Niemand neemt Saaka iets kwalijk

Moe en verward verscheen de Georgische president Michail Saakasjvili gisteren voor zijn aanhangers.

Ze applaudisseerden bij iedere zin die hij uitsprak.

Als een afgematte veldheer verschijnt de Georgische president Michail Saakasjvili op het podium voor het parlementsgebouw in de Roestavelistraat. Moe en verward, zonder das, met wazige blik, omringd door lijwachten met kogelvrije vesten. Alsof er ieder moment een nieuwe aanslag op hem kan worden gepleegd.

Het is vier uur ’s middags. Voor het podium juichen zo’n honderdduizend Saakasjvili-aanhangers hun leider toe. Ze wapperen met Georgische vlaggen en houden spandoeken op, waarop ‘Stop Rusland’ staat. Ze applaudisseren bij iedere zin die Saakasjvili uitspreekt. Hij is hun kampioen, hij heeft de Russen tegengehouden, hij heeft Poetin laten zien dat er met Georgië niet te spotten valt.

„Saaka! Saaka! Saaka!” klinkt het uit hun kelen. Ze zijn uitzinnig van dankbaarheid. Alsof FC Tibilisi van Spartak Moskou heeft gewonnen.

„Ik beloof jullie dat ik ze zal blijven herinneren aan alles wat ze hebben gedaan en dat we op een dag zullen winnen”, zegt Saaka, nadat er een minuut stilte is gehouden voor de gesneuvelde militairen. Er vloeien tranen, vooral bij moeders. Hoeveel van hun kinderen zijn omgekomen weet nog niemand. Bovendien wordt er nog altijd gevochten, ook al is er een staakt-het-vuren afgekondigd.

Niemand neemt Saaka vanmiddag ook maar iets kwalijk. Alles wat hij zegt is goed. Iedereen is blind voor wat westerse diplomaten en internationale waarnemers steeds openlijker zeggen: Saakasjvili is deze oorlog begonnen en hij heeft buitensporig geweld ingezet in Zuid-Ossetië.

„Het is niet waar”, zegt de 37-jarige Nina Lordkipanidze. „De Russen zijn begonnen. Saakasjvili heeft een reëel beeld gegeven van wat er is gebeurd. Hij is onze gekozen president. We moeten hem nu steunen.”

De uitgeputte veldheer op het podium vergelijkt de situatie van zijn land nu met die van Tsjechoslowakije in 1968. „Rusland wil de Sovjet-Unie herstellen”, schreeuwt hij. Gejuich.

„Hij moest deze oorlog wel voeren”, zegt de 26-jarige Jelena Orodzjidse over haar president. „Want Zuid-Ossetië is ons grondgebied en Rusland heeft daar niets te zoeken. Wij willen niet leven onder het monster Poetin.”

De 23-jarige Tamara Moesjchelisjvili ziet de bijeenkomst vooral als een morele steun aan het Georgische volk: „Saakasjvili moest kiezen tussen oorlog voeren of Zuid-Ossetië en Abchazië definitief opgeven.”

Saakasjvili is inmiddels klaar met zijn bewogen rede. Een Georgische Tina Turner zingt het volkslied. Het volk neuriet zachtjes mee.

Een straat verderop ergert in het hoofdkwartier van de Republikeinse Partij partijvoorzitter David Oesoepasjvili zich rot aan de heldenverering van de president. „De Russen wachtten al jaren op een aanleiding om ons land binnen te vallen en die heeft Saakasjvili ze gegeven”, zegt hij. „Terwijl sommige politici nu roepen dat we de winnaar van deze oorlog zijn, hebben we in feite de NAVO verloren. De hereniging met Zuid-Ossetië en Abchazië kunnen we de komende tien jaar wel vergeten.”

Volgens Oesoepasjvili stond Saakasjvili al een tijd te popelen om ten strijde te trekken. „Als een klein kind wilde hij zijn nieuwe wapens uitproberen”, zegt hij. „Toen hij op de NAVO-top in Boekarest te horen kreeg dat een NAVO-lidmaatschap er voorlopig niet inzat, liep het uit de hand. Vanaf dat moment begon hij zijn oorlogsplan op te stellen, want hereniging van Georgië met Zuid-Ossetië en Abchazië was een van de vereisten voor NAVO-toetreding.”

De Republikeinse Partij steunde de vrije grenshandel die tot afgelopen week bestond tussen Georgië en Zuid-Ossetië, maar werd op grond van die steun uitgemaakt voor collaborateur met de Russen. „Als we nu vragen zouden stellen over wat er vorige week echt is gebeurd in Zuid-Ossetië, worden we opnieuw van heulen met de vijand beschuldigd.”

Ook kan zijn partij op dit moment niet eisen dat Saakasjvili aftreedt. „Het is een idiote situatie, maar omdat het Kremlin wil dat hij opstapt en Rusland onze vijand is, moeten we hem wel steunen. Maar lang kan die situatie niet duren. Want zolang Saakasjvili president is, blijft Georgië problemen houden. Er breken dus kritieke dagen voor hem aan, vooral als straks uitkomt wat er werkelijk in Tschinvali is gebeurd en blijkt dat er heel veel van onze jongens zijn gesneuveld. En dan heb ik het nog niet over de economische gevolgen van de oorlog, want de banken zijn gesloten, er wordt niets meer ingevoerd en de buitenlandse investeerders stappen massaal op.”

Oesoepasjvili vreest dat Saakasjvili zich niet makkelijk uit zijn functie zal laten verdrijven. „Als de oppositiepartijen hem binnenkort niet met behulp van het Westen tot aftreden kunnen dwingen, zal Poetin een vazal van het Kremlin in het zadel helpen. En dan is Georgië nog verder van huis.”

Op straat racen auto’s met Georgische vlaggen langs. Reservisten die aan het front hebben gevochten vieren de ‘overwinning’. „Ons leger heeft op twee plaatsen gewonnen”, roept de uitzinnige twintiger Rezo. „Zelf was ik aan het front in Tschinvali. Daar was het veel erger dan oorlog, daar was het de hel.”