Ik probeer gewoon heel hard te zwemmen

Michael Phelps is een bescheiden zwemmer, die alle races serieus neemt.

Maar met binnenkort een recordaantal medailles is hij ook een superster.

Het is laat op de avond als journalisten uit alle hoeken van de wereld elkaar verdringen in de kelders van de Rod Laver Arena in Melbourne. April 2007 is het, Michael Phelps staat op het punt het overbevolkte auditorium te vertellen hoe het voelt, zeven gouden medailles op de WK zwemmen. En of hij denkt dat hij dat aantal tijdens de Olympische Spelen in Peking (2008) nog kan overtreffen.

Maar de Amerikaan kijkt langs de vragende verslaggevers heen, zijn blik vastgepind op een televisiescherm ergens achterin de zaal. „Wacht even”, zegt hij. Phelps ziet zijn oude clubgenoot van de North Baltimore Aquatic Club, Katie Hoff, op de finish afstormen. „Come on, Katie!”, roept hij. Als ze als eerste aantikt, lacht Phelps even. Dan zegt hij tegen de zaal: „Sorry. Waar waren we?”

Voor de buitenwereld mag Michael Fred Phelps II uit Baltimore, geboren op 30 juni 1985, de uitstraling hebben van een superster die zich volledig afsluit voor de wereld. Maar voor degenen die hem dierbaar zijn, zoals zijn ‘zwemvader’ coach Bob Bowman, of zijn ‘zwemzusje’ Katie Hoff, is Phelps de lieve jongen uit de straat. Het zwemmonster dat zijn opponenten naar adem doet happen, blijkt buiten het zwembad een grote vriendelijke, wat onhandige reus. Geen spoor van arrogantie.

In Peking loopt het Chinese geluksgetal 8 als een rode draad door de Olympische Spelen. Voor de grootste blikvanger van het evenement, Phelps, is dat al niet anders. Acht gouden medailles worden van de zwemmer verwacht. Gistermorgen haalde hij zijn derde gouden medaille, zijn negende in totaal. Hij evenaarde daarmee het totaal van vier andere sporters – Carl Lewis, Mark Spitz, Paavo Nurmi en Larisa Latinia – die ook op negen staan. De afgelopen nacht zwom hij nog twee finales waar hij favoriet is voor de titel. Als Phelps deze Spelen uitkomt op acht keer goud, zou zijn totaal op 14 komen.

Zelf doet de Baltimore Bullet er niet aan mee. Voor hem zijn er geen zwakke tegenstanders of makkelijke races. Niet dat hij bang is voor zijn tegenstanders, of dat hij angst heeft voor een nederlaag, maar Phelps is niet het type voor grootse uitspraken. Hoe vaak hij ook wordt uitgelokt door Amerikaanse journalisten, die met honderden voor hem uitlopen.

„Jullie zijn degenen die erover beginnen. Ik zeg niks”, zei Phelps vorige week woensdag tegen een bonte batterij van zo’n veertig cameraploegen die zich hadden verzameld in een perszaal op de Olympic Green in Peking. Daarmee doelde Phelps op het onderwerp dat alle Amerikaanse voorbeschouwingen op de Spelen domineerde: de op handen zijnde verbetering van het record van Mark Spitz, die in 1972 (München) zeven keer goud behaalde.

Hoe groot de Amerikaanse belangstelling voor Phelps is, blijkt alleen al uit het feit dat er in Peking voor het eerst in de geschiedenis ochtendfinales worden gezwommen. Hij is er door zijn prestaties bijna persoonlijk verantwoordelijk voor dat de tv-zender NBC de finales voor het thuisfront op prime time wil uitzenden.

Dat de interesse in Phelps buitensporige vormen heeft aangenomen, is begrijpelijk. De cijfers die hij op 23-jarige leeftijd kan laten zien, zijn indrukwekkend. Niet alleen debuteerde hij als 15-jarige op de Spelen van Sydney (2000), kort daarna zwom hij als jongste ooit een wereldrecord op de loodzware 200 meter vlinderslag – ruim voor zijn zestiende verjaardag. Het was het begin van zijn ongeëvenaarde dominantie. De teller stond gistermorgen op 27 wereldrecords.

Dat hij in Athene (2004), nog geen twintig jaar, al zes keer goud en twee keer brons behaalde, verbaasde eigenlijk niemand meer. Bij de WK in Melbourne werd zijn achtste gouden medaille hem door de neus geboord door een overnamefout van één van zijn estafettecollega’s. Van zijn gezicht was geen spoor van ongenoegen af te lezen. „Ik heb liever dat het nu gebeurt dan volgend jaar in Peking”, flapte hij er laconiek uit.

Volgens zijn coach Bob Bowman is Phelps alleen maar sterker geworden, zowel fysiek als mentaal. „Hij heeft veel meer kracht”, zegt hij. „Het grote verschil met vier jaar geleden is dat hij het allemaal al eens heeft meegemaakt, dus hij weet wat hij kan verwachten.”

Als zijn maten hem niet in de steek laten, zou Phelps vijf individuele nummers en drie estafettes kunnen winnen. Phelps zegt er niet mee bezig te zijn. „Ik probeer zo hard mogelijk te zwemmen. Ik heb nooit gezegd dat ik welk record dan ook wil breken. Alleen Bob en ik kennen mijn doelen.”

Overigens gaat een vergelijking met Spitz allang niet meer op. Sinds de invoering van de halve finales, in 2000, is het aantal starts uitgebreid. Phelps moet zich binnen negen dagen zeventien keer op het startblok melden. Voor Spitz was het toernooi dus minder vermoeiend. Maar de overmacht van Phelps is zo groot dat het nagenoeg ondenkbaar is dat hij volgende week niet in bezit is van het recordaantal olympische gouden medailles. Hij wil bovendien in 2012 nog naar de Spelen in Londen.

Phelps won zondag de 400 meter wisselslag en maandag de meest spectaculaire 4x100 meter ooit. ‘Peking’ zou voor hem niets minder dan een mislukking zijn als er niet nog twee of drie bijkomen.

Maar ook dat lijkt Phelps allemaal niet te boeien. Hij trekt zich niets van de rest van wereld aan. Hij ergert zich nooit, of laat het niet merken. Hitte in Peking? Niks van gemerkt. Smog? Zou kunnen. Hij oogt ontspannen, speelt urenlang kaartspelletjes met zijn kamergenoten in het olympisch dorp. „Dit zijn de Spelen. Ik ben hier om ervan te genieten.”

Ook van concurrenten die hem eventueel proberen af te troeven door doping te gebruiken, ligt hij niet wakker. „De enige persoon die ik kan controleren ben ikzelf. Ik weet dat ik clean ben. Dat is het enige dat ik in de hand heb.”

De ochtendfinales in Peking brengen hem evenmin van zijn stuk. „Hoeveel mensen hebben de kans uit te komen voor het Amerikaanse zwemploeg? ’s Ochtends, ’s middags, ’s avonds of midden in de nacht. Ik zal er klaar voor zijn. Het is een eer je land te vertegenwoordigen.”

Ook het nieuws dat Pieter van den Hoogenband niet meedoet op de 200 meter vrije slag had Phelps na drie dagen nog niet bereikt. „Ik had geen idee”, zei Phelps vorige week toen hij ervan hoorde. „Jammer, want hij is een leuke tegenstander om tegen te zwemmen. Maar de rest is nog sterk genoeg. Het wordt een zware race.”

Bekijk alle medailleraces van Mark Spitz via nrcnext.nl/links

    • Rob Schoof