Eindopberging kernafval technisch geen probleem

Een filosoof kan overal vraagtekens bij zetten. Maar voor technische besluiten kan men beter afgaan op onderzoek. Het probleem van kernafval is oplosbaar, meent Arie de Goederen.

Volgens filosoof Dick van der Made kunnen we beter afzien van kernenergie, omdat de opslag van kernafval met te veel onzekerheden is omgeven: „Hoe kunnen we ooit zeker weten dat de beslissers aan alles gedacht hebben?” (Opiniepagina, 28 juli). Van der Made schreef dit als reactie op Arnoud Jaspers die stelde dat het probleem van het kernafval wel degelijk oplosbaar is.

Inderdaad zouden we dat niet kunnen weten als iedereen in z’n studeerkamer was blijven zitten. Maar dat is niet het geval. Van der Made miskent de uitkomsten van decennialang, wereldwijd multidisciplinair onderzoek. Dit onderzoek leidt tot de conclusie dat er meer dan genoeg opties voor veilige eindberging van kernafval zijn in steenzout, kleilagen en graniet.

Van der Made probeert Jaspers vaststelling dat alle kernafval van een jaar per land slechts een paar zwembaden vult, belachelijk te maken. Maar dit is volkomen onterecht: zelfs bij vertienvoudiging van de wereldkernstroomproductie tot 30 biljoen kilowattuur per jaar met nieuwe kerncentrales omvatten de vaatjes met verglaasd opwerkingsafval van alle centrales samen jaarlijks een totaal stapelvolume van ca. 22.000 m3. Dus nog steeds enkele zwembaden vol per jaar – niet voor elk land, maar voor de gehele wereld.

Van der Made denkt dat we de 35 miljard euro voor 10 EPR-eenheden – goed voor 130 miljard kilowattuur per jaar, meer dan ons huidige stroomverbruik – beter kunnen besteden aan de ontwikkeling van zonnecellen en dat we daarin dan over tien jaar ‘een minstens even goedkope techniek’ zullen hebben. Dit soort evangelie venten zonadepten al tientallen jaren uit, zonder op- of omkijken. Er zijn wereldwijd ook al tientallen miljarden aan besteed. Maar zonder uitzicht op een toekomst met zonne-energie als hoofdenergiebron.

De natuur zit bij zonne-energie te veel tegen: lage energiedichtheid, sterke seizoenseffecten, akelig in pieken over het etmaal. Met goedkopere zonnecellen zouden we er nóg niet zijn. Bij zonne-energie is opslag van elektriciteit onmisbaar. Helaas is die peperduur.

Wat Van der Made over radioactief afval schrijft, kan maar het beste snel worden vergeten. Nooit wordt kernafval ‘op één hoop gegooid’, nooit vallen er slachtoffers door. Hier is een uiterst professionele bedrijfstak bezig.

Van der Made weet onvoldoende van radioactieve elementen. Sr-90 en Cs-137 zijn niet „tien keer zo radioactief” als Tc-99 en I-129. In werkelijkheid is Sr-90 per gram stof gerekend 8.150 keer zo radioactief als Tc-99 en 784.000 keer zo radioactief als I-129. Voor Cs-137 gelden bijna 40 procent lagere cijfers. Het is dus ook onzin dat Tc-99 en I-129 zouden „voorkomen dat het afval snel zijn radioactiviteit kwijtraakt”. Dit zijn juist onbelangrijke nucliden.

Ook het slotadvies is goed voor het vergeetboek: „Maar het [= kernenergie] als enige oplossing zien, zou een even grote blunder zijn als het is om volledig op fossiele brandstoffen in te zetten.” Feit is dát ‘we’ nog steeds vrijwel volledig draaien op fossiele energie. En dat kan niet lang meer doorgaan, om velerlei redenen.

‘We’ hebben gewoon geen andere keus dan inzetten op kernenergie om zo snel mogelijk fossiele brandstoffen ‘uit te faseren’. Maar de milieubeweging, waarop Van der Made zich baseert, kan slechts visieloos lamenteren over de gevaren van radioactiviteit. Ze negeert het feit dat kolengebruik evenveel langlevende radiotoxiciteit vrij in het milieu brengt als kernenergiegebruikers veilig in de diepe ondergrond willen opsluiten.

Arie de Goederen was octrooideskundige.

    • Arie de Goederen