelps krijgt zilver voor juichen. Ik vind hem leuk, voor zover je een man met een zwempak, een badmuts en zonder enige lichaamsbeharing leuk kunt vinden. Hij wint alles, dus hij juicht wat af. Het beste juichte hij toen hij met zijn ploegje het estafettezwemmen won: hij rekte dat lange, haarloze lichaam helemaal uit en vertrok zijn mond in een soort stille oerkreet.

Goud voor juichen krijgt Minho Choi, een klein Koreaantje dat bij judo zijn grote blonde tegenstander met één welgemikte ippon (of iets dergelijks) op de mat zwiepte. Daarna volgde zo’n lang tranendal van geluk dat Minho zelfs mij mee kreeg. ‘Heel bijzonder, dat zo’n Aziaat zoveel emotie toont’, zwetste de commentator erdoorheen, terwijl Minho en ik samen schreiden.

Lees de columns van Aaf op nrcnext.nl/aaf

    • Aaf Brandt Corstius