Een eindje verder lopen voor de snelle hap

Het Voedingscentrum wil minder fastfood in de arme wijken. Dat zou voorkomen dat mensen te dik worden. „Die jeugd met scootertjes weet de McDonald’s heus wel te vinden.”

Een snackbar in het Heerlense Meezenbroek, een van de veertig zogenoemde Vogelaarwijken. Vetzucht is een probleem in arme wijken. Foto Rob Huibers/HH Nederland, Heerlen, 12-02-2008. Foto: Rob Huibers. Winkels op de Kasteellaan in Meezenbroek, met op de voorgrond Friture-Snackbar Ilona, die haar 25-jarig jubileum viert. Meezenbroek is een oude mijnwerkerswijk en een van de veertig Aandachtswijken op de lijst van minister Vogelaar. Er zijn al huizen gesloopt en dat worden er de komende jaren nog veel meer als enkele honderden flats van rond 1960 tegen de vlakte gaan om te worden vervangen door een mix van koop- en huurwoningen. (Niet redactioneel voor De Telegraaf en boulevardbladen. Naamsvermelding verplicht: Rob Huibers/Hollandse Hoogte of Rob Huibers/HH). Hollandse Hoogte

Nieuwe fastfoodrestaurants mogen zich, als het aan het Voedingscentrum ligt, niet langer in ‘arme’ wijken en in de buurt van middelbare scholen vestigen. Het Voedingscentrum wil de strijd aangaan met overgewicht en vindt dat Nederlandse steden het beleid van Los Angeles zouden moeten volgen. Daar worden sinds enkele weken nieuwe verkooppunten van fastfood en andere calorierijke snacks geweerd uit een arme wijk in het zuiden van de stad.

„Tegenwoordig worden mensen werkelijk op iedere straathoek verleid ongezonde snacks te kopen”, zegt Ineke Volkers, voedingsdeskundige van het door de overheid gefinancierde centrum. „Natuurlijk zijn zij zelf verantwoordelijk voor wat ze eten, maar we kunnen wel een handje helpen door ook een gezonde keuze aan te bieden. Het aanbod zou veel gevarieerder moeten zijn.”

Het eten van fastfood moet een uitzondering worden in plaats van een gewoonte, vindt het Voedingscentrum. Wanneer mensen verder moeten lopen om een frietje of broodje kroket te halen, zullen zij eerder geneigd zijn dat niet te doen, is het idee.

Vooral voor kinderen blijkt een ongezonde verleiding moeilijk te weerstaan. De kantines op middelbare scholen verkopen inmiddels al veel meer gezonde snacks dan vroeger, aldus Volkers. „Maar we moeten voorkomen dat jongeren vervolgens om de hoek een frietje halen.”

Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) ziet het niet als taak van de overheid om te bepalen waar fastfoodbedrijven zich vestigen. Wel kunnen gemeenten beperkingen opleggen.

Volgens cijfers van het Voedingscentrum is momenteel bijna de helft van de Nederlandse volwassenen te zwaar. Het gaat om 50 procent van de mannen en 40 procent van de vrouwen. Een half miljoen kinderen kampt met overgewicht. Zij worden steeds vaker op jonge leeftijd dik.

Obesitas zou met name dreigen voor de lagere sociale klasse. De mensen met een lage opleiding en een benedenmodaal inkomen bekommeren zich minder om overgewicht dan hogeropgeleiden, constateerde het Amsterdamse onderzoeksbureau Millward Brown jaren geleden. Maar dat wil niet zeggen dat een verbod op snackbars in arme wijken dé oplossing is, zegt directeur Paul Kessels van Millward Brown. „Die jeugd met scootertjes weet de McDonald’s heus wel te vinden.” Kessels, zelf niet te zwaar – „Ik ben van de schijf-van-vijfgeneratie” –, onderstreept het belang van betere voorlichting over gezond voedsel. Jongeren moeten volgens hem ook meer in aanraking komen met alternatieven voor ongezond eten. Hij noemt het afhalen van ongezond eten niet alleen het probleem van de lagere sociale klasse, maar ook van tweeverdieners. Hij ziet het bij zichzelf. „Als mijn vrouw en ik ’s avonds laat thuis komen, schiet het koken er vaak bij in.”

Martijn Katan, hoogleraar voedingsleer aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, vraagt zich af of het voorstel van het Voedingscentrum werkt. „Dat moet in de praktijk blijken. Op papier werkt het prima.” Er zou een gemeente moeten zijn die het gaat uitproberen, vindt hij. Volgens Katan is vetzucht het probleem van arme wijken, en van arme landen die iets minder arm zijn geworden. „Mensen die uit de armoede komen en eindelijk de kans krijgen hun buik vol te eten, gaan dat onmiddellijk doen. En daarna nog een keer.”

In Nederland ligt het grootste obesitasprobleem bij de lageropgeleiden, beaamt Katan. „Maar de rijkere klasse wordt ook zwaarder en dat komt heus niet door volkoren boterhammen.”

In de VS, benadrukt hij, wordt inmiddels iedereen dikker. Niet alleen de sociale lagere klassen, maar ook de welgestelde, hoog opgeleide vrouwen. Die waren tot voor kort relatief het slankst.

De hoogleraar voedingsleer voorziet praktische problemen als een verbod op nieuwe fastfoodrestaurants wordt ingevoerd. „Je ziet het in Los Angeles, waar op dit moment wordt geworsteld met de definitie van fastfood. Want waar trek je de grens? Bij een broodjeswinkel? Bij een ijs- of snoepwinkel? En mag een supermarkt nog chips verkopen aan scholieren?”