Zwervend museum

Het Stedelijk Museum in Amsterdam is thuisloos. ‘Post CS’, de tijdelijke behuizing nabij het Centraal Station wordt gestript en gerenoveerd en het vernieuwde Stedelijk had open moeten zijn. Nu nog vijftien maanden overbrugd moeten worden, trekt het museum zich, als een clochard, terug in een bouwkeet. Een door kunstenaars ontworpen bouwkeet, maar toch. Wat komt hierna? Een plekje onder de Amstelbrug?

Met die bouwkeet gaat het Stedelijk „de buurt in”, naar de stadsdelen waar een wereld te winnen valt. Met „performances, lezingen, wandelingen” een nieuw publiek interesseren, jongeren verleiden, dat moet het museum zeker doen. Afgezet tegen de sluiting lijkt het echter een afleidingsmanoeuvre. Het verhult dat het Stedelijk de vertraging van zijn nieuwbouw niet weet te pareren.

Het lukte het museum niet om in Amsterdam tijdelijke ruimte te vinden die aan de eisen van brandweer en verzekering voldoet. Dat geldt dan vooral voor de kunst van vóór 1968, en die was in Post CS ook al niet te zien. Maar ondanks zijn beperkingen inspireerde dat gebouw tot weergaloze exposities: Andy Warhols films, de foto’s van Rineke Dijkstra, ze kwamen fantastisch tot hun recht en trokken veel publiek. Dezer dagen is er de tentoonstelling rond het werk van de Duitse foto-verbeelder Wolfgang Tillmans. Tot eind volgende maand kan iedereen zien hoe die op zijn plaats is in deze omgeving van jichtig beton.

Daarna is het uit. Het is vreemd dat het Stedelijk het zover laat komen. Het uitstel van de opening kwam niet bij verrassing. Er was tijd om te zoeken. Overal in Europa vinden manifestaties met beeldende kunst plaats in afgedankte fabriekshallen, die blijkbaar wel aan de eisen voldoen. Er zullen veren gelaten moeten worden voor een geschikte locatie. De inrichting, met kassa, garderobe etcetera, is duur voor zo’n relatief korte tijd. Maar is het museum dat alles niet waard?

Intussen is het op het Museumplein een dooie boel. Van de drie musea die Nederland verzekeren van culturele wereldstatus, is alleen het Van Goghmuseum in full swing. De rode muren van het Stedelijk staan in een bouwput. Het Rijksmuseum is tot minstens 2012 dicht, op de Philipsvleugel na. Met Rembrandts Nachtwacht. Met Vermeer, Frans Hals. Met de zeventiende-eeuwse poppenhuizen. En met nog wat highlights. Fijn voor de toeristen: alles bij elkaar, gauw klaar.

Het Nederlandse publiek dat gewend is een relatie te onderhouden met kunst, staat eens te meer met lege handen nu het Stedelijk geen tijdelijke behuizing betrekt. Wat topstukken krijgen asiel bij het Van Goghmuseum. Dat neemt niet weg dat even gaan schrikken van Barnett Newman of even het museum binnenlopen om naar adem te happen bij Paul Klee en Picasso, er al jaren niet meer bij is. Dat er nu ook nog wordt afgezien van speciale exposities à la Dijkstra en Tillmans, vanouds de kracht van het Stedelijk, is kaalslag. Je zou bijna je museumjaarkaart opschorten.