Wie ongesluierd is, vraagt er zelf om

Publiekscampagnes moeten in Egypte de vele seksuele intimidaties terugdringen. „Als een vrouw mij verleidt, is dat ook een vorm van seksuele intimidatie.”

Beeld uit een flyer: de lolly in de wikkel symboliseert de gesluierde vrouw. De lolly zonder papiertje trekt vliegen – lees: mannen – aan. Pamfletten tegen seksuele intimidatie. Boodschap: als vrouwen zich bescheidener kleden, worden mannen niet zo snel in verleiding gebracht.

Heba Abdel Aziz (30) wordt al jaren lastiggevallen door haar baas. Ze werkt als redacteur bij de Egyptische staatskrant Al-Ahram. Continu maakt haar baas suggestieve opmerkingen, doet oneerbare voorstellen of raakt haar onnodig aan. „Hij blijft maar aandringen en omdat ik hem afwijs maak ik geen promotie.” Abdel Aziz is getrouwd en heeft twee kinderen. Ze draagt sinds enkele jaren een hoofddoek. „Maar het is er alleen maar erger op geworden.” Uit woede publiceerde ze onlangs een boek over seksuele intimidatie in Egypte. „Het is een plaag”, zegt ze. „Mannen hier hebben geen enkel fatsoen meer.”

Volgens Abdel Aziz zijn veel mannen seksueel gefrustreerd omdat ze op satelliettelevisie en internet veel bloot zien, maar vanwege de conservatieve conventies niet aan hun gerief kunnen komen. Vorig jaar maakte Google bekend dat de meeste zoekopdrachten voor pornografie uit Pakistan en Egypte afkomstig zijn. „Door al die nieuwe media gaan de publieke zeden er alleen maar op achteruit”, meent de schrijfster.

Recent onderzoek wijst uit dat ruim 80 procent van de Egyptische vrouwen slachtoffer is van seksuele intimidatie, zij het verbaal of fysiek op straat, op school of op werk. Opvallend is dat niet alleen de meerderheid van de mannen vindt dat vrouwen er zelf om vragen, maar dat veel Egyptische vrouwen er ook zo over denken, meldt het Egyptische Centrum voor Vrouwenrechten. „Zelfs gesluierde en conservatief geklede vrouwen zoeken de fout bij zichzelf”, aldus directeur Nihad Abu al-Qumsan. „Het resultaat is dat vrouwen zich continu omringd voelen door seksuele roofdieren.”

Van de westerse vrouwen die Egypte bezoeken wordt zelfs 98 procent lastiggevallen, zo blijkt uit de enquête. Daarom waarschuwen veel ambassades in Kairo voor het gevaar van opdringerige mannen. De Amerikaanse Universiteit in Kairo geeft voorlichtingssessies aan nieuwe studentes hoe om te gaan met handtastelijke Egyptenaren. Vooral onder taxichauffeurs leeft de overtuiging dat westerse passagiers erg gewillig zijn.

De verontwaardiging is inmiddels zo groot dat verschillende bewegingen publiekscampagnes zijn begonnen. De internationale reputatie van Egypte – altijd een tere kwestie – staat immers op het spel, zo is de redenering. Maar in overeenstemming met de gedachte dat vrouwen er toch vooral zelf schuld aan hebben, wordt de oplossing ook bij vrouwen gezocht. Als ze zich wat bescheidener zouden kleden, worden mannen niet zo snel in verleiding gebracht.

Via pamfletten wordt vrouwen aangeraden zich te sluieren. Bij popconcerten delen vrijwilligers flyers uit met daarop een lolly in verpakking en een zonder wikkel. Het opengemaakte snoepgoed zit onder de vliegen, het andere blijft daarvan verschoond. De tekst: „Je kan ze niet stoppen, maar je kan jezelf wel beschermen. God weet wat goed voor je is.” Een andere variant draagt de slagzin „Draag een hoofddoek ter bescherming, want ogen zullen je verslinden.” „Het is een walgelijke boodschap”, vindt Al-Qumsan. „Alleen gesluierde vrouwen verdienen het kennelijk met rust te worden gelaten.”

Hytham Badr (23), werkzaam bij een reclamebureau, ontwerpt soortgelijke illustraties die hij via internet distribueert. Van zijn hand komt het plaatje van een gewaagd geklede vrouw met een bordje „niet kijken” onder haar voluptueuze boezem en de tekst „de enige bescherming is jezelf bedekken”. „Vrouwen moeten hun verantwoordelijkheid nemen”, zegt Badr tijdens een ontmoeting in een theehuis. „Dit land heeft tradities, als vrouwen zich niet bescheiden kleden, dan kunnen ze niet van mannen verlangen dat die zich beheersen.”

Hij zegt zichzelf ook moeilijk te kunnen inhouden omdat hij seksueel niet aan zijn trekken komt. „Seks voor het huwelijk is uit den boze, maar de meeste mannen kunnen zich voor hun dertigste geen vrouw veroorloven.” Ook dat wijt hij aan de huidige Egyptische vrouw. „Ze willen alleen trouwen als je een vaste baan, appartement, auto en afwasmachine hebt. De liefde is materialistisch geworden terwijl de prijzen stijgen en de werkloosheid toeneemt.” Badr: „Ik vraag alleen een beetje begrip. Als een vrouw mij in verleiding brengt, dan is dat ook een vorm van seksuele intimidatie.”

De praktijk wijst echter uit dat de sluier en conservatieve kleding helemaal geen bescherming bieden. De overgrote meerderheid van de Egyptische vrouwen draagt tegenwoordig, in tegenstelling tot enkele decennia geleden, een hoofddoek, maar gesluierde vrouwen worden net zo vaak lastig gevallen. „Het moet eens afgelopen zijn dat mannen ons altijd maar voorschrijven hoe we ons moeten kleden en gedragen. Misschien wordt het tijd dat mannen zich beschaven”, zegt Abdel Aziz. Een nieuw maandblad heeft daarom de enige campagne gelanceerd die op mannen is gericht met de boodschap ‘Yichtirim Nafsak’, oftewel ‘Gedraag je!’.

Volgens Aida Seif al-Dawla, psychiater en hoofd van een opvangcentrum voor mishandelde vrouwen, heeft de mannelijke brutaliteit niets met seksuele frustratie te maken. „Je lost het probleem heus niet op door mannen eerder met vrouwen te laten trouwen zodat ze geoorloofde seks kunnen hebben”, zegt ze boos. „Veel mannen zijn ongelukkig en boos en botvieren hun frustraties op vrouwen omdat het wordt getolereerd.”

Vanwege de overbevolking en uitzichtloosheid kunnen mannen het niet verkroppen dat sommige jonge vrouwen wel werken, plezier hebben en op straat lachen. „De jaloezie sterkt hun overtuiging dat vrouwen thuis moeten zitten en de man moeten dienen”, aldus Al-Dawla. Ze zegt dat fundamentalisten de samenleving indoctrineren met de ondergeschikte rol van de vrouw in de islam. „We worden altijd als lustobject afgeschilderd dat afgeschermd moet worden. Geen wonder dat de vrouw een obsessie is geworden.”

    • Alexander Weissink