Eigenlijk

Het meest mysterieuze woord uit de Nederlanders taal is wat mij betreft ‘eigenlijk’. Eigenlijk gebruik je als je wilt zeggen hoe iets ‘in wezen’ is, je kondigt de waarheid ermee aan. ‘Ik doe wel aan fitness, maar eigenlijk vind ik het niet leuk.’ Tot zover nog niet zo veel mysterieus aan de hand.

Maar ‘eigenlijk’ wordt veel breder gebruikt. Ik ken iemand die een groentenwinkel in kan lopen en dan zeggen: ‘Ik was éígenlijk op zoek naar krop sla…’ Hij zegt dat met een verontschuldigende blik. Alsof de mensen in de winkel dachten dat hij zomaar binnen kwam, om te kijken of ze elkaar beter kunnen leren kennen en misschien wel vrienden kunnen worden. En dat dan nu helaas blijkt dat hij ‘eigenlijk’ alleen maar een krop sla komt kopen. Voor de groentenman is dit bevreemdend, want hij had niet anders verwacht dan dat mensen bij hem komen om iets te kopen.

‘Eigenlijk’ kan ook een dodelijk woord zijn. Zo hoorde ik een keer iemand zeggen: ‘Nee, het was eigenlijk heel leuk op vakantie.’ Dan weet je zeker dat het niet leuk was, maar dat een innerlijke discussie heeft uitgewezen dat klagen geen zin heeft of alles nog erger maakt. En dus was de vakantie ‘eigenlijk heel leuk’. Deze vorm van ‘eigenlijk’ wordt ook gebruikt in zinnen als ‘Nieuw-Vennep is eigenlijk een heel fijne plek voor de kinderen,’ en ‘Eigenlijk is Rita een lieve vrouw, het is meer de onzekerheid die je ziet.’

‘Eigenlijk’ is een woord van zachte heelmeesters, van mensen die heel voorzichtig willen zeggen wat ze echt vinden, maar bij wie dat nooit goed lukt. ‘Eigenlijk wilde ik niet dat je het op deze manier zou horen, maar ik ben dus eigenlijk al een tijdje niet zo heel erg blij meer, dus nu dacht ik eigenlijk dat we misschien beter, eigenlijk,…’

    • Paulien Cornelisse