Veelpleger van de straat naar de boer

Draaideurcriminelen worden twee jaar van de straat gehouden. Beter voor henzelf en beter voor de stad. Het tweede deel van een vierdelige serie over het moderne opsluiten.

In de ‘Inrichting voor Stelselmatige Daders’, zoals hier aan de Amsterdamse Havenstraat, worden veelplegers twee jaar van straat gehouden. Foto’s Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 05-08-2008 Penitentiaire Inrichting Havenstraat 6 Amsterdam BOUW:Het Huis van Bewaring aan de Havenstraat werd tussen 1888 en 1891 gerealiseerd naar ontwerp van Justitiearchitect Willem C. Metzelaar. Hij baseerde zich hierbij losjes op oudere ontwerpen voor gevangenissen van zijn voorgangers Johan F. Metzelaar (zijn vader) en Allard Pierson. Het complex heeft een kruisvormige plattegrond met vier beuken van vier etages. De noordelijke en oostelijke vleugels hebben cellen op de bovenste drie etages. De westelijke vleugel heeft ook cellen op de begane grond. De zuidvleugel dient als entree en kantoorgebied voor het personeel. De vier vleugels komen uit op een centraal vlak en staan zo in open verbinding met elkaar. De cellen liggen aan de buitenzijde van de vleugels rondom een atrium. Elke etage heeft een eigen gaanderij die in de centrale ruimte doorloopt. Zodoende kunnen de cellen in alle vleugels bereikt worden. Dit wordt een ringsysteem genoemd. De gevangenis werd begin jaren tachtig van de twintigste eeuw afgestoten, maar vrij snel weer aangekocht wegens een nijpend cellentekort bij Justitie. Na een ingrijpende renovatie en uitbreiding van de hand van architecten Snieder en Duyvendak heropent het gebouw in 1987 zijn deuren. Aan de west- en oostzijde van de oudbouw liggen dan twee nieuwbouwdelen bekleed met grijze gevelplaten. In het westelijke deel bevinden zich werkplaatsen en opslagruimtes. De oostelijke nieuwbouw herbergt kantoren, sportfaciliteiten en medische voorzieningen. Na lang twijfelen over het voortbestaan van Locatie Havenstraat, is besloten het pand als gevangenis te blijven gebruiken. Tegelijk is besloten tot een nieuwe verbouwing die vanaf 2004 wordt uitgevoerd onder leiding van Architectenbureau EGM uit Dordrecht.Ê PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

In een donkere kamer van een Amsterdamse gevangenis bestijgt Yappy een denkbeeldig kalf. Hij doet voor hoe hij het dier in een halsklem zou nemen, buigt zich voorover en steekt een fles melk op de plek waar een mond zou moeten zitten. „Wiiiiiii!”, roept hij. „Toen werd ik toch gelanceerd!” Hij maakt een sprongetje en lacht zijn bijna tandeloze gebit bloot.

De 49-jarige Yappy – een bijnaam die jaren geleden aan hem bleef kleven toen hij kickbokser was, hij lijkt op een Chinees – was toen hij nog vrij rondliep een van de meest actieve veelplegers in Amsterdam. Nu ‘oefent’ hij overdag bij een boer in Landsmeer hoe het is om niet als boef te leven. Slapen doet hij nog in zijn gevangeniscel.

Meer dan een jaar geleden veroordeelde de rechter hem tot een zogenoemde ISD-maatregel. In een ‘Inrichting voor Stelselmatige Daders’ wordt Yappy twee jaar van straat gehouden. Niet alleen blijft de stad zo verlost van de overlast die hij veroorzaakt, voor de overheid ontstaat de mogelijkheid om hem uit de vicieuze cirkel te halen die hem steeds weer in contact brengt met de politie.

De ISD-maatregel is eind 2004 ingevoerd uit maatschappelijke frustratie over ‘draaideurcriminelen’, die de gevangenis net zo snel weer ingingen als dat ze eruit kwamen. De maatregel werd niet zonder kritiek ontvangen. Volgens veel juristen is het opleggen van een opsluiting van twee jaar voor een meestal licht delict strijdig met het principe dat een duur van de opsluiting bij de ernst van de overtreding moet aansluiten.

Negenhonderd namen staan er op de Amsterdamse lijst van veelplegers. Ze zorgen voor „buitengewoon veel overlast”, zegt Lousje Koning, directeur van de ISD-inrichting aan de Havenstraat. „Ze zijn niet zielig, maar het zijn geen topcriminelen, ben je gek! Het ergste wat ze doen is een tasjesroof, maar vaker gaat het om het stelen van een blikje bier uit de supermarkt.”

In de ISD-afdeling van deze „krakkemikkige oude dame”, zegt Koning liefkozend, zitten de „kneusjes” onder de Amsterdamse boeven. De veelplegers die hier komen „hebben vaak maandenlang in het Vondelpark geslapen, zitten onder het gedierte, hebben compleet vervilte haren en vaak nauwelijks nog tanden. Ze komen, zegt Koning, op sterven na dood binnen. „Wij maken weer een beetje mensen van ze.”

Driekwart van de ISD’ers is tussen de 30 en 50 jaar oud. 95 procent heeft of had problemen met drugsgebruik. Bij 76 procent nemen drugs een „centrale plaats in het leven in”. Naast of door de verslaving hebben ze vaak psychiatrische stoornissen en een verzameling lichamelijke gebreken. En dan is er nog de „treurige categorie” die ook zwakbegaafd is. Yappy is er daar één van.

