Jeffrey kiest aan de hand van een lijstje

Veel jonge kiezers in de VS brengen dit jaar voor het eerst hun stem uit. Jeffrey (19) neigt naar Obama, die kan langer mee. Deel vijf uit een serie.

Ze stonden in de rij voor de achtbaan en een klasgenoot vroeg wat hij zou gaan stemmen. Jeffrey Bearden zei dat hij het nog niet zeker wist, maar dat hij aan Barack Obama dacht. Toen zei de jongen, een christelijke conservatief: jij zou helemaal niet mogen gaan stemmen. Dat ergerde Jeffrey, maar hij hield zich in. Ze hadden nog de hele dag te gaan.

Het maakte hem wel zekerder om in november te stemmen – op Obama. Wie dacht die klasgenoot te zijn, dat hij hem een van zijn rechten als Amerikaan kon ontzeggen? Jeffrey vindt dat iedereen zou moeten stemmen. Ook als je stem er in jouw staat niet toe zou doen. Juist jongeren als hijzelf, negentien jaar oud, moeten het succes dat Amerika is doorzetten.

Toch is Jeffrey niet 100 procent zeker of hij gaat stemmen, al staat hij geregistreerd als kiezer. Toen hij zijn rijbewijs ging vernieuwen, drong de baliejuffrouw erop aan.

Maar eerst moet hij van zichzelf meer van politiek afweten. Hij heeft al meer geleerd door te gaan studeren, maar niet genoeg. Na de zomer begint hij aan zijn tweede jaar bedrijfskunde aan Gainsville State College. Het is een van de goedkopere hogescholen in Georgia. Hij kan er zich voorbereiden op een studie aan de Universiteit van Georgia, een paar mijl verderop in het studentenstadje Athens.

Om zijn studie te betalen werkt hij dertig uur per week als hotelbediende in Athens. Hij is de enige in zijn klas die het collegegeld zelf betaalt. Hij zou de eerste in zijn familie zijn die afstudeert. Zijn ouders zijn gescheiden. Zijn vader ziet hij niet, zijn moeder staat er alleen voor. Hij moet voor zichzelf kunnen zorgen, vindt hij.

In de les moesten ze vorig jaar krantenartikelen meenemen over één bepaald onderwerp. Bijna iedereen nam een van de kranten mee die bij de ingang van de campus gratis verkrijgbaar zijn. De Atlanta Journal Constitutional, de lokale krant, USA Today en The New York Times, het leken hem goede kranten. Maar de jongen van de achtbaan bijvoorbeeld vond ze allemaal te progressief. De media maken het extra lastig een keuze te maken, vindt Jeffrey. Veel hebben dan wel een gevestigde naam, maar ook hun eigen belangen. Als hij meer over de standpunten van de kandidaten wil weten zou hij op internet zoeken. En dan eerder op een site die eindigt op .edu dan een die eindigt op .com. De ene keer is hij het dan eens met de Democraten, de andere keer met de Republikeinen. Soms weet hij het gewoon niet. Neem abortus. Het is niet goed, vindt hij, als een kind sterft omdat zijn ouders een foutje maakten. Aan de andere kant, wie is hij om te bepalen dat een vrouw een kind moet krijgen.

Misschien gaat hij daarom een topdrie maken van belangrijkste onderwerpen. Voor hem zijn dat de economie, de oorlog en het klimaat. Hij kan zich nog herinneren dat de oorlog begon, toen hij in de brugklas zat. En de economie? Hij is blij dat hij dit baantje heeft, want de kledingwinkel waar hij achter de kassa zat gaat nu failliet.

Het zou makkelijker zijn alleen naar de kandidaten te kijken. Obama zou echt een verandering betekenen, denkt hij. Amerika heeft al 43 blanke mannen als president gehad, waarom niet een keer een zwarte? Amerika heeft zo’n diverse cultuur en als het zich verenigt maakt dat dit grootse land beter.

McCain zou zo’n verenigd front ook prima kunnen aanvoeren. Maar het zou beter zijn een president te hebben die op de lange termijn denkt. McCain wil maar een termijn, dat zegt hij zelf. Obama zou acht jaar meekunnen. De wereld is zo ingewikkeld en de problemen zijn zo groot, dat het goed is dat Obama meer van deze tijd is.

Eerdere delen van deze serie zijn te lezen op nrc.nl/vs

    • Merijn de Waal