Gebrek aan kennis ICT bij overheid

De overheid kampt met grote ICT-problemen en verspilt daardoor miljoenen. Een algehele visie ontbreekt, stellen Arnold Heertje en Henk Huisman.

In een politieke omgeving is het ontwikkelen van grootschalige informatiesystemen aanzienlijk gecompliceerder dan in een bedrijfsmatige omgeving. Het politieke spel van beleidsmakers, controlerende leden van het parlement en ambtenaren is ondoorzichtig en levert geen consistente besluiten op. Het terugkomen op eerdere standpunten is schering en inslag. De gebrekkige materiekennis brengt een oriëntatie op korte termijn met zich mee, omdat het overzicht voor strategisch denken ontbreekt.

Al vele jaren becijfert de Algemene Rekenkamer de tientallen miljoenen die jaarlijks door deze misslagen worden verspild. Deze becijfering treft in het bijzonder de Belastingdienst. Beleid en uitvoering van de automatisering zijn onderling verweven zonder een transparante besluitvormingsstructuur.

De ambtelijke top wordt beoordeeld op grond van loyaliteit aan politici die tijdens projecten komen en gaan. Hun drijfveer is niet het behalen van een goed resultaat op lange termijn, maar het op korte termijn tevreden stellen van bewindslieden.

De vraag is of het in staatssecretaris De Jager (Financiën, CDA) gestelde vertrouwen dat hij de problemen bij de Belastingdienst oplost, is gerechtvaardigd. De omstandigheid dat hij zelf een kleine ICT-onderneming heeft geleid, betekent niet dat hij de regie van een grootschalig project aankan. Directeur-generaal Thunnissen is in hoge mate verantwoordelijk voor de chaos die bij de Belastingdienst is ontstaan door complexe informaticaopdrachten aan de dienst op te leggen. Bovendien werd de Belastingdienst met haar nieuwe systemen sterk afhankelijk van een nieuw, complex en ambitieus samenwerkingsverband met de uitkeringsinstantie UWV. Voor ingewijden stond toen vast dat dit nimmer zou slagen

De tandem De Jager-Thunnissen is niet bij machte gebleken aan de gerezen moeilijkheden het hoofd te bieden. Dat het management van ICT bij de Belastingdienst rechtstreeks aan De Jager gaat rapporteren is – anders dan verondersteld – geen vertrouwenwekkend signaal.

Hier wreekt zich dat op het terrein van ICT bij bewindslieden, leden van de Tweede Kamer en de ambtelijke top sprake is van een totaal gebrek aan kennis. Deze incompetentie leidt tot het voortdurend inhuren van een leger adviseurs voor allerlei deelgebieden. Deze hebben wel inzichten op beperkte terreinen, maar missen het overzicht. Wanneer dit overzicht ook aan de kant van de overheid ontbreekt, ontstaan de calamiteiten waarvan wij nu getuige zijn, omdat de gegeven adviezen niet op hun kwaliteit kunnen worden beoordeeld. Bovendien hebben externe adviseurs eerder belang bij het voortduren van de ondoorzichtigheid dan bij het oplossen van de problemen.

Zo ontstaat een klimaat waarin van hoog tot laag bureaucraten hun handen in onschuld wassen. Onder die omstandigheden ziet men dat naar outsourcen wordt gegrepen, het buiten de publieke organisatie doen uitvoeren van onderdelen van het automatiseringsproces door private partijen. Als deze beweging gepaard gaat met het onvermogen zelf de regie te voeren, verdwijnt de oplossing van de problemen achter de horizon.

Voor de centrale overheid als geheel ontbreekt een digitale architectuur. Onafhankelijk van elkaar trekken de departementen hun eigen plan. Dit gaat zelfs zover dat de leveranciers van informaticasystemen die een gecoördineerde aanpak bepleiten, voor de keus staan af te haken of met één departement verder te gaan. Chaos ontstaat, omdat de departementale besluitvormingsstructuur in toenemende mate op gespannen voet staat met overkoepelende projecten. Dit geldt niet alleen voor de Belastingdienst, maar ook voor het rekeningrijden en de chipkaart voor het openbaar vervoer. De afhankelijkheid van systemen neemt toe, terwijl de overheid steeds verder verstrikt raakt in een lappendeken van departementsgewijze, partiële ICT-oplossingen.

Inmiddels is bij de Belastingdienst een nieuwe ICT-directeur in opleiding. Hij wordt verantwoordelijk voor het leiden van 3.000 mensen, maar mag niet meer verdienen dan 100.000 euro. Evenzeer een signaal van incompetentie, omdat in het bedrijfsleven een projectmanager die de invoering van een groot ICT-systeem begeleidt, het dubbele verdient.

Dit alles betekent niet dat de problemen bij de Belastingdienst niet oplosbaar zijn. De kennis die nodig is op het technische en vooral managementvlak is niet aanwezig bij de overheid, maar wel elders in de samenleving. Die moet worden gemobiliseerd door bestuurders die hun grenzen kennen en die weten te luisteren naar de ervaringen van de uitvoerenden.

In het geval van de Belastingdienst geldt dit niet alleen voor de verhouding van publieke opdrachtgever en private opdrachtnemer, maar ook voor de betrekkingen tussen de ambtelijke top in Den Haag en de uitvoerenden op de werkvloer in Apeldoorn. Het mobiliseren van de deskundigheid is niet alleen nodig om herhaling van drama’s met aangiften die verloren gingen te voorkomen, maar ook om de ambities van de overheid waar te maken. Dit kan immers alleen door toepassing van de informatietechnologie.

Voor een structurele oplossing van de al jaren hardnekkige ICT-problemen is een institutie nodig, die als knooppunt over de noodzakelijke ICT-kennis beschikt, deze weet te onderhouden en te ontwikkelen en daardoor in staat is, grootschalige, interdepartementale informaticaprojecten te toetsen en goed te keuren.

Ten slotte is het van belang dat de staatssecretaris klare wijn schenkt omtrent de ernst van de problemen bij de Belastingdienst en realistische uitspraken doet over het tempo waarin deze worden opgelost.

Arnold Heertje is emeritus hoogleraar economie. Henk Huisman is oud-lid van de Raad van Bestuur van Pink Roccade.

    • Arnold Heertje
    • Henk Huisman