‘Chinezen ontdekken hun eigen keramiek’

Eva Ströber is de nieuwe conservator Aziatische keramiek van Keramiek-museum Princessehof. „Porselijn verzamelen was hier een echte dameshobby. Dat intrigeert me.”

Eva Ströber Foto Princessehof OLYMPUS DIGITAL CAMERA Princessehof

Ze woonde in Taiwan, Hongkong, Hamburg en Dresden, maar maakte onlangs de overstap naar Leeuwarden. Eva Ströber (56) is per 1 augustus de nieuwe conservator Aziatische keramiek van Keramiekmuseum Princessehof in de Friese hoofdstad. Op het oog is het misschien een opmerkelijke overstap voor de Duitse, die negen jaar in het Zwinger Museum in Dresden werkte. Ze heeft er ook over moeten nadenken toen ze werd gevraagd, geeft ze toe. Maar de grote rijkdom van de Nederlandse keramiekcollectie – het Princesshof bezit de grootste van ons land – en de wens nog een keer iets nieuws te beginnen deden haar besluiten op het aanbod in te gaan. „In Nederlandse musea bevindt zich Aziatische keramiek van meer dan 2000 jaar oud, ook uit Zuid-Oost-Azië – bijvoorbeeld Vietnam en Thailand. In Dresden hadden we alleen Chinees en Japans porselein uit de zeventiende en achttiende eeuw.” De Nederlandse museumwereld is bovendien aantrekkelijk. „Die is opener en liberaler dan de Duitse, minder conservatief ook. Ik ken veel Nederlandse collega’s en ken ook veel Aziatische collecties keramiek in andere musea.”

Ströber is overigens ook inzetbaar bij het Groninger Museum, het Gemeentemuseum in Den Haag en het Rijksmuseum in Amsterdam, waarmee het Friese keramiekmuseum sinds 2002 intensief samenwerkt op het gebied van Aziatische keramiek. Ströber is mede aangenomen om haar grote internationale netwerk, dat ze zal aanboren om de Nederlandse collectie Aziatische keramiek een wereldwijd podium te geven. Straks, na de Olympische Spelen, begint ze daar al mee als ze naar China afreist.

Ze was vaker in China, woonde en werkte in Taiwan, waar ze assistent was in het keizerlijke Paleismuseum Taipei en wil de contacten namens het Friese museum verder uitbouwen. Er bestaat bij de Chinezen grote belangstelling voor het eigen vroege exportporselein, dat ze zelf niet meer in bezit hebben en waarvan het Princessehof een grote collectie bezit. „Chinezen ontdekken hun eigen exportkeramiek in het buitenland, mede doordat ze vrijer kunnen reizen. Ze blijken volledig verrast door de herkomst ervan. Op die grotere openheid moeten we inspelen,” meent Ströber. In Dresden zag ze de laatste jaren al veel meer Chinese toeristen dan voorheen. Ströber heeft plannen voor een uitwisselingstentoonstelling van Chinees exportporselein. Aanknopingspunten tussen Nederland en China zijn er genoeg, vertelt ze. „Delfts blauw bijvoorbeeld is geënt op Chinees kraakporselein. De kleine roodgebakken Chinese theekan uit Yixing was in de zeventiende eeuw een voorbeeld voor de Delftse theepottenbakkers.”

In 2010 of 2011 wil ze een grote overzichtstentoonstelling organiseren over Aziatische keramiek uit de eigen collectie en die van de drie musea waarmee het Princessehof samenwerkt. Met Pretty Dutch, over achttiende-eeuws Hollands porselein en Lekker Decadent had het Friese keramiekmuseum overigens de afgelopen jaren ook al publiekstrekkers.

De rol van keramiek in de Nederlandse samenleving intrigeert Ströber. „In Nederland raakten in de zeventiende eeuw kabinetten van Chinees porselein voor het eerst in de mode. Van hieruit verspreidden ze zich over de rest van Europa. Het verzamelen van porselein was vooral een hobby van adellijke en vorstelijke dames. Amalia van Solms, de vrouw van stadhouder Frederik Hendrik, was de eerste verzamelaarster. Dat zijn leuke thema’s om verder uit te werken.”

Meer info op: www.aziatischekeramiek.nl

    • Karin de Mik