Vetrolletje helpt, vaste hand is vereist

Zuid-Korea heeft bij de mannen al drie keer op rij goud gewonnen en bij de vrouwen zes keer. Toch telt het land maar drieduizend wedstrijdschutters en zijn het gewoon ‘amateurs’.

Park Kyung-mo haalde met een ‘negen’ het goud binnen voor Korea. 11-08-08, Beijing, China. Deelnemer handboogschieten uit Zuid Korea. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Henk Stouwdam

Bij handboogschieten is een buikje geen bezwaar, zelfs niet om olympische medailles te winnen. Zowel de kopman van Zuid-Korea, als van Italië (de twee finalisten) wierp gisteren in Peking overgewicht in de strijd. De extra kilo’s zaten Im Dong-hyan uiteindelijk het minst in de weg, want hij leidde Zuid-Korea bij de mannen naar de derde olympische teamtitel op rij.

Niet dat boogschutters zich een belabberde conditie kunnen veroorloven, maar een stevig postuur is geen nadeel om een pijl over zeventig meter in de roos te schieten. Ter bevordering van de precisie is een onbeweeglijke houding zelfs een vereiste. Dan wil een vetrol wel helpen. En een vaste hand natuurlijk, want de minste beweging kan tot een desastreuze baanafwijking van de pijl leiden. Een keer geen maximale ‘tien’ scoren, maar een ‘negen’ of ‘acht’ betekent bij de Olympische Spelen het verschil tussen goud en zilver.

Schlemiel van de dag op het Olympic Green Archery Field was gisteren de Italiaan Mauro Nespoli, die met zijn laatste pijl een ‘zeven’ schoot en daarmee zijn land de gouden medaille onthield. De gedachte dat hem bij een ‘tien’ de olympische titel wachtte, verlamde de derde schutter van het Italiaanse team. Nespoli was na afloop zo eerlijk dat toe te geven.

Van kwade gezichten bij zijn ploeggenoten was geen sprake. Zo zijn boogschutters niet. Die accepteren de wrede gevolgen van minimale afwijkingen. Kopman Mauro Galiazzo, vier jaar geleden de individuele olympisch kampioen van de Spelen in Athene, bleef ook na de afgrijselijke misser van Nespoli glimlachen en aaide hem vaderlijk over de bol.

De in het nauw gedreven Zuid-Koreanen lieten zich dit buitenkansje niet ontnemen. Met dank aan Nespoli. Maar ook aan Park Kyung-mo, die de immense druk weerstond, met de laatste pijl van de dag een ‘negen’ scoorde en wederom de gouden olympische medaille voor zijn land veilig stelde.

Tot vreugde van de schare Koreaanse fans op de tribune, die het in decibellen ruimschoots wonnen van de Chinezen, zelfs toen beide landen in de halve finale tegenover elkaar stonden. Het Chinese team won brons, wat de Chinese supporters uiteindelijk redelijk tevreden stelde. Oekraïne werd met de frustratie van de ondankbare vierde plaats opgezadeld.

Met drie opeenvolgende olympische titels bij de mannen en zelfs een serie van zes bij de vrouwen is de dominantie van Zuid-Korea bij het boogschieten evident. Opmerkelijk voor een land dat slechts drieduizend geregistreerde wedstrijdschutters kent. En waar van professionalisme geen sprake is. Koreaanse boogschutters moeten gewoon werken of studeren. Wat in dat land geen straf is, want met contracten en wedstrijdpremies kan aardig worden bijverdiend.

De kersverse olympische kampioenen incasseren ieder ongeveer 50.000 dollar (circa 33.550 euro). Een cadeautje van autofabrikant Hyundai-Kia, die de nationale federatie sponsort en die bonus voor goud in het vooruitzicht had gesteld. „Met dank aan de directeur van Hyundai, want die is een fan van boogschieten”, vertelde een Zuid-Koreaanse journalist, die niet wist hoeveel geld het concern jaarlijks in boogschieten stopt. Dat blijkt een geheim, zoals een woordvoerder van de bond bevestigde.

De kracht van de Zuid-Koreaanse boogschutters schuilt in de enorme concurrentie. Aan de Olympische Spelen gaat een moordende selectie vooraf. Volgens verslaggevers is het moeilijker een plaats in de olympische ploeg te veroveren dan een gouden medaille te winnen bij de Spelen. Dat ondervond bij de vrouwen icoon Yoon Mi-jin, drievoudig olympisch kampioen. Zij kwam dit jaar niet door de kwalificatie voor de Olympische Spelen en bleef verbijsterd achter in Zuid-Korea.

Boogschieten mag een lange traditie hebben en voortkomen uit de prehistorische jacht, als olympische sport wordt het gekenmerkt door de dynamiek die het Internationaal Olympisch Comité (IOC) tegenwoordig zo graag ziet. De Spelen mogen in de ogen van het IOC geen verzameling fossiele sporten worden, maar moeten aansluiten bij de beleving van jongeren. Over boogschieten dan geen klachten, want de wedstrijden zijn kort, spannend, goed te volgen dankzij videobeelden en vooral opwindend. Ingrediënten die een ouwelijk buikje ruimschoots compenseren.