De btw en de staat

Op de middelbare scholen wordt deze week de jaarlijkse herculesarbeid van het vaststellen van de roosters voltooid. Voor het kabinet is gisteren een taak van een mogelijk nog grotere complexiteit begonnen: het opstellen van de begroting voor 2009. Dit jaar lijken de externe omstandigheden extra ongewis.

De economische conjunctuur bevindt zich op een keerpunt en laat zich in dergelijke tijden lastig voorspellen. Op de wereldmarkt fluctueren de prijzen van grondstoffen, en dan vooral energie, hevig. En de inflatie in Nederland schiet, met enige vertraging ten opzichte van de rest van Europa, omhoog.

Dat maakt het begroten van inkomsten en uitgaven zeer lastig en zet bovendien de ontwikkeling van de koopkracht van de bevolking in een troebel perspectief. Een trendmatige aanpak van de rijksbegroting waarbij door de baren van de conjunctuur heen wordt gekeken, is de meest rationele benadering. Maar er zijn altijd incidenten.

Het meest prangende op dit moment is de voorgenomen verhoging van de btw, van 19 procent naar 20 procent, per januari 2009. Deze maatregel drijft de inflatie naar schatting met 0,5 procentpunt op.

Nu de inflatie in Nederland over juli 3,2 procent blijkt te hebben bedragen en verder belooft te stijgen, komt deze maatregel niet erg gelegen. Als de prijsstijging terugkomt in hogere looneisen en grotere loonstijgingen ten gevolge heeft, is er een kans op een opwaartse spiraal van de prijzen. Dat moet worden voorkomen en de overheid heeft met het uitstellen of afschaffen van de btw-verhoging daar zelf een instrument voor in handen.

De vraag in het kabinet zal zijn hoe uitstel gefinancierd moet worden, want de beoogde btw-verhoging zou 2 miljard euro opbrengen. Nu is de btw-maatregel politiek gekoppeld aan verlaging van de WW-premies. Consumptie zou zo duurder worden en arbeid goedkoper. Dat idee snijdt hout. Maar moet die premieverlaging dan ook maar worden uitgesteld, als de financiering door de btw-verhoging uitblijft?

Een alternatief is dat het gat provisorisch wordt gedicht met de hogere aardgasbaten die het gevolg zijn van de opgelopen energieprijzen op de wereldmarkt. Maar dat is een zeer slecht idee: opbrengsten uit bodemschatten moeten niet worden omgezet in lopende uitgaven. Minister Bos (Financiën, PvdA) kan het geld beter elders in zijn begroting zoeken. De overheidsuitgaven lopen onder zijn bewind toch al op. Ze zijn als deel van het bruto binnenlands product, afgezien van een piek in 2003, op het hoogste punt sinds 1998.

Bezuinigen als de economie dreigt te kantelen, lijkt op het eerste gezicht onverstandig. Maar het doorzetten van de verlaging van de WW-premies kan dat effect neutraliseren. Uiteraard is het schrappen in de uitgaven politiek altijd ongemakkelijk. Maar dit is niet de laatste begroting die dit kabinet indient, en het uitstellen van de btw-verhoging levert ook veel goodwill op. De heimelijk groeiende invloed van de staat op de economie wordt ermee gekeerd. En dat is ook veel waard.