De rollatorbrigade

Onvermijdelijk naderen we de periode waarin de zuigelingen van nu zullen moeten zorgen voor hun ouders die dan opa en oma zijn. Want tegen die tijd zijn deze baby’s een jaar of dertig, ze zijn zelf net aan hun nageslacht begonnen, en bij al die zorg moeten ze ook nog hun eigen vader en moeder door hun ouderdom heen slepen.

Het staat niet vast op welke leeftijd voor de oudjes van straks de gouden jaren zullen beginnen, of dat ze door deze vloek zullen worden getroffen. Dat hangt van de vorderingen van de geneeskunst af. De economie zal er een rol in spelen en misschien zal binnenkort ook de verandering van het klimaat van invloed zijn. Maar het is wel zeker: de vergrijzing is blijvend. Nu meer kinderen verwekken, zoals minister Rouvoet aanbeveelt, helpt niet. Daarvoor is het al te laat. Zoals professor B.M.S. van Praag (Opiniepagina, 11 augustus) het uitdrukt: „De trend lijkt onweerlegbaar. Een daling in de vruchtbaarheidsratio leidt op termijn tot een stijging van de afhankelijkheidsratio.” En verderop: „We gaan niet door een vergrijzingsdip maar koersen af op een structureel grijzere bevolking.” Om alle misverstanden te vermijden heeft de redactie er een tekening bij gezet, van Ruben L. Oppenheimer: een rollator met twee lekke voorbanden.

Op dezelfde pagina staat onder de kop ‘Wij gaan de problemen van de ouderen niet oplossen’ een bijdrage van Gerardo Soto y Koelemeijer, wiskundige en literatuurwetenschapper (32). Hij is ontevreden over zijn vader, die vindt dat hij veel geld moet verdienen. Op zichzelf geen slechte raad. Maar de schrijver wil dat heel anders aanpakken dan zijn vader bedoelt. Hij maakt zich ongerust. „Wie gaat er ingrijpen als de babyboomers straks flink gaan consumeren terwijl de jongeren zich een slag in de rondte werken?” Want „de laatste dertig jaar is de wereld toch echt veranderd”.

Ik zie het voor me: de rollatorbrigade, door het dolle heen consumerend, parasiterend op de jongeren, die zich een versuffing werken, terwijl ze moeten toezien hoe het kapitaal van hun pensioenfonds door durfkapitalisten wordt verkwanseld.

Hier is de heer Soto y Koelemeijer slachtoffer van een modern misverstand. Hij denkt dat de generatie van zijn vader niet veel bijzonders heeft gedaan en daarom eigenlijk geen recht heeft op consumptie waar geen arbeid tegenover staat. Zijn standpunt impliceert dat het hele land met zijn bedrijfsleven, infrastructuur, onderwijs, zorg, wat heb je verder, ergens in de vorige eeuw uit de lucht is komen vallen. Hij miskent de collectieve arbeidsprestatie van alle generaties vóór de zijne. Meer dan een bescheiden pensioentje is niet in orde.

Door de demografische ontwikkeling gaan we misschien een tijd van nieuwe arbeidsschaarste tegemoet. Vandaar dat minister Donner heeft geopperd om de pensioengerechtigde leeftijd tot 67 of zelfs 70 jaar te verhogen. Dat heeft fel verzet gewekt. Geen wonder. Stel je voor: je bent trambestuurder en je moet regelmatig Ajaxsupporters of publiek aan het einde van de uitgaansavond vervoeren, jongeren die zich klem of een coma hebben gezopen. Dan wil je na je 62ste geen meter meer rijden. Ik noem maar een voorbeeld. Is je werk je lust en je leven, dan wil je doorgaan tot je laatste snik.

Tussen iedere vorige en volgende generatie heerst verschil van mening, onvermijdelijk. Soms is het zo groot dat we het een kloof noemen. De vorige generatiekloof openbaarde zich in de jaren zestig. Nu is het weer zo ver.

Er is een economische oorzaak die zich steeds sterker op de arbeidsmarkt laat gelden, en er is een culturele. In de loop van drie of vier decennia is jongzijn hoe langer hoe meer tot een verdienste op zich geworden. Een jaar of dertig geleden maakten Van Kooten en De Bie furore met het lied ‘Ouwe lullen moeten weg!’ Bekijk het op YouTube en zie met welk overtuigend fanatisme de heren aan het werk waren. Ik vond het een mooi nummer en nu nog trouwens.

De jeugdcultuur rukte onweerstaanbaar op in de media en tegelijkertijd nam de stille depreciatie voor de ouderen toe. „De bejaarden zijn de negers van de toekomst”, heeft Willem Frederik Hermans lang geleden geschreven. Wie voor bejaard werd versleten, kreeg een plus achter het getal van zijn leeftijd. Er groeide een collectief oordeel over de ‘plussers’. Ze waren misschien niet meer helemaal goed snik, liepen achter een rollator, kregen om zich nog een beetje fit te houden eigen speeltuintjes, deden het in hun broek. Volgens de Volkskrant (8 augustus) kun je de ‘hangsenioren’ nu herkennen aan hun ‘schutkleur’: beige. „In de zomer hangen ze met hun snorfietsen en looprekjes rond de bankjes in het stadspark.” Uit het hele stukje blijkt dat we hier met een bladderend, afgeschreven volksdeel te maken hebben.

Het zal niet zo bedoeld zijn, maar het is een treurig stukje. Het ergste is dat zoveel ouderen zich dit soort welwillende minachting laten aanleunen.

Oud worden heeft zijn voordelen, maar het is ook niet altijd een pretje. Het best beschreven door Jonathan Swift in Gulliver’s Reizen, het hoofdstuk dat over de onsterfelijke Struldbruggs gaat.

Dit neemt niet weg dat het ‘oudzijn’ op een steeds hogere leeftijd begint. Dat heeft minister Donner in ieder geval goed gezien. Welke consequenties een oudere daaruit wil trekken, is zijn eigen, strikt individuele zaak. Maar laat niemand boven de 50, 60, 70, 80, 90 het slachtoffer worden van een tersluiks, misschien leuk bedoeld racisme.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/hofland (Bijdragen worden openbaar na beoordeling door de redactie.)

    • H.J.A. Hofland