En met een Speedo gaat dat erg rap

Bij het zwemmen wordt record na record gebroken.

Dat doen de zwemmers, maar het komt ook door hun pakken. Technologische doping heet dat intussen al.

Er is een ware revolutie gaande in de zwemwereld, vergelijkbaar met de klapschaats. Zelden in de sportieve geschiedenis werden records met grotere happen verbeterd dan dit jaar bij het zwemmen. De Olympische Spelen van Peking vormen daarop geen uitzondering. En dat op een zwemtoernooi met ochtendfinales, waarvan experts van tevoren hadden gezegd dat er minder snel zou worden gezwommen omdat het menselijk lichaam ’s avonds nu eenmaal fitter is dan ’s ochtends. In Peking niet, in elk geval.

Neem het wereldrecord dat Pieter van den Hoogenband, een van de beste sprinters aller tijden, zwom op 19 september 2000, tijdens de Spelen van Sydney. De tijd van de Dutch Dolphin in de halve finale van de 100 meter vrije slag (47,84) bleef bijna acht jaar onaangetast.

In het tijdperk voor hem had de Russian Rocket, Alexander Popov, het record zes jaar in handen, daarvoor was Matt Biondi negen jaar de snelste zwemmer op aarde.

Pas afgelopen voorjaar werd het magische record van Van den Hoogenband verbeterd. De Franse zwembeul Alain Bernard klokte, nota bene in het eigen bad van ‘VdH’ in Eindhoven, 47,50.

Sindsdien zijn de sluizen open. Vijf maanden nadat Van den Hoogenbands wereldrecord werd verbroken staat zijn magische tijd van Sydney niet meer in de top-10 van snelste races ooit. Je haalt er mogelijk zelfs de finale van komende nacht niet meer mee. Eamon Sullivan uit Australië is momenteel (dinsdagavond) wereldrecordhouder met 47,24. Hij zwom deze tijd afgelopen maandag. Om een uur of elf ’s ochtends.

De belangrijkste oorzaak van het steeds snellere zwemmen is het revolutionaire zwempak dat de Australische zwemkledingfabrikant Speedo in samenwerking met de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA ontwikkelde, de LZR Racer (spreek uit: Laser Racer).

Het pak, dat begin dit jaar op de markt kwam, is vederlicht en waterafstotend. Er zitten bovendien ‘panelen’ in verwerkt die de anders ‘zwabberende’ huid van de zwemmer zodanig comprimeren dat hij veel aerodynamischer door het water glijdt.

De Amerikaanse zwemmer Ryan Lochte zei dat het voelt „alsof je van een heuvel af naar beneden zwemt”. Niet voor niets sleet de fabrikant voor de Olympische Spelen drieduizend pakken aan zwemmers die deelnemen aan het zwemtoernooi in de Water Cube van Peking.

Met het pak werden sinds februari ruim vijftig wereldrecords gezwommen. Pieter van den Hoogenband zag zich gedwongen vlak voor de Spelen zijn sponsor Nike in te ruilen voor Speedo. Van den Hoogenband was aanvankelijk sceptisch, omdat hij niet geloofde dat het materiaal ooit belangrijker kon worden dan de zwemmer. Maar twee maanden geleden ging hij om. „Het is de vraag of de zwemsport deze kant op moet gaan, maar ik ga niet in een hoekje zitten roepen dat het allemaal oneerlijk is.”

De Italiaanse bondscoach Alberto Castagnetti verwoordde de zorgen over de ontwikkelingen binnen zwemsport eerder dit jaar door te spreken van „technologische doping”. Vroeger werd zwemmen gezien als een sport waar juist weinig innovaties mogelijk leken, want wat kon je nog toevoegen aan een zwembroek? Maar in plaats van de oude ‘ballenknijper’ (de term is van Van den Hoogenband) kleiner en dunner te maken, bedekt de zwemkleding sinds eind jaren negentig een steeds groter deel van het lichaam.

Ook het olympische bad in Peking draagt bij aan de snelle tijden. Het bassin is drie meter dieper dan de meeste baden. Daardoor neemt de golfslag af. Ook heeft het bad geen kant; het water loopt over de rand weg, zodat het niet kan terugkaatsen. De lijnen die de banen scheiden zijn zo ontworpen dat het water naar beneden kaatst.

De Nederlandse bondscoach Jacco Verhaeren, en met hem een aantal andere coaches, vindt dat de internationale zwembond (FINA) zich moet buigen over de technologische ontwikkelingen, en dan met name die bij de zwempakken. „Er zijn nu wat vage omschrijvingen waaraan een pak moet voldoen, maar dat is zeker niet objectief. Je zou het drijfvermogen van een pak kunnen meten, of de dikte, en dat vastleggen.”

Verhaeren vindt dat de zwemsport er „niet geloofwaardiger op wordt” als wereldrecords met zulke grote marges worden verbeterd. „Alle acht ploegen in Peking zwommen in de finale van de 4x100 meter onder de winnende tijd van Athene. Dan moet je je als FINA eens goed achter de oren krabben over de vraag tot hoever je wilt gaan met deze ontwikkelingen. Zwemmen we over acht jaar met flippers aan? Dat heeft het zwemmen niet nodig. Overigens: wij dragen die pakken ook, hoor. Dus ik zeg niet dat het oneerlijk is.”

    • Rob Schoof