Moeten wij nog mensen uitleveren aan de VS?

De recente executie van José Medellin voor een gruwelijke moordpartij van 15 jaar geleden (NRC Handelsblad, 6 augustus) was een schending van het internationale recht op consulaire bijstand en negeerde een bevel van het Internationale Hof van Justitie. Dat was nota bene bevoegd om in dergelijke zaken te interveniëren op grond van een door Amerika zelf voorgestelde bepaling.

Dat maakt duidelijk hoe belangrijk het in de Verenigde Staten gevonden wordt om als puntje bij paaltje komt niet gebonden te zijn door het internationaal recht, in het bijzonder de rechtsmacht van het Internationale Hof van Justitie. Texas heeft welbewust geweigerd de gemaakte vormfout te herstellen op bevel van president Bush door daartegen in beroep te gaan. Men heeft ook niet willen afwachten of er wellicht nog wetgeving zou komen die herstel van de vormfout zou verplichten, maar heeft de executie zo snel mogelijk doorgezet. Dat wetgeving onder het federale niveau internationale verdragen niet teniet kan doen, is welbewust genegeerd. Dat maakt duidelijk dat het van meet af aan de bedoeling is geweest om te laten zien dat de soevereiniteit van Texas in strafzaken prevaleert.

De politieke gevolgen van deze zaak zijn moeilijk te overzien, maar ik kan me niet voorstellen dat bijvoorbeeld de justitiële samenwerking tussen staten die het internationaal recht wel respecteren en de Verenigde Staten kan doorgaan alsof er niets gebeurd is. Kunnen wij wel doorgaan met het uitleveren van mensen aan een staat die het internationaal recht zo flagrant schendt?