Autodynastie die gelijke niet heeft

Zestig jaar geleden begon Ferdinand Porsche sportwagens te bouwen. Een beslissing die diepe sporen heeft nagelaten in de auto-industrie.

Grootvader en zoon Ferdinand poseren voor een Porsche 356, het eerste model dat de fabriek heeft gebouwd. Foto Porsche-archief Porsche-archief

Geen familieverhaal in de auto-industrie zit wonderlijker in elkaar dan dat van Porsche. Grootvader Ferdinand was de ontwerper van de Volkswagen Kever en de racemonsters van Mercedes en Auto Union. Zoon Ferdinand knutselde zestig jaar geleden uit oude onderdelen van de Kever de eerste Porsche 356 in elkaar en was daarmee de grondlegger van het huidige Porsche, een van de belangrijkste en meest winstgevende fabrikanten van sportwagens ter wereld. Ferdinands zuster Louise trouwde met de Weense advocaat Piëch. Hun zoon Ferdinand redde Europa’s grootste autofabrikant Volkswagen in 1993 van de financiële ondergang. Zelf kreeg Ferdinand Porsche junior vier zonen van wie Wolfgang samen met Ferdinand Piëch momenteel het miljardenkapitaal van de familie Porsche beheert.

Het maakt ook enigszins begrijpelijk dat Porsche erin geslaagd is zijn belang van 35 procent in VW uit te breiden tot een meerderheidsbelang en het daarmee volledig voor het zeggen krijgt bij VW. David en Goliath zijn tenslotte al heel lang oude bekenden van elkaar. Door de herwaardering van het aandeel van Porsche in VW verwacht Porsche dit jaar 11 miljard euro winst te maken. De omzet van 8,5 miljard ligt beduidend lager. Het slimme zakendoen van de familie Porsche levert daardoor een financieel unicum op. Met het bouwen van auto’s wordt dit jaar ‘slechts’ 1,2 miljard verdiend.

Maar Porsche bouwt niet uitsluitend auto’s. Een belangrijke nevenactiviteit is het werken aan technische opdrachten van derden. Dat kan variëren van de inrichting van een Airbus-cockpit tot heftrucks en van landbouwtractoren tot het ontwerp van een stuursysteem voor Volvo.

Porsche wordt door zijn succesvolle topman Wendelin Wiedeking beschouwt als „een uniek nicheproduct op de wereldmarkt”. De bewierookte Wiedeking, meermalen uitgeroepen tot beste manager van Duitsland, kwam in 1992 binnen op een moment dat de firma de diepste crisis uit zijn bestaan doormaakte. Er dreigde een overname van Porsche. Maar een kapitaalinjectie van meer dan 200 miljoen Duitse mark uit het privévermogen van de familie Porsche betekende de ommekeer. Wiedeking zorgde voor de rest.

Hij trof in 1993 een bedrijf aan dat slechts 14.000 auto’s per jaar maakte en meer dan 100 miljoen mark verlies leed. Via het binnenhalen van een Japans organisatieteam dat de productie stroomlijnde, slaagde hij er binnen een jaar in van Porsche weer een gezond bedrijf te maken dat weer zwarte cijfers schreef.

Daarna ging het crescendo. Momenteel maakt Porsche meer dan 100.000 auto’s per jaar en heeft het voldoende geld op de bank om een overname van VW mogelijk te maken. Volstrekt in lijn met de pioniersgeest van Ferdinand Porsche, de man met wie het ooit allemaal begon en die dit wonder mogelijk heeft gemaakt.