Explosieve wanhoop als straf voor even niet opletten

Keane. Lodge Kerrigan. Met: Damien Lewis, Amy Ryan, Abigail Breslin. In: Filmmuseum, Amsterdam; Filmhuis, Den Haag.

Hoe snel kan een film terzake komen? De grootstedelijke, onverschillige architectuur van een busstation. Een man komt bij het loket, vraagt aan de lokettiste of hij die andere man even kan spreken – de camera zwenkt naar een oudere beambte met bloeddoorlopen ogen en een gepokte neus. „Kent u mij nog”, vraagt de man. „Ik heb vorig jaar kaartjes bij u gekocht. Op 12 september. Naar Clifton. Mijn dochtertje was bij me. Ze is ontvoerd. Ze was toen zes. Ze draagt een spijkerbroek en een paars jack.” Draagt, zegt hij, tegenwoordige tijd.

Vanaf de eerste tellen van Keane (2004) zijn we overgeleverd aan het rauwe bestaan van William Keane, een man van eind dertig die zijn radeloosheid uitleeft op een manier die pijn doet aan ogen, oren en hart. Zoals hij mensen aanklampt op het busstation waar zijn dochter verdwenen is. Zoals hij probeert te slapen, snakkend naar adem, met bonzend hart. Zoals hij zichzelf toespreekt. Toch is het moeten aanzien van zijn wanhoop nog niet het pijnlijkst, dat is het besef dat hij al deze wanhopige handelingen al honderden keren heeft verricht, alle dagen die verstreken zijn sinds 12 september.

De rossige acteur Damien Lewis (vooral bekend van de tv-serie Band of Brothers) geeft Keane magnifiek gestalte. Zijn radeloosheid, zijn angsten, zijn schuldgevoel en zijn paranoia stulpen uit zijn gezicht en zijn voortdurende, neurotische bewegen. Voort, voort. De camera blijft steeds van nabij naar hem kijken, krijgt als vanzelf zijn kortademige cadans.

Lewis krijgt alle ruimte van de Amerikaanse regisseur Lodge Kerrigan, die tot nu toe drie films maakte: Clean, Shaven (1995), Claire Dolan (1998) en In God’s Hands, een film die al helemaal af was toen het negatief zodanig beschadigd werd dat het niet meer kon worden hersteld. Doodzonde. We hebben vier jaar moeten wachten tot Keane in Nederland werd uitgebracht – en dan nog in een minimale release van twee kopieën.

Laten we hopen dat hij zijn publiek wel krijgt, want de film verdient het. Kerrigan heeft een subtiel script geschreven en trefzeker verfilmd. Hij laat veel te raden over. Is Keane zijn dochtertje kwijtgeraakt door zijn drankzucht, of heeft hij de drankzucht gekregen toen het meisje verdween? En is drankzucht wel het goede woord? Ja, we zien hem razendsnel bier drinken, of wodka, maar hij maakt over het algemeen geen dronken indruk. Hij kan een paar dagen dezelfde kleren aanhouden, een stoppelbaard kweken, stinken en zich dan tot in zijn kruis wassen in een openbaar toilet. Dan is hij weer een gewone Amerikaan, op zoek naar een baantje – en naar zijn dochter.

Keane berekent in zijn hoofd de tijd dat hij niet op haar heeft gelet in dat busstation. Tien minuten? Tien seconden? Vier minuten? En ze was weg. Dat schuldgevoel is de brandstof voor de film. Het is explosief. Je voelt je, zelfs in de bioscoopstoel, nooit helemaal veilig bij deze man. Zeker niet als hij, oprecht en vriendelijk, een moeder en een zevenjarig dochtertje (gespeeld door Abigail Breslin, Little Miss Sunshine) helpt en met hen bevriend raakt. Wat zal er gebeuren tussen de man en het meisje?

Kerrigan houdt zijn film en zijn personages op een spoor dat tot het eind toe geloofwaardig en indrukwekkend blijft. Keane is niet de weergave van een pathologie, maar het portret van een straf. Daarom komt hij zo hard aan.

    • Bas Blokker