Een finaleplaats is al heel wat

Met een verbetering van zijn persoonlijk record drong Pieter van den Hoogenband vanmorgen door tot de finale van ‘zijn’ nummer, de 100 meter vrije slag. „Goud is ver weg.”

Pieter van den Hoogenband na zijn halve finale. Foto Bas Czerwinski 13-08-08, Beijing, China. Pieter van den Hoogenband na zijn halve finale op de 100m vrije slag. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Vlak Pieter van den Hoogenband nooit uit op het moment dat de Olympische Spelen zijn begonnen. Als bijna geen ander kan hij zichzelf opladen zodra het olympische vuur is ontstoken. Nagenoeg onzichtbaar was hij in de aanloop naar ‘Peking’. Steeds meer zwemmers streefden hem de afgelopen maanden voorbij.

Maar vanochtend was hij er weer, in de Waterkubus van Peking. Met een persoonlijke toptijd (47,68), voor het eerst sinds acht jaar, zwom Van den Hoogenband zich naar zijn vierde achtereenvolgende olympische finale op het koningsnummer, de 100 meter vrije slag. Geen zwemmer slaagde daar eerder in. „De ultieme olympiër”, noemde zijn coach Jacco Verhaeren hem vanochtend. „De manier waarop hij heeft gezwommen is subliem. Ik ben hier heel trots op. Ik denk dat hij met deze prestatie veel respect afdwingt.”

Van den Hoogenband was opgelucht over zijn prestatie. „Ik ben ontzettend blij dat ik keer op keer heb bewezen dat ik bij de wereldtop hoor”, zei hij een uurtje na zijn race. „De medefinalisten van Atlanta zijn er niet bij, die van Sydney niet, en zelfs de jongens die in Athene met mij in de finale stonden zijn er niet meer bij. Alleen ik, zei de gek, is overgebleven. Dat is erg mooi om mee te maken.”

De unieke reeks van Van den Hoogenband betekent ook dat hij morgen in het ultramoderne zwemstadion van Peking opnieuw zijn olympische titel verdedigt, die hij voor het eerst in 2000 (Sydney) won, en in 2004 (Athene) prolongeerde. Zijn grote droom is als eerste zwemmer in de olympische geschiedenis een zwemnummer drie keer op rij te winnen.

Gezien de tijden die de twee favorieten tegenwoordig zwemmen ligt een derde gouden medaille niet voor de hand. Van den Hoogenband verbeterde zichzelf vanochtend in Peking wel voor het eerst sinds zijn legendarische race (47,84) in de halve finale in Sydney, en plaatste zich als derde voor de finale van morgenochtend (04.49 uur Nederlandse tijd). Maar grote favorieten voor de titel zijn de Australiër Eamon Sullivan en Alain Bernard uit Frankrijk. Bernard zwom vanochtend in de eerste halve finale maar weer eens een wereldrecord (47,20), waarna Sullivan het in de tweede halve finale met een fenomenale 47,05 nog eens dunnetjes overdeed. De Australische supersprinter lijkt rijp voor de barrière van 46 seconden. „De gouden medaille is ver weg”, zei Van den Hoogenband over zijn kansen in de finale. „Er is een nieuw tijdperk aangebroken in het sprinten. Ik wil gewoon een goede race zwemmen.”

Ook Verhaeren weet dat tijden als die Sullivan zwemt voor Van den Hoogenband onhaalbaar zijn. „Maar een olympische finale is volgens mij niet vaak gewonnen in een wereldrecord. Voor Pieter is er maar één taak: morgen de beste race van zijn leven zwemmen.”

Van den Hoogenband kan zich vastklampen aan de wetenschap dat hij van de acht finalisten veruit de meeste ervaring heeft. Hij weet als enige hoe het is om een olympische finale te zwemmen, en hoe het is om die te winnen. Verhaeren: „Ik vind dat we nog steeds in de race zijn. Ook voor goud. De race moet nog gezwommen worden. De klok begint morgen op nul. Sullivan en Bernard zullen koel moeten zijn om het af te maken. Pieter werd vooraf in de finales van Sydney en Athene ook niet genoemd als favoriet. Het gaat erom dat je achteraf wordt genoemd.”

De finale van morgen wordt een botsing tussen één van de laatste vertegenwoordigers van de oude school, Van den Hoogenband, en de gretige leerlingen van de nieuwe school, Bernard en Sullivan, voor wie 47’ers de norm zijn geworden.

De manier waarop Van den Hoogenband zijn race opbouwt – gedoseerd, met een versnelling in de laatste vijftig meter – stamt nog uit de tijd van zijn grote voorbeelden en zijn voorgangers, de Rus Alexander Popov en de Amerikaan Matt Biondi. Verhaeren: „Pieter zwemt zoals hij het geleerd heeft. Nu maken de sprinters de dienst uit. Vroeger stierven die af na tachtig meter, maar nu kunnen ze die snelheid vasthouden. We zitten in een nieuw tijdperk.”

Ondanks de stormachtige opkomst van krachtpatsers als Bernard en Sullivan is Van den Hoogenband, óók als dertigjarige, volgens Verhaeren nog steeds „veruit de snelste zwemmer” van het veld. „Hij verliest het op starten en keren. Dat is bekend, maar desondanks is hij twee keer olympisch kampioen geworden. We gaan morgen een ultieme poging doen.”

Verhaeren ziet in Peking een andere Van den Hoogenband dan hij bij vorige Spelen zag. „Vergeleken met Athene en Sydney is hij meer ontspannen.”

En als de finale eenmaal op het programma staat, is de beste zwemmer uit de Nederlandse geschiedenis het meest in zijn element. „Hiervoor heb ik al die jaren getraind, afgezien, vele offers gebracht. Het was het weer waard. Dat je heerlijk in het water ligt, lekker zwemt, en dan in de tweede baan gruwelijk gas geven. Dat is het mooiste wat er is: op het belangrijkste moment toeslaan en de olympische finale zwemmen.”

    • Rob Schoof