Vos kan veel leren van ‘oude’ Longo

Een wielrenster van bijna vijftig deed het in de tijdrit beter dan Marianne Vos (21). „Maar schrijf haar niet af”, zegt trainer Rondhuis. „Marianne kan nog steeds een medaille winnen.”

Marianne Vos Foto AFP Marianne Vos of the Netherlands competes to place 14th in the women's road cycling individual time trial event during the 2008 Beijing Olympic Games, near the Great Wall in Juyongguan, 78 km north of Beijing on August 13, 2008. Armstrong won the gold medal with a time of 34:51.72, ahead of Great-Britain's Emma Pooley (silver) and Switzerland's Karin Thurig (bronze). AFP PHOTO/ MARTIN BERNETTI AFP

Ter verlichting van haar tweede teleurstelling bij de Olympisch Spelen zou Marianne Vos een voorbeeld kunnen nemen aan Jeannie Longo. De 49-jarige Franse wielrenster – veruit de oudste deelneemster – werd vanochtend aan de voet van de Chinese Muur vierde in de tijdrit; ze was iets meer dan een seconde verwijderd van olympisch brons, in de wedstrijd die gewonnen werd door de Amerikaanse Kristin Armstrong. De 21-jarige Nederlandse Vos – veruit de jongste deelneemster – sloot de rit tegen de klok af met een tegenvallende 14de plaats, over 23,5 kilometer ruim een minuut langzamer dan Longo. Als Vos het doorzettingsvermogen van Longo kan benaderen, wachten haar nog vele Olympisch Spelen. De Française vindt dat het na zeven deelnames (vanaf 1984) mooi is geweest.

Als Vos kennis neemt van Longo’s loopbaan, zal ze leren dat talent moet rijpen en een bovengemiddelde aanleg niet altijd een garantie voor succes is, zeker niet bij Olympische Spelen, waar de concurrentie extra vraatzuchtig is. Een wijsheid waaraan Vos na haar matige wegwedstrijd van zondag (zesde) en de onopvallende tijdrit geen boodschap zal hebben, maar die al te vaak reëel blijkt te zijn.

Longo was bij haar olympisch debuut in 1984 (Los Angeles) een vergelijkbaar talent als Vos en werd zesde in de wegwedstrijd, net als de Nederlandse afgelopen zaterdag. Pas bij de Spelen van 1992 in Barcelona won Longo haar eerste olympische medaille: zilver in de wegwedstrijd. Vier jaar later in Atlanta mocht ze zich, dankzij een overwinning in de wegwedstrijd, eindelijk olympisch kampioen noemen. Bovendien won ze zilver in de tijdrit. Weer een olympiade verder, in Sydney, zou Longo nog één keer brons winnen in de tijdrit, de medaille die ze gisteren op twee seconden miste.

En dan te bedenken dat Longo na afloop van haar race flink klaagde. Ze zei veel hinder te hebben ondervonden van een pijnlijk linkerbeen, een gevolg van de verregende wegwedstrijd van zaterdag. „Ik voelde me niet goed vandaag. Ik wist dat het een lijdensweg zou worden. Toen ik onderweg de derde tussentijd had, heb ik nog een keer alles gegeven. Helaas maakte ik in de laatste vierhonderd meter een schakelfout.”

Aan fanatisme ontbreekt het Longo niet, ook al wordt ze in oktober vijftig jaar. „Oud? Misschien. Ik kijk niet naar de kalender. Bij het besluit te blijven wielrennen heb ik me altijd laten leiden door mijn fysieke gesteldheid”, zei Longo, die meer dan duizend wedstrijden won, 55 keer Frans kampioen werd, dertien wereldtitels veroverde en in de aanloop naar de Olympische spelen in Peking nationaal kampioen werd op de baanachtervolging en in de tijdrit. Die unieke sportvrouw dankt haar bekendheid in Nederland deels aan haar vijandige relatie met oud-wielrenster Leontien van Moorsel.

Aan fanatisme evenmin gebrek bij Vos. Daarom kwamen de twee olympische tegenvallers zo hard aan bij misschien wel de beste wielrenster van dit moment. Vos heeft het vooral kwaad gehad met de teleurstelling over de wegwedstrijd, waarop ze haar seizoen volledig had afgestemd. Haar veertiende plaats in de tijdrit stemde haar evenmin vrolijk, maar dat resultaat was minder wreed, „omdat ik alleen een kans op een medaille zou hebben als tegenstanders zouden tegenvallen en bij mij alles zou kloppen”. Maar dat was nu op het lastige parkoers in Juyongguan niet geval. Met een diepe zucht: „Man, ik zat al vroeg steenkapot.” Dat bleek na de finish, waar ze minutenlang uitgeput tegen een dranghek zat en haar verzorger met een wapperende handdoek voor verkoeling moest zorgen.

Na twee olympische optredens staat Vos met lege handen, een situatie waar ze het moeilijk mee heeft. De wielrenster heeft weliswaar zelf nooit geroepen dat ze in Peking wel even goud zou ophalen, maar de hoge verwachtingen laten haar niet onberoerd. Haar trainer Thijs Rondhuis, die niet over een olympische accreditatie beschikt, moest de dagen na de wegwedstrijd door sportkoepel NOC*NSF het olympisch dorp worden binnengesmokkeld om Vos er mentaal bovenop te helpen.

Na de tijdrit legde Rondhuis vanochtend nog maar eens uit dat niet Vos maar de buitenwereld rond haar een sfeer van onoverwinnelijkheid heeft gecreëerd. „We hadden in de wegwedstrijd van zaterdag pech met het weer. Zij was bevangen door kou. En vergeet niet dat Marianne nog maar 21 jaar is en een iel postuur heeft. Met haar lage vetpercentage is ze vatbaar voor kou en raakte zij eerder verkleumd dan haar tegenstanders. Dat zij coûte que coûte de tijdrit wilde rijden en een conflict met de wielrenunie hoog speelde, heeft te maken met de puntenkoers, volgende week maandag. Daarop is het een ideale voorbereiding. En schrijf haar niet af, hè. Marianne kan nog steeds een medaille winnen.”

    • Henk Stouwdam