Toen de ISD-maatregel werd bedacht, was het onschadelijk maken van de verdachte het belangrijkste. De maatschappij moest tijdelijk van „notoire criminelen” worden verlost. Toenmalig minister Donner (Justitie, CDA) schreef in de uitleg van de wet dat er alleen pogingen zouden worden ondernomen „gedrags- en levenspatroon” te veranderen als de veroordeelde daarvoor voldoende was gemotiveerd.

Dat driekwart van de ISD’ers toch allerlei cursussen volgt komt omdat rechters de maatregel liever niet opleggen als die alleen neerkomt op twee jaar opsluiten. „Voor de maatschappij kan het niet hard genoeg zijn. Maar godzijdank hebben we rechters die de twee jaar willen gebruiken om iets aan het gedrag te veranderen. Dan is de ISD een fantastische maatregel”, zegt Koning.

Elke ISD’er die door de poort loopt, krijgt een screening. Psychiater, psycholoog en arts kijken wat de belangrijkste problemen zijn. Meestal is dat de verslaving of de persoonlijkheidsstoornis. Ze krijgen informatie van politie, de GGZ en andere hulpverleners. Ze bedenken een ‘verblijfsplan’. Er zijn allerlei trainingen beschikbaar: voor agressiebeheersing, leefstijl, sociaal aanvaardbaar gedrag, het hanteren van de verslaving, zelfreflectie, budgettering.

Als het goed gaat met de trainingen, kunnen ISD’ers na verloop van tijd buiten de deur gaan „oefenen”. Soms bij een boer, zoals Yappy. Maar ook anderen zijn bereid om ISD’ers op te nemen, zoals een zonneschermenfabrikant, een bloemenzaak, een fietsenmaker. Zo moet de veelpleger wennen aan werken, regelmaat, omgaan met geld en verantwoordelijkheden. Het doel: dat de ISD’er als hij vrijkomt zich zelf staande kan houden in de maatschappij. Koning: „We streven naar zelfstandigheid, maar we maken ons geen illusies, de meesten blijven hulpbehoevend.”

Samenwerking tussen overheidsdiensten is essentieel, zegt Koning. Het bepaalt de kwaliteit van het programma en van het vangnet van zorg, huisvesting en werk voor de ISD’er die terugkeert in de maatschappij.

Veel ISD’ers zijn helemaal niet van de noodzaak van trainingen overtuigd, en verzetten zich heftig. De hulpverleners praten langdurig op de ISD’ers in om ze om te krijgen. Koning: „Je moet de mannen weten te verleiden tot een maatschappelijk aanvaardbaar leven.” Dat lukte bij 27 van de 47 ISD’ers die in 2007 en dit jaar de Havenstraat verlieten. De rest is terugvallen in het oude gedrag.

De Inspectie voor de Sanctietoepassing concludeerde in april na onderzoek van zes ISD-inrichtingen dat er nog veel moet gebeuren om de heropvoeding van veelplegers tot een succes te maken. Het duurt „veel te lang” voordat verblijfsplannen voor ISD’ers worden gemaakt. Daardoor raken ze gefrustreerd en gedemotiveerd. De plannen die er zijn, worden „onvoldoende gerealiseerd”, personeelsleden die ISD’ers begeleiden leveren soms onvoldoende kwaliteit. Er zijn ook problemen in de laatste fase van de ISD: het buiten oefenen is op veel plekken afgeschaft en het is moeilijk om nieuwe huisvesting te vinden voor ex-veelplegers.

Volgens de inspectie is het niet gek dat die problemen er zijn. Twee aannames bij het bedenken van de ISD bleken niet tegen de werkelijkheid bestand. Veelplegers bleken geen „calculerende burgers die uit zijn op snel economisch gewin” maar drugsverslaafden met vaak zware psychische problemen. De ISD was niet bedoeld om recidive te bestrijden, politici wilden gewoon veelplegers van straat halen. Maar rechters eisten dat de ISD ook zou bijdragen aan heropvoeding. Voor die ambitie waren de instellingen in het begin helemaal niet toegerust. Dat moesten ze leren.

Staatssecretaris Albayrak (Justitie, PvdA) is verantwoordelijk voor gevangenissen. In juni onderschreef zij de kritiek van de inspectie, en stelde ze maatregelen voor om de situatie te verbeteren. Ze heeft bij GGZ-instellingen verzorgingsplaatsen ingekocht, zodat Justitie makkelijker ISD’ers zorg kan geven of in beschermde woonvoorzieningen kan onderbrengen. Albayrak wil ook dat inrichtingen betere programma’s sneller aanbieden aan veelplegers.

Ook Yappy heeft klachten: de bewaarders zijn niet aardig, hij hoort niet thuis op de afdeling met alle boeven, de ISD-begeleiding maakt er een potje van. Maar even later zegt hij dat hij toch wel blij is dat hij ISD kreeg. Hij heeft op de omgangscursus geleerd hoe je „de sociaal goede antwoorden” moet geven. Werken bij de boer is prachtig. Yappy doet het zo goed dat hij de buurman van de boer al mag helpen melken. Het is in ieder geval een stuk beter dan vroeger, toen hij ruzie had met de politie, de reclassering en de sociale dienst, en drugs dealde. Even stokt zijn woordenstroom. „Zonde hè, van die 49 jaar.”

Lees de eerste aflevering op nrc.nl/binnenland

    • Derk Stokmans