Ja, ja, journalist. Of toch Napoleon?

nrc.next-redacteuren nemen de bus, stoomtrein, tram of metro en stappen uit bij een halte ergens in Nederland.

Vandaag Brabant. Het oude Rijkskrankzinnigengesticht in Eindhoven.

Foto David Galjaard en Christian van der Kooy fotograaf David Galjaard Galjaard, David

„Je hebt zeker geen legitimatie bij je?” De gedrongen man van een jaar of zeventig, pienter rond gezicht, is niets wijs te maken. „Kijk, er zitten hier mensen die denken dat ze Napoleon zijn, en zo kun jij denken dat jij bij de krant werkt.” Dat is het dilemma van De Grote Beek, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg in Eindhoven. Wie is hier gek? De naam waaronder het complex in 1918 werd geopend was directer: het Rijkskrankzinnigengesticht.

Zelf zit hij hier nu sinds zes weken, vertelt de oude man. Over het waarom wil hij niets kwijt. „Je weet nooit wat daarvan terechtkomt op het kantoor”, en hij knikt naar het statige hoofdgebouw. Twintig jaar geleden was hij hier voor het laatst. Toen was het anders, zaten alle patiënten bij elkaar. Nu zit hij op een afdeling voor ouderen. Wat beter is? Hij haalt zijn schouders op. Bij hem werkt het in ieder geval niet, zegt hij. Hij schudt zijn hoofd.

De suggestie dat als de verslaggever zich maar indenkt dat hij bij een krant werkt, hijzelf evengoed geen patiënt zou kunnen zijn, maakt hem duidelijk kregelig. „Nee, ik zit hier wél. Ik zat hier net op dit bankje, en nu ga ik maar weer eens daarheen.” Hij wendt zich van de kinderboerderij waar hij net op uit zat te kijken, weer richting het hoofdgebouw. „Naar die tempel daar.” Waarom hij het een tempel noemt? „Tja, dat weet ik niet. Ik heb het nog nooit eerder een tempel genoemd.” Hij lacht goedmoedig en wenst me een goede dag.

De vergelijking met een tempel is nog niet eens zo slecht. Op het uitgestrekte terrein van de Grote Beek hangt in ieder geval een grote rust. Het hoofdgebouw, zichtbaar vanaf de weg, is een streng gebouw met twee vleugels. De klok in het klokketorentje hoor je over het hele terrein. Te midden van grasvelden en bomen staan kleinere gebouwen en villa’s. Je komt er met stadsbus acht naar Acht. Daar begint het al mee.

Dat het gesticht hier werd gevestigd was vrij toevallig. De burgemeester van Woensel, een gemeente die in Eindhoven is opgegaan, zat in een restaurant in Den Haag, waar hij een paar heren hoorde praten over de moeite die ze hadden een geschikte locatie voor een nieuw gesticht te vinden. De burgemeester wees daarop de overheid op een terrein in zijn gemeente, dat vervolgens door het Rijk werd aangekocht. Toentertijd moet het ver buiten de stad gelegen hebben. Dat de Grote Beek ooit een afgesloten enclave was, is nog voelbaar.

De Canadese socioloog Erving Goffman (1922-1982) vond dat psychiatrische inrichtingen, kloosters en militaire kazernes vergelijkbaar waren. Hij noemde ze ‘totale instituties’: je kon ze niet zomaar verlaten, en het leven binnen de institutie was aan strenge regels en een strenge hiërarchie gebonden. Toch is het opvallend hoe open de Grote Beek nu is. Er zijn geen hekken en slagbomen, je loopt het terrein zo op. Er zijn fiets- en wandelroutes aangegeven. Naarmate je verder het terrein oploopt, worden de paviljoens nieuwer. De rijtjes gebouwen van een of twee verdiepingen doen nog het meest aan een woonwijk denken. Het onderscheid tussen ‘gek’ en ‘niet gek’ wordt zo op de proef gesteld. Die voorbijgangers, zijn dat patiënten? Of medewerkers? Of wandelaars? En hoe komt je eigen gedrag over? Als iemand vraagt wat je hier eigenlijk doet, hoe verklaar je je dan? De oude man op zijn bankje had een punt.

Een gezette vrouw komt uit een straatje gelopen, zwaar hinkend en leunend op een stok. Ze loopt om een woonblok heen naar een vuilnisbak. Ze opent hem, kijkt erin, laat het deksel op haar hoofd rusten. Ze loopt weer weg, met haar stok tussen haar armen achter haar rug geklemd, en steekt de straat over. Ze loopt richting andere vuilcontainers, later is het geluid van een bonzend deksel te horen.

Verderop zijn voetbalvelden, ernaast een moestuin. Er scharrelt onherkenbaar gevogelte rond, maar er is geen mens te zien. De poort moet gesloten blijven ‘in verband met loslopende dieven’ meldt een stuk papier in plastic. Op de rand van het bos ligt een stapel boomstammen.

Ze hebben hier alles.

Het bos achter in het terrein is dicht begroeid. Er lopen daadwerkelijk beken, waarnaar de instelling is vernoemd. Het felle zonlicht doet het water in de beek amber kleuren. Op een bankje zit een jongen met Noord-Afrikaans uiterlijk, hij draagt een bril met breed montuur. Hij heeft de capuchon van zijn trui over zijn hoofd. Hij heeft net een zin afgemaakt, en kijkt zonder te zien voor zich uit. Naast hem zit een tengere vrouw met een randloze bril. Haar lange haar valt over haar schouders. Haar handen steunen op de zitting van het bankje, ze kijkt de jongen geconcentreerd, maar zakelijk aan. „Dus het is eigenlijk...” hervat ze het gesprek als de voorbijganger buiten gehoorsafstand komt.

Nog weer verder zit een man met zijn hoofd in zijn handen voorovergebogen. Een pakje shag ligt naast hem. Een kwartier later zit hij nog zo.

Door de bomen schemert een stalen constructie. Een uitkijktoren? Het blijkt een hoogspanningsmast te zijn. De hoogspanningslijn vormt een avenue door het bos. Een streep brokkelig asfalt loopt op de grond van mast tot mast, terwijl daarboven de elektriciteitskabels zich door de lucht strekken. Een adembenemend industrieel lijnenspel.

Bij een vennetje zit een man aan de waterrand gehurkt. Hij is zijn nieuwe camera aan het uitproberen, vertelt hij. Hij probeert libelles en kikkers te fotograferen. „Op zomeravonden komen hier veel mensen in het bos. Vooral bij de grotere vennen is het dan druk”.

De hoogspanningsleiding landt even verderop aan op de grond. Achter een hek zoemt een verdeelstation, met glimmende spoelen. Hier is ook het geraas van treinen hoorbaar. Achter nog weer een hek met prikkeldraad zoeven regelmatig intercity’s voorbij. Een macabere gedachte: als je echt in de put zit, is er wel ampele gelegenheid om er een einde aan de maken. Onder een trein, of in een hoogspanningsmast.

Een beveiliger doet op een mountainbike een rondje.