Nooit gedacht dat de hemel cadeautjes uitdeelt

In Chalon-sur-Saône staat sinds drie jaar een ‘ecowijk’. Franse bestuurders zien het groene licht, maar het is moeilijk om alle huizen verkocht te krijgen.

Philippe Chatenet is blij met kleine dingen. Met zijn regenton bijvoorbeeld. Dat de hemel cadeautjes geeft die je kunt opvangen om er je tuin mee te bewateren. Nooit aan gedacht voordat hij zijn ecologische woning in Chalon-sur-Saône betrok.

Ook vindt hij het fijn dat hij tegenwoordig een eigen knopje heeft om de temperatuur in huis te regelen. In het appartement dat het gezin Chatenet tot vorig jaar bewoonde, iets verderop in de Bourgogne, gebeurde dat centraal, zoals meestal in Franse flatgebouwen. Op 15 september zette de woningbouwvereniging de thermostaat in het gebouw op 21 graden. En op 15 maart ging ie weer uit. „Mijn energierekening daalde met eenderde sinds we hier wonen.”

En dat mag het hele land weten. Want dit is Saint-Jean-des-Jardins, de voorbeeldwijk van Chalon-sur-Saône. In 2005 begon hier de aanleg van een ‘ecowijk’. In totaal 180 woningen die met milieuvriendelijk materiaal gemaakt zijn voor energiezuinig en niet vervuilend wonen en leven. De huizen zijn aangesloten op het gemeentelijke haardvuur. Dat wil zeggen, Chalon heeft een houtverbrander die het plaatselijke energienetwerk voedt. Er is op straat extra ruimte voor voetgangers en fietsers en er zijn veel (volks)tuintjes in de buurt.

Ecowijken zijn in de mode in Frankrijk. Eindelijk, zeggen ze er dan altijd bij – want de Franse specialisten zijn allemaal wel eens gaan kijken bij al veel langer bestaande projecten in Groot-Brittannië, Duitsland en soms ook in Nederland, in Culemborg bijvoorbeeld. Steeds meer kunnen ze ook terecht in eigen land. Grenoble is aan het werk, Angers ook, en Auxerre en Rennes.

Begin dit jaar organiseerde minister Borloo van Duurzame Ontwikkeling, de nummer twee van de regering-Fillon, een brede maatschappelijke conferentie over ecologie. Deze ‘Grenelle de l’Environnement’, door president Sarkozy gepresenteerd als een groene revolutie, ging over transport (minder autowegen, meer tram en trein), landbouw (pesticiden, genetisch aangepaste gewassen), alternatieve energie en ook over woningbouw. Van het Franse energieverbruik is 42 procent te herleiden naar gebouwen – dus energiezuinig bouwen moest voorop komen te staan. Fiscale voordelen, verplichte energiebalansen en ecologische educatie zouden het energiegebruik moeten terugdringen.

Milieuorganisaties hebben sinds de Grenelle veel kritiek op de uitvoering van allerlei overeengekomen plannen, met name in de landbouw. Maar in de gemeenteraadsverkiezingen dit voorjaar speelde ecologische huizenbouw in veel gemeenten een belangrijke rol. De stadsplannen voor nieuwe initiatieven buitelen over elkaar heen. Zo wil Perpignan binnen enkele jaren meer energie produceren dan consumeren.

Is er in Frankrijk inderdaad een groene omslag gaande? „Het bewustzijn dat we zonder verandering in de hele wereld op een ecologische catastrofe afgaan, neemt wel toe”, meent Gilles Manière (60), ex-onderwijzer en nu ‘groen’ politicus in Chalon-sur-Saône. „Maar het gaan niet om goede bedoelingen en mooie praatjes. Alleen concrete projecten helpen. Frankrijk is daarin niet heel slecht, maar ook niet heel goed.”

Als wethouder was Manière tot dit voorjaar in Chalon-sur-Saône een drijvende kracht achter verschillende groene projecten. Samen met onder meer het Wereldnatuurfonds reduceerde de stad sinds 2002 de CO2-uitstoot door stedelijke diensten en voorzieningen met 10 procent. Samen met de ecowijk Saint-Jean-des-Jardins gaf dat Chalon-sur-Saône de reputatie van Franse voorloper. Manière mocht zelfs opdraven bij de VN-wereldmilieudagen in San Francisco in 2005.

Manière is een van die Franse bestuurders die de ecologie de afgelopen jaren eigenlijk plotseling heeft ontdekt. Toen hij in 2001 als lid van de rechtse regeringspartij UMP aantrad als wethouder van Milieu, had hij naar eigen zeggen geen bijzondere affiniteit met het onderwerp. Sinds dit voorjaar is hij wethouder af, maar hij rijdt nog altijd in zijn half-elektrische Prius en droomt dat héél Chalon, een stadje van 47.000 inwoners, breekt met de „voorouderlijke reflexen” om te vervuilen. „Ik ben ervan doordrongen geraakt dat ecologie geen gadget meer is. De economie moet op duurzaamheid worden gebaseerd.”

Maar makkelijk is dat niet. In haar tuintje in Saint-Jean-des-Jardins plukt Cathérine Leneuve een plantenschepje uit haar houten schuur. Nee, haar collega’s op het sociaal-medisch centrum waar ze werkt, een paar honderd meter verderop, zijn niet geïnteresseerd in het kopen van de leegstaande woningen aan de overkant. „Mensen vinden een ecowijk een soort luxe, een hobbyisme waar je niet zomaar instapt”, zegt ze.

Voor haar pakte de verhuizing uit als een daling in standing. Toen Leneuve in 2005 intekende op een woning in Saint-Jean-des-Jardins, woonde ze nog in een villa buiten de stad. Ze zag ze zichzelf binnen enkele jaren wonen in een wereld van idealisten op stand. Wandelend naar het werk, samen het regenwater delen en de energierekening napluizen.

Maar een koopprijs van 2.300 euro per vierkante meter bleek te duur in de provincie. Op vier na bleven de koopwoningen leeg. De rest is intussen opgekocht door een woningbouwvereniging. Vanaf september heeft zij huurburen in de achtertuin. „Die hebben vaak toch een minder hechte band met waar ze wonen”, meent Leneuve.

Gilles Manière stapt snel heen over de leegstand in het eerste jaar. De huizenmarkt was nu eenmaal niet gunstig, zegt hij, en eigenlijk is het helemaal niet erg dat de ecowijk nu vooral tot de goedkopere huursector behoort. Deels was dat al voorzien. „We willen juist niet dat een ecowijk een getto voor groene welgestelden wordt.” De ecologische revolutie in Chalon zet door, daarvan is hij overtuigd. In het weiland aan de overkant zijn de nieuwe bouwkavels al gereserveerd.