Chinese kinderen brabbelen sociaal

Veel Amerikaanse peuters zeggen vroem en oech en kwekkwek. De eerste brabbeltaal van Chinese kindjes gaat juist vaker over mensen.

Van de eerste tien woordjes van Chinese dreumessen verwijzen er zeven naar mensen (meestal familie). Foto Reuters Chinese toddlers stand in a cot as they are brought for a lunchtime walk at the Shanghai Children's Home orphanage November 21, 2005. Shanghai Children's Home, founded in 1911 by the Catholic Church and currently supported by government fund, is the only social welfare institution that accommodates orphans in Shanghai. The home currently has more than 1,700 orphans registered, over 600 of whom living in the orphanage and the rest in the community. Picture taken November 21. REUTERS/Nir Elias REUTERS

De allereerste woordjes van kleine kinderen uit China gaan over mensen. Kindjes uit de Verenigde Staten babbelen juist vaak over dingen, zoals ‘fles’, ‘bal’, ‘banaan’. Onder de eerste tien woordjes van Chineesjes zijn ook meer werkwoorden, zoals ‘slaan’, ‘grijpen’, ‘omarmen’ dan bij hun Amerikaans leeftijdgenootjes.

Dit blijkt uit onderzoek naar de eerste tien woordjes van kleine kinderen in Peking, Hongkong en de Verenigde Staten. Het gaat hier om woorden die de kinderen al kennen, niet om nazeggen. Het onderzoek is gedaan door Chinese, Ierse en Amerikaanse taalwetenschappers onder leiding van Twila Tardif van de Universiteit van Michigan. Het wordt gepubliceerd in het augustusnummer van het vakblad Developmental Psychology.

In totaal werden in dit onderzoek de ouders van bijna 1.000 kinderen tussen de 8 en 16 maanden ondervraagd over de eerste tien woordjes van hun kinderen. In zijn omvang is het een uniek onderzoek naar de allereerste woordenschat van kinderen.

In de eerste ‘gespreksonderwerpen’ van kinderen blijken dus duidelijk culturele verschillen te bestaan tussen China en de VS. De aandacht voor ‘mensen’ of juist ‘dingen’ is een verschil tussen Oost en West dat ook gevonden is in taalgebruik van oudere Chinese en Engelstalige kinderen. En het weerspiegelt het taalgebruik van Chinese en Amerikaanse ouders als ze met hun kinderen praten. In China bestaat een uitvoerig corpus termen voor familierelaties (zie ook kader) en er wordt zeer veel belang aan gehecht dat ook jonge kinderen deze termen correct gebruiken.

Bij een kindje uit Peking is er zelfs bij een woordenschat van tien woorden slechts zo’n 40 procent kans dat er een voorwerp bij zit. Maar bij Amerikaanse kinderen komen dingen zelfs voor bij de állereerste woorden die ze zeggen: eenderde van de kinderen noemt een ding als ze nog maar drie woordjes kennen. In de Verenigde Staten is de kans dat er een voorwerp bij de eerste tien woordjes zit ruim 80 procent.

Verder slaat in de Verenigde Staten nog geen derde van de eerste woordjes op mensen. Bij de twintig meest voorkomende woordjes zijn in de VS zelfs meer dieren (vier) dan mensen (drie). Aan de aanwezigheid van familieleden kan het op zich niet liggen: de gezinnen in Peking zijn kleiner dan die in de VS. Misschien krijgen de Chinese gezinnen meer bezoek, maar het is niet aannemelijk dat er in de VS meer eenden als huisdier worden gehouden dan in China, terwijl de eend wel in de Amerikaanse top 20 staat. Amerikaanse kinderen verwoorden ook al vroeg geluidseffecten (zoals vroem en oech). De onderzoekers verklaren dat door verwijzing naar de erg populaire namennoemspelletje (Wat zegt de eend?... kwekwek!).