Bloederig visueel spektakel

Mongol. Regie: Sergei Bodrov. Met: Tadanobu Asano, Odnyam Odsuren, Honglei Sun, Khulaan Chuluun. **---

Mongol. Regie: Sergei Bodrov. Met: Tadanobu Asano, Odnyam Odsuren, Honglei Sun, Khulaan Chuluun.

Als het aan regisseur Sergei Bodrov ligt is Mongol, of hoe clanleider Temudgin tot Dzjenghis Khan werd, nog maar het eerste deel uit een trilogie. De film begint in 1172 als de kleine Temudgin negen jaar oud is, wordt uitgehuwelijkt en voorbereid op een leven van wraak en eerzucht. Het eindigt zo’n dertig jaar later als hij half Azië aan zich heeft onderworpen.

Het vooruitzicht op twee volgende films kan verklaren waarom Bodrov in dit naar Hollywood-maatstaven getekende, visueel doordenderende epos zijn tijd neemt. Vooral de tijd om de ene na de andere bloederige scène uit te zetten, want het gaat hier natuurlijk wel om een biopic van de man die gezegd zou hebben dat „Mongoliërs wetten nodig hebben en hij degene is die ervoor zou zorgen dat ze er ook aan zouden gehoorzamen, zelfs als hij de helft van hen daarom moest vermoorden.”

Voor regisseur Bodrov is Temudgin zowel een held als een schurk, maar dan zo eentje naar wie hij vooral met stiekeme eerbied kijkt. Dat maakt het uitgangspunt van de film wat diffuus. Een historisch correct portret wordt niet nagestreefd. En ook in zijn poging de psychologie te doorgronden van deze door wraakmotieven gedreven man, schiet Mongol tekort.

Sergei Bodrov lijkt vooral door de visualiteit van zijn onderwerp geïmponeerd: de paarden, de steppen, het sneeuwlandschap waarin Temudgin zijn bloedbroeder Jamukha vindt, de talloze ontsnappingen – het ziet er allemaal even schilderachtig uit.

Geen wonder dat de Russisch-Duits-Kazachstaanse productie eerder dit jaar een Oscarnominatie voor beste buitenlandse film in de wacht sleepte. Aan het rijtje populaire Mongolië-films is er nu in ieder geval eentje toegevoegd die niet alleen oog heeft voor de sereniteit van de Mongoolse tradities